zondag 18 oktober 2026

Transitiepijn, risicomoeheid en de zoektocht naar een narratief

Afgelopen donderdag een prachtige sessie voor DGWB begeleid over de Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW). Vijf (soms duo's) van wetenschappers presenteerden aanbevelingen voor de afronding van het nu nog in de conceptfase zijnde NAW. De invalshoeken waren daarbij ruimtelijke ordening, het in beeld brengen van de risico's op financiële schade, gedrag (!) en transitiekunde. Eerst in de middag en later tijdens de avond met bestuurders erbij werd bezien hoe de inzichten van de wetenschappers te benutten. Soms kan dat door ze al rechtstreeks een plek te geven in de tekst, soms door een proceshaakje op te nemen en soms door een kennisvraag te formuleren om die vervolgens op te gaan pakken. Vooral de inzichten over financiële schade kwamen denk ik goed aan (paper bij mij op te vragen) en daarnaast beklijfden twee termen goed: risicomoeheid en transitiepijn. Gedragswetenschapper Anne van Valkengoed (WUR) kwam met de term risicomoeheid. Omdat de mentale ruimte om op risico's te acteren beperkt is stelde zij de vraag: Hoe zorgen we voor langdurige klimaatadaptieve klimaatverandering bij burgers, zonder dat mensen risicomoe worden? Lisa Verwoerd (PBL) kwam met transitiepijn, de pijn die ontstaat wanneer economische belangen en rechtvaardigheid in het geding komen als je van optimalisatie naar transformatie gaat. Juist daarom zijn bestuurders ook zo naarstig op zoek naar een narratief. In zijn proefschrift zegt Kai Bellmann daar over 'A convincing narrative is one that highlights the advantages of climate adaptation while simultaneously outlining the consequence of not adapting.' Maar goed kom daar maar eens geloofwaardig om bij ongelijke verdeling van kosten en baten. Er wordt sowieso nogal in abstracto gesproken over het beoogde wondermiddel narratief, maar dat terzijde. Misschien valt er zowel voor risicomoeheid als transitiepijn nog wat inzicht te putten uit een slide uit Nieuw Zeeland die ik kreeg doorgestuurd.



 

      

Gelezen: Proefschrift over Behavioural System Mapping

Van de week ontving ik het proefschrift van Kai Bellmann (TuD)(zie ook blog)  Navigating Complexity - A Behavioural Systems Approach to Policymakers' Climate Adaptation Decision Making (zie link). Niet in de laatste plaats omdat Kai deelneemt aan de door mij te begeleiden paneldiscussie over Behavioural System Mapping op de Dag van het Gedrag heb ik het poefschrift eens goed gelezen. Dé grote verdienste van Kai is dat hij zich niet richt op de burger of consument (natuurlijk ook heel belangrijk) maar op de onderbelichte rol van de  beleidsmaker als subject van gedragsverandering. Naast tientallen interviews, workshops, Delphi-methode en system mapping waagt hij zich ook aan een beslissingsondersteunend systeem. Daarbij heeft hij goed in de gaten dat het daadwerkelijk gebruikt krijgen van een beslissingsondersteunend system een gedragsuitdaging ansich is. Hieronder een drietal highlights in bullets: 

  • A convincing narrative is one that highlights the advantages of climate adaptation while simultaneously outlining the consequence of not adapting. 
  • Seven key behaviours in climate adaptation policymaking based on their impact and changeability: (1) connect to other internal departments; (2) broaden adaptation focus beyond water issues; (3) engage in regional cooperation; (4) set-up pilot projects on adaptation; (5) communicatie climate adaptation ideas to leadership; (6) emphasise political benefits of adaptation; (7) involve departments in strategy development. 
  • ... suggests that increasing policy makers' reflective abilities can aid them in navigating wicked problems. Metacoginition-focused ...tools could be a pathway to improve decision-making in public administration. (Ik zeg Beleidskompas!)    


Pinguïn Fred leest De Machtscode

Morgen is het weer Pinguïn Fred en dan bespreken we dit zwaarmoedige maar toch ook goed leesbare boek. In de eerste 80% van het boek schetst de auteur een schier oneindige reeks risico's van AI. Dat levert vooral  de neiging op om met een dekentje in een hoek te gaan liggen somberen (dit is vast wat bedoeld wordt met risicomoeheid (zie ook blog) niet te verwarren met, maar toch gelieerd aan cyber security fatigue (zie ook blog). Extra uitdagend met AI is, is dat we tegelijkertijd enthousiast, verslaafd, bezorgd en kwetsbaar zijn. Die combinatie draagt er vast ook aan bij dat we bij AI elke dag het gebruik accepteren zonder regels die het algemene belang bewaken. FOMO (Fear of missing out) maakt dat organisaties, bedrijven, overheden en individuen bang zijn dat ze de boot missen met het gebruik van AI toepassingen en dat draagt natuurlijk ook al niet bij aan een kritische beschouwing. De komende tijd is het 'de combinatie van de technologie, het geld dat er in wordt gepompt en de mensen achter de bedrijven tegenover de agenda en de moed van onze politieke leiders' die bepaalt hoe de risico's zich daadwerkelijk ontvouwen. De mensen achter de bedrijven krijgen daarbij overigens weinig complimenteuze kwalificaties als techno-utopisch, antidemocratisch, anti-Europees en soms fascistisch of techno-fascistisch. Om de lezer nog enigszins uit de depressie te trekken komt de auteur, oud-EU-politicus Marietje Schaake nog wel met een aanpak. Die begint met een nulmeting van onze digitale afhankelijkheid, gevolgd door een stresstest en een strategie om de gevaarlijkste afhankelijkheden aan te pakken en daarna nog veel meer overtuigende stappen (als ze uitgevoerd zouden worden). Als individu kan je ook wat doen, bijvoorbeeld gebruik maken van een Europese chatbot zoals Mistral. Nu gebruik ik die zelf al, maar die scoort dan gek genoeg weer best beroerd op de Transparency Index van het Stanford Institute for Human Centered AI. Omdat ik Marietje's emailadres niet kon bereiken, heb ik Mistral zelf maar eens gevraagd hoe dat zit (zie figuur). 



 



 

zondag 11 oktober 2026

De KRW-doelen vanuit complexiteit bezien

Als je denkt dat het moeilijk is de Kaderrichtlijn Water (KRW)- normen voor stoffen te halen, probeer dan maar eens de ecologische doelen te halen. Want welke maatregelen zorgen ervoor dat de bij een goede ecologische toestand horende planten en diersoorten daadwerkelijk weer in voldoende mate in Nederlandse wateren worden aangetroffen? De maatregel-effectrelaties die je daarvoor zou willen kennen  zijn complex en niet-lineair. Je kunt je voorstellen dat het daarmee niet meevalt om bestuurlijk comfort te verkrijgen voor het financieren van dure (inrichtings)maatregelen met moeilijk voorspelbare uitkomsten. Tijdens het jaarlijkse Emissiesymposium dat ik laatst leidde presenteerde Deltares de voortgang op dit gebied (ja, die is er gelukkig) aan de hand van hun tool de KRW-verkenner. Met machine learning en regression forests proberen zij door de bomen het bos te zien en de voorspellingen beter te maken. Zo is er nu ook meer focus op het in beeld brengen van werkingsmechanismen die helpen om van correlatie naar causale relaties te komen. Verstandig, want je kan je voorstellen dat je liever geld vrijmaakt voor een maatregel waarvan je weet hoe die doorwerkt en dan van een maatregel die onbegrepen een goede modelfit lijkt op te leveren. Zie ook mijn blog (hier) over hoe inzichten toxische druk (mengesle toxiciteit) kunnen helpen om beter te weten in hoeverre chemische stoffen een al dan niet betekenisvolle bijdrage leveren aan een slechte ecologische kwaliteit. 




Ook nadelen aan ‘Vertrouwen in de overheid’

Van de week heb ik Prof. Wilco van Dijk (Universiteit Leiden) geïnterviewd voor de BINNL-webinarserie Aan de Slag met Gedrag. Als geheel al heel interessant wat Wilco te vertellen had (binnenkort terug te zien op, zie link), maar één ding sprong er voor mij tussennuit. Dat was het inzicht dat vertrouwen in de overheid gek genoeg ook zo zijn nadelen kan hebben; je kan er burger namelijk best wel wat gemakzuchtig van worden van dat vertrouwen. Zo blijft het altijd een goed idee om de vooraf ingevulde gegevens in je belastingaangifte te controleren. Wilco bracht dat in beeld in de wereld van de studiefinanciering. Vertrouwen in DUO (zeg maar de uitbetalende instantie van studiefinanciering) correleerde namelijk met gemakzucht; hoe meer vertrouwen, hoe groter de neiging om de als default ingestelde hoogte van de studielening gedachteloos over te nemen. En dat kan dan zomaar leiden tot een hogere lening en rentelast dan eigenlijk nodig is in jouw situatie. Ook op IenW-domeinen geldt dit vast. Denk bijvoorbeeld aan voorbereid zijn op wateroverlast. Blind vertrouwen in de overheid - die regelt het wel voor me - kan dan zomaar tot vermijdbare waterschade leiden als bijvoorbeeld die hoosbui net boven jouw huis naar beneden komt. Met oa de Protection Motivation Theory in de hand  (zie mijn blog over het boek Voorbereid hier) werkt BIT actief mee met DGWB om mensen te bewegen wél voorbereid te zijn; hopelijk met behoud van vertrouwen - dat dan weer wel. 



Gelezen: WRR-verkenning De Toekomst in Beleid

Met dank aan Phylicia dit interessante rapport zitten lezen (zie link). Ik moest daarbij geregeld terug denken aan het boek The Long Run dat ik laatst beblogte (zie hier). Idee van het WRR-rapport is om bij het verkennen van de toekomst eerst eens even goed uit te hoeken wat al wel zeker is. Dat is zo stelt WRR niet alleen methodologisch een goed idee, maar kan ook helpen begrip te genereren voor maatregelen om de uitdagingen van morgen tegemoet te treden. Met de blik op 2050 moet je bij de zekerheden, of ankerpunten zoals WRR ze noemt, denken aan zaken als onze geografische ligging, beperkt beschikbare ruimte, de vastigheid van de gebouwde omgeving en dat de beroepsbevolking van 2050 nu al grotendeels is opgeleid. Bij ankerpunten gaat het verder ook om - oh gedrag - om ons pleistocene brein dat maar niet verandert en de mens als sociaal wezen. Door grote verschuivingen te laten botsen op die ankerpunten krijg je zicht op spanningen die geadresseerd zouden moeten worden. WRR heeft deze aanpak toegepast op zes casussen en dat smaakt naar meer. Misschien moeten we de WRR vragen om met ons te komen oefenen. Dat past mooi bij onze lange lijnen en bij de oproep van de WRR om met hun methodiek een zinvol gesprek over de toekomst te beleggen tussen bewindspersonen, beleidsmakers en strategen. Ik zou wel eens willen oefenen met een fossiel reclame verbod om via de sociale norm ons pleistocene brein wat te adresseren op weg naar effectiever klimaatbeleid. 

En ook nog een paar mooie en best wel kittige citaten:

  • Het debat over toekomstgerichte beleidskeuzes kan niet blijven steken in overheden die legitimiteit proberen te ontlenen aan het garanderen van comfort en koopkrachtplaatjes. Een werkelijk debat over een rechtvaardige verdeling van lasten en lusten blijft zo uit.
  • Overheden zoeken legitimiteit vaak via overlegtafels met gevestigde belangenorganisaties. Dat levert draagvlak op, maar leidt evenzeer tot behoudzucht. Zo ontstaat beleid dat consensus organsiseert en verandering belemmert.  
  • Bovenal vraagt toekomstgericht beleid om politieke moed, scherpe visies, ruimte voor innovaties en instituties die verder kijken  dan de volgende verkiezing of het volgende akkoord. Anders blijft beleid vooral een poging om gisteren zo lang mogelijk vast te houden. 




zaterdag 26 september 2026

De Leesjutter 12: Rol data in het Beleidskompas

Het betreft hier een wat ongebruikelijke leesjutter-bijdrage omdat het hier geen boek bij de koffietafel betreft, maar een kleurrijke A3 infographic die ik 's ochtends vroeg op een ASA-bureau vond. Vast nog in concept en daarmee niet openbaar. Maar ik kan al wel verklappen dat de aanzet veelbelovend is en dat het sowieso een lovenswaardig idee is om na te denken over hoe je data zou kunnen gebruiken om met het beleidskompas in de hand  tot data-gedreven beleidsopties te komen. Een mild punt van kritiek is dat de aanzet nog wel heel processerig aandoet met veel CIO-achtige vakpraat die bij de gemiddelde beleidsmedewerker weerstand oproept. Wellicht zit er meer overtuigingskracht in het laten zien van voorbeelden waarbij data je instantaan anders naar beleidsopties doen kijken. Vanuit BIT hebben we het voorbeeld van de data-analyse van buitenlandse dienstreizen die laat zien dat de beleidsinzet op treinreizen op de middellange afstand op zijn best vrijwel niets op levert (zie plaatje en  link). Zo ook de pogingen om RWS-collega's die in Utrecht op (e-)fietsafstand van kantoor wonen uit de auto te krijgen. Weinig kansrijk zo bleek, omdat de data-analyse van een BIT-stagiair liet zien dat dit doelgroepsegment al nauwelijks met de auto gaat. Vorige week ook een mooi opiniestuk in NRC van Gert Huizing over data-analyse van verkeersdoden en oa het belang van kijken naar leeftijdscohorten (zie link). Ik heb Gert vrijdag gesproken en met een beetje geluk boek ik hem binnenkort in als BIT-bühne-spreker. Dank voor de tip Erik.  




BIT bühne: Prof. Denise de Ridder over de waarde van gedragsverandering op community-niveau

Denise de Ridder doet oa onderzoek bij energiecoöperaties. Dit mede omdat verandering op individueel niveau soms toch ook wat hopeloos en hulpeloos aan kan voelen, aldus Denise. Meedoen in een groep kan de ervaring vergroten onderdeel uit te maken van het systeem. Of in andere woorden; community nudges stimuleren gedragsverandering door het gevoel van verbondenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid te versterken. Maatschappelijke vraagstukken worden dan minder gezien als een individuele opgave en meer als collectieve uitdaging. Dit - zo laat Denise's onderzoek overtuigend zien - vergroot de bereidheid om samen in actie te komen en bij te dragen aan oplossingen voor complexe maatschappelijke problemen. Dan is het natuurlijk nog wel zaak om mensen eerst deel te laten nemen aan energiecoöperaties en bijvoorbeeld deelauto-coöperaties; die eerste stap blijft toch bovenal een individuele gedragsverandering. In een zeer geïndividualiseerde samenleving als de onze, valt dit niet mee denk ik. Dit doet overigens niets af aan de bevindingen van Denise. 


   bron: presentatie Denise de Ridder

Te gast op de DGWB-dag

Van de week een korte gedragstraining gegeven op de DGWB-medewerkersdag. Dat was leuk, gezellig en had een hoog reüniegehalte. Na wat introducerende slides over - hoe kan het ook anders - gedrag, heb ik de collega's laten oefenen met de EAST-(kwartet)kaarten (zie plaatje) rondom de vraag hoe je het gewenste doelgedrag easy, attractive, social en timely kunt maken. Dat werkte eerder al bijzonder laagdrempelig op de Innovatie Expo (zie link) en voor de FEZ-collega's op de zwarte trappen (zie link). Rond de doelgedragingen 'korter douchen' en 'vlooienband af doen voor je gaat zwemmen met de hond' (LET OP: bij de hond) gingen de collega's fanatiek aan de slag. Dat leverde naast hilarische en tegen sadisme aan schurende oplossingen ook betere diepe gedachten op. Zo stelden sommige bij de vlooienband de doelgroep ter discussie (Zijn de fabrikanten gewoon niet aan zet?) en anderen het doelgedrag  (is dit geen 'klein bier'-probleem? of waarom geven je je hond geen anti-vlooienpil?). Net voordat het uur voorbij was heb ik nog even benadrukt dat de collega's zouden moeten gaan denken in gedrag > houding > kennis in plaats van net andersom, wetende dat die laatste volgorde intuïtief ten onrechte meer voor de hand ligt, leek het mij goed dit even te benadrukken.

 



zondag 20 september 2026

Gelezen: In the Long Run - The Future as a Political Idea - Jonathan White

Boekentip van ASA-Linde. Bijzonder boek. Te lezen als een soort van handboek voor het werken aan  lange lijnen. Maar daarnaast lijkt het mij ook goed als de leden van de Parlementaire Enquêtecommissie Corona het er nog eens bij pakken bij het schrijven van hun eindrapportage. 

Laten we met de eerste toepassing beginnen. Omdat we alles willen berekenen en modelleren en omdat dat alleen voor de niet te verre toekomst een soort van werkt, vergeten we na te denken over de wat verder weggelegen niet-berekenbare, maar wel verbeeldbare toekomst. Dat is een toekomst waarbij je algemene principes en ideologie als kompas kunt gebruiken. Omdat die toekomst verder weg ligt in de tijd kunnen we vrijer nadenken over diepere structuren en gewenste modellen voor onze economie, samenleving en internationale gemeenschap en over de strategieën om deze te kunnen verwezenlijken. Ook in tijden van gestapelde crisissen is het volgens White zaak oog voor de verre toekomst te houden en te doen alsof we nog tijd hebben. Wat daarbij niet helpt is dat ideologie een soort van vies woord lijkt te zijn geworden. 'Especially for public officials accustomed to avoiding anything that smacks of ideology a sense of emergency inspires a focus on immediate and practical steps'. Eerder in deze blog beschreven mooie voorbeelden van hoe je waarden en ideologie wél mee kunt nemen in (toekomst) studies vind je hier en hier. 

Dan de tweede toepassing. Crisissen nodigen uit tot een elitaire stijl van besturen al dus White. 'Situations of emergency encourage decision-making to be concentrated in executive hands, and encourage the exclusion of those whose priorities are different'.... 'they can embrace a politics based on style and charisma.' Of misschien wat verder van corona af  '..it reflects decades of waning confidence in the capacity and willingness of public authorities to pursue the collectieve good. Things become emergencies when you feel powerless to address them...'    

Het boek is zeer de moeite waard met ook nog mooie hoofdstukken over de geschiedenis van de toekomst, de relatie tussen democratie en de toekomst en over hoe de toekomst met de opkomst van consumentisme geïndividualiseerd is geraakt hetgeen ook bijdraagt aan een focus op de nabije toekomst. 


  

De Leesjutter 11: Zó werkt water in Nederland

Een prachtig boekwerk met de o zo bekende figuren van de Argumentenfabriek. Soms doen deze me wat gezocht aan (brainstormcharts die nu ook voor het presenteren van samenvattingen worden gebruikt), maar ze dragen wel gewoon heel goed bij aan de toegankelijkheid van het geheel. Dat moet ik natuurlijk ook gewoon toegeven. De figuren zijn sportief gratis te downloaden vanaf de site van de Argumentenfabriek, het ingebonden boek met daarin ook de begeleidende teksten is voor 30 euro te koop. Enerzijds krijg je dan iets moois voor je geld, anderzijds is het vrij bijzonder dat iets dat ook met belastinggeld gemaakt is, niet gewoon gratis als pdf is te downloaden. Een paar plaatjes licht ik er even uit:

  • Als je het plaatje over de zoetwaterbalans ziet begrijp je wel waarom niet iedereen de noodzaak van waterbesparing inziet. Je kan er ook een technische innovatie-uitdaging in zien.
  • Het plaatje met de rollen van inwoners is een mooie onderlegger voor het werken aan doelgedragingen (BIT-Eline staat dan ook in de lijst van meedenkers opgenomen). 
  • Het principe van de 'vervuiler betaalt' bestaat nog steeds als leidend principe, het werkt alleen wat minder door dan wellicht gewenst is (zie blog vorige week)





















zondag 13 september 2026

Gelezen: ESB-special De Winst van een Schoon Milieu

Dit mag toch heus een ASA-topprestatie genoemd worden; een hele special van 105 pagina's over een schoon milieu (gratis te downloaden link). Heb h'm van kaft tot kaft gelezen en dit haal ik er zoal uit: 

  • Heb met milieukunde dan wel geleerd gekregen dat het NL milieubeleid gestoeld is op het 'de vervuiler betaalt'-principe maar een aantal van de artikelen in deze special demonstreren dat daar in de praktijk maar bar weinig van terecht komt. Met misschien wel als meest pijnlijke concluderende zin in de hele bundel: 'De meest vervuilende sectoren betalen amper voor milieuschade die ze veroorzaken, terwijl ze juist de meeste publieke steun ontvangen' (pagina 90). Vooral de veeteelt en dan met name rundvee komt er slecht uit (pag 88).
  • Een betoog voor smart hub beleid voor Schiphol 'kleiner in de minder rendabele overstapverbindingen, steviger verankerd in de lokale vraag en naar verwachting beter uitlegbaar aan omwonenden en politiek'(niet te verwarren met ant-hubbeleid) (pag 68). Want 'connectiviteit is pas een publiek belang als toegankelijk en betaalbaar is voor wie in Nederland woont, werkt of wil zijn'.   
  • Erwten geven de laagste CO2 eq uitstoot per kg voedsel. Mocht je nog opzoek zijn naar een goed te hachelen vleesvervanger zonder ultraprocessed ingrediënten? (peasmaker ). Beetje jammer dat chocolade en kaas zo slecht scoren (zie pag 61).
  • Veel artikelen verwijzen naar de studie van Sander de Bruyn (ook auteur in deze special) waarin het welvaartsverlies door milieu-emissies voor 2022 geschat wordt op 46 miljard euro. Dat is natuurlijk een duizelingwekkend bedrag, maar echte betaalpijn levert dat bedrag maar niet op (zie ook blog). Of zoals een gewaardeerde collega het laatst zei: 'Als je het voorkomt krijgt niemand het er bij. '. Nou vooruit bij drinkwater is die pijn een heel klein beetje voelbaar omdat we daar veelal itt de milieucompartimenten bodem en lucht, de viezigheid actief en tegen hogen kosten uit moeten verwijderen voor we het willen drinken. Die kosten worden doorberekend aan de klant en zien we in onze rekening. Als we ooit serieus werk willen maken van drinkbare rivieren gaan de kosten nog met ruim een factor 50 omhoog omdat we maar van zo'n slechts1,5-2 procent van het zoete water dat ons land bereikt drinkbaar water maken. 
  • Een uiteindelijk functioneel maar toch ook wat misleidend plaatje waarin met een verspringende schaalverdeling de gemiddelde fijnstofconcentratie per buurt in 2024 vergeleken wordt met die uit 2011. (pag 40). 
  • Ook een methodologisch onderbouwd pleidooi van Miners et al. om milieuverontreiniging en volksgezondheid in economische analyses en beleidsvorming veel meer met elkaar te verbinden. Goed getimed nu VWS en IenW elkaar zo goed gevonden lijken te hebben. 




Weer die vermaledijde kantoortuin

Een recent Vlaams onderzoek (zie link) laat zien dat van wie een eigen werkplek heeft op kantoor 38% graag elke dag naar kantoor gaat. Voor wie een flexplek in een kantoortuin mag uitzoeken is dit maar 13%. Slechts één op de drie mensen kan zich dan ook voldoende concentreren in een kantoortuin. Dit wordt precies zo gevonden in een reeks Nederlandse onderzoeken onder rijksambtenaren (zie overheidslink). Om de kantoortuin nog een beetje leefbaar te houden wordt daarin geadviseerd werkafspraken te maken over bellen, praten en overleggen. Deze onderzoeken laten ook zien dat de voorkeursplek sterk bepalend is voor hoe drukte op kantoor wordt ervaren. Kantoor wordt pas als druk beleefd als je niet kunt zitten waar je wilt. Tja, dat is iets wat bezettingscijfers niet in beeld kunnen brengen. Ondertussen zitten we wel met de gebakken peren. Goed beschouwd zijn we door hippe concept-ontwikkelaars misleid en nu zitten we met die kantoortuinen in de maag. Nog zo'n hip concept (DBFMO) maakt dat het terminal duur is om kantoorgebouwen opnieuw in te delen om de problemen ook echt op te lossen. 

 

Sociale norm en de elektrische auto in het Verenigd Koninkrijk

De afgelopen blogarme weken heerlijk genoten van een auto/wandel-vakantie in Wales. Wat dan opvalt op de weg - naast het grote aantal spookrijders natuurlijk - is dat elektrische auto's daar te herkennen zijn aan een groene band aan de zijkant van de kentekenplaat. Dit is al best lang geleden op vooruitziende wijze bedacht om gemeentes de mogelijkheid te geven eenvoudig te handhaven (parkeer)privileges aan elektrische rijders te geven. Nu gaat het op zich niet zo heel erg goed met de ingroei van elektrische auto's in het VK, maar dit is natuurlijk wel gewoon een heel goed idee geweest. Temeer omdat je - zeker in tijden van hip weggewerkte uitlaten - zo ook de zichtbaarheid en daarmee de sociale norm voor elektrisch rijden steun in de rug geeft. Helaas is het voor ons nu een beetje laat om met speciale kentekenplaten te gaan beginnen. Gelukkig is het ook niet meer nodig, want mijn hypothese is dat we voorbij het tipping point zitten op weg naar 100% elektrisch en dat we zeer binnenkort niet alleen de benzinemarkt in zien zakken maar ook die voor de hybride-auto. 






zondag 9 augustus 2026

Wim Derksen kritisch op het gebruik van modellen

Wim Derksen mag natuurlijk niet ontbreken in de essaybundel over Wetenschap en overheidsbeleid (zie link). De titel van zijn essay is gelijk aan die van de stelling waar het in zijn essay om draait, namelijk: "Er is teveel onderzoek en te weinig kennis". Wat hem betreft zijn er namelijk te weinig mensen op de departementen die de kennis hebben om al dat onderzoek te duiden. Prekend voor mijn parochie stelt hij bijvoorbeeld dat we niet veel weten over het effect van overheidsinterventies op gedrag. Jullie begrijpen hiermee had Wim de punten sowieso al binnen, maar hij scoort nog een extra punt in zijn verklaring voor de door hem gesignaleerde Haagse voorliefde voor modellen; "De uitkomsten van modellen zijn vaak heel eenduidig omdat een gros aan aannames over de werkelijkheid elke twijfel lijkt weg te nemen. Het lijkt erop alsof veel beleidsmakers niet eens het besef hebben dat modellen op (vaak hele zachte) aannames zijn gebaseerd (En op een heel langdurig proces van kalibreren om niet-verwachte en niet-verklaarbare uitkomsten weg te modelleren)." Daar moest ik wel even aan denken toen we als BITters probeerden het SPARK-model te doorgronden. SPARK is een modelinstrumentarium dat de effecten van beleidsmaatregelen op de omvang en samenstelling van het personenautopark kan doorrekenen en daarmee een onderlegger vormt voor ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Ook in dit model wordt flink gekalibreerd en ik ben nog geen gerapporteerde onzekerheidsmarge tegengekomen. De bijsluiter bij het model laat aan vaagheid niets te wensen over; 'de uitkomsten van SPARK moeten niet worden gezien als zekere vooruitberekeningen van de toekomst, maar als ramingen in een situatie van onzekerheid.' Dit geeft de goedbedoelende beleidsmedewerker natuurlijk geen enkel houvast. Zo stuur je de beleidsmaker met modelresultaat maar zonder onzekerheidsmarge natuurlijk het spreekwoordelijke bos in. Met andere woorden Wim heeft denk ik gelijk, met de toevoeging dat ook beleidsmakers mét besef tot modellen veroordeeld lijken.  



  

De Leesjutter 10: Gids - ontwerpen aan onze toekomst

In 2025 is het traject 'Ontwerpen aan onze toekomst' doorlopen op initiatief van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Hiertoe zijn maar liefst 100 ontwerpende onderzoeken geanalyseerd. De nu door mij gelezen gids (zie link) is een synthese van die 100 projecten, die synthese is weliswaar heel leesbaar, maar doet in zijn compactheid de ontwerpers bij voorbaat te kort doet. Desalniettemin slagen de auteurs erin door middel van essays en praktijkvoorbeelden ruimtelijk ontwerp nog eens op de kaart te zetten als verbindend instrument tussen beleid en leefomgeving. Dat is bij mij ook niet zo moeilijk want ik durf mij best wel een fan te noemen van ontwerpend onderzoek. Maar dat terzijde. Het stuk over water en bodem blijft naar mijn smaak een beetje teveel hangen in ecosysteemdiensten, terwijl ik liever wat meer had gezien over verantwoord of juist onverantwoorde buitendijkse woningbouw. Nu Michel Duinmeijer met pensioen is heb ik me ook maar even over het stuk over wonen, werken en bereikbaarheid gestort, maar dat vond ik niet heel bijzonder. Wel bijzonder vond ik het essay over een zorgzame leefomgeving. In haar essay werkt Caroline Newton (TuD) het begrip zorgzame leefomgeving uit in een institutioneel en ruimtelijk arrangement dat drie verwachtingen waar moet maken: (1) Het beschermt en bevordert gezondheid en dagelijks welzijn; (2) Het ondersteunt zelf- en samenredzaamheid door de levensloop heen; en (3) Het verkleint  ongelijkheden actief, via eerlijke verdeling, inclusieve besluitvorming en erkenning van verschil, vooral voor groepen die structureel kwetsbaar worden gemaakt. Wat mij betreft een mooie manier om het fysieke en sociale domein samen te brengen, met ook nog aandacht voor participatie. Dit zou zomaar eens een aanpak kunnen zijn om de aandacht voor milieu en gezondheid blijvend nieuw leven in te blazen,. Dan is het wel zaak dat wij als IenW meer dan nu misschien al het geval is de link met het sociale domein gaan opzoeken.  





 

zondag 2 augustus 2026

9 jaar op de Rijnstraat

Van de week kwam ik er bij toeval achter dat we al weer negen jaar op de Rijnstraat zitten. Tot mijn schande realiseerde ik mij ook dat ik al veel te lang niet meer over het kantoorgebouw geklaagd heb. Excuus! Dat maak ik graag even goed. Gelukkig kon ik van de week mij weer even klaagladen met een dagje in onze kantoortuin. Toffe collega's, supergezellig, maar van enige productiviteit anders dan wat routinematig emailtjes wegtikken kan toch echt geen sprake zijn in een kantoortuin. Vanuit de gedachte 'show don't tell' zou ik nu kunnen volstaan met een link naar het onvolprezen boekwerk van Prof Theo Compernolle (gratis boek link) waarin hij de kantoortuinmythe afbrandt, maar goed ik kan het niet laten toch wat zaken uit zijn boek te benoemen. Productief kenniswerk in een kantooromgeving is alleen mogelijk als er sprake is van acoustic privacy. Geluidsoverlast staat nummer één op negatieve impact op productiviteit, voldoening, motivatie en emotionele uitputting. Hij maakt het in de oplossingssfeer praktisch door onderscheid te maken in 'ik', 'wij' en 'zij' - oplossingen.  Op het 'ik'-niveau: Gaat het om: (1) thuis werken (Check! maar wel met mate); (2) koptelefoons en oordoppen (Check! Hoe groter hoe beter. Deze stralen namelijk ook uit: "Ik wil niet gestoord worden"; .Op het wij-niveau gaat het er vooral om op werkafspraken maken over het gebruik van ruimtes. Je moet ruimtes voor focus en ruimtes voor contact strikt van elkaar scheiden: (1) stiltezones afspreken waar niet gebeld of anderszins gesproken mag worden; (2) praatzone's benutten aanleren je gesprekspartners consequent mee naar de bruine zitjes te nemen. Bij het 'zij' gaat het om het installeren van geluidswerende constructies als belcellen en muurtjes.  Natuurlijk zijn mensen verschillend en de meer introverte-werker zal eerder verstoord zijn dan de meer extraverte medewerker. Compernolle roept zijn lezers op de eerste categorie niet als zeurende zwakkelingen af te schilderen, maar als Early Warning Signals. Voor de jonge generatie reuringzoekers heeft Compernolle nog wel een weetje: "Je kunt denken dat een geanimeerde open office setting jouw intellectuele productiviteit en creativiteit niet hindert, onderzoek toont aan dat je daarin niet gelijk hebt." 


  


Weten, willen en ….kunnen

Wim Derksen is er in zijn boeken en zijn masterclasses (zie link) heel duidelijk in; de wetenschap (en de ambtenaar) gaan over het 'weten', de politicus over het 'willen'. Hans Brug voormalig DG RIVM neemt - in zijn essay uit de eerder besproken bundel (zie link) - die scheiding in 'weten' en 'willen' zonder morren over en voegt daar nog een derde aan toe, namelijk 'kunnen'.

Daar moest ik aan denken bij de uitspraak van journalist Bob Scholte over PFAS ‘De focus ligt nu erg op versoepeling en symboliek. Terwijl de kernvraag is: hoe krijg je politieke controle over het kapitaal dat deze ellende veroorzaakt?”(zie link naar interview).  En die uitspraak deed me dan weer denken aan het lezen van het opiniestuk over fast fashion (zie link) Volgens de auteur ziet EZK Minister Stientje van Veldhoven geen heil in het actief weren van fast fashion - een vorm van niet 'willen', ik denk dan (is gissen hoor) het zou net zo goed aan vertrouwen in (wettelijk) 'kunnen' kunnen liggen dan aan niet 'willen'. In dat geval zou Bob dus helemaal gelijk hebben.  

Terug naar Hans Brug - 'kunnen' gaat bij hem niet alleen over politiek en beleid maar ook om de doelgroep van beleid. Hij refereert daarbij aan de strijd aan gaan met de voedselomgeving als je af wilt vallen. Hij adviseert dan ook meer gebruik te maken van maatschappij en gedragswetenschappen bij de beleidsvorming. Zo te lezen delen Hans en ik meer dan de liefde voor de podcasts van Steve Mirsky (zie link) 



zondag 26 juli 2026

Pinguïn Fred las De Psychologie van het onderhandelen

Auteur George van Houtem lijkt het zelf alvast goed begrepen te hebben; zijn kleine boekje - grote letters, 152 pagina's - kost maar liefst €25 (ook voor de e-boek-variant, alleen het luisterboek is voor €7 te scoren). Toen het boek eenmaal was uitgekozen door Pinguïn Fred was op slag mijn onderhandelingspositie verdwenen; ik moest het wel kopen. Niet helemaal een straf want het is best een aardig boekje en ik bedenk me zo dat ik het inmiddels al wel heb terugverdiend met slimmere biedingen op Marktplaats. De opdeling in hoofdstukken die de verschillende fasen van het onderhandelen beogen te volgen, geeft wat structuur, al blijft het geheel wat hap/snap aandoen. Ik denk dan ook te zien dat de hoofdstukindeling achteraf door de redacteuren is bedacht. Terug naar Marktplaats; het boekje besteed denk ik terecht veel aandacht aan het ankereffect - waarbij je als onderhandelaar het referentiepunt bepaalt waarlangs de ander jouw voorstel vergelijkt. Van Houtem stelt dat dit met name zo werkt in situaties waarin kennis, informatie of ervaring ontbreekt. Hij claimt (overigens zonder referentie) dat in ongeveer twee derde van de gevallen degene die als eerste het anker zet  -middels een eerste voorstel - een goed onderhandelingsresultaat bereikt. Wat ik zelf ook goed in de oren knoop is dat je openingsbod al niet iets van een compromis bevat; dat was er bij mij ongemerkt wat ingeslopen moest ik tijdens het lezen erkennen. Maar goed het meest senang voel je je toch als je wél over kennis, informatie of ervaring kan beschikken; bijvoorbeeld als op Marktplaats veel exemplaren van hetzelfde artikel worden aangeboden en je je op de laagste prijzen kan richten. Drie bollen voor George. 




Algemene beschouwing over wetenschap en overheidsbeleid

In het eerste essay in de essaybundel Wetenschap en overheidsbeleid (zie link! Geef je op!) gaat Huub Dijsselbloem er gelijk flink tegen aan. Zo worden kennisinstituten gemaand te waken voor inkapseling 'Kennisinstellingen en adviesorganen kunnen consolideren en zodanig deel van het beleidssysteem worden dat ze hun verfrissende rol verliezen en geen adequate balans meer vinden tussen kennis en macht ...een....echokamer waarin experts en instituten die bedoeld waren op kennis van buiten in te brengen, een binnenwand worden die deel wordt van het heen-en-weer kaatsen van geluid'. Poeh, nu ja daar moest ik even aan denken bij het lezen van het opiniestuk (zie link) van Juul Tammenga over de in haar ogen bureaucratische adviezen van de Onderwijsraad waarin uitvoerbaarheid, kosten en risico's volgens Juul niet geadresseerd worden, zoals het idee van een drie jarige brugklas waar scholen en leerkrachten maar uitvoering aan moeten zien te geven. Ik kan het niet volledige beoordelen maar haar argumenten komen goed binnen bij mij. Ook Huub lijkt het bij voorbaat met haar eens te zijn 'een advies kun je niet over de schutting gooien, maar verlangt verantwoordelijkheid en tijd en studie van de gevolgen in de eerste, tweede en volgende rondes'.   


  

Uit de serie "Nooit van gehoord": de wetenschapstoets

Eén van de essays uit de bundel wetenschap en overheidsbeleid (zie link, én ja, je kunt je nog opgeven voor het event op 10 september!) gaat over de wetenschapstoets. En zoals de titel van deze blog doet vermoeden, ik had nog nooit van die toets gehoord. In een moedige poging om het overheidsbeleid meer evidence-based te maken, kunnen wetsvoorstellen op verzoek van een Kamercommissie worden blootgesteld aan een wetenschapstoets waarbij wetenschappers in vier weken tijd een analyse maken van vier pagina's lang om oa de doelmatigheid, doeltreffendheid van de ingezette beleidsinstrumenten te toetsen. Goed beschouwd wordt de toets daar mee een onafhankelijke audit van het beleidskompasformulier. Dat lijkt mij een heel goed idee. Hoewel uit een recente ASA-analyse blijkt dat we het echt al beter doen met het beleidskompasformulier, is er van een diepe vergelijking van beleidsopties en een  deep dive  op doeltreffendheid en doelmatigheid vaak nog geen sprake. De wetenschapstoets wordt overigens nog niet echt vaak toegepast, al heb ik geen volledig overzicht omdat de website waar de wetenschapstoetsen op staan gepubliceerd (parlementenwetenschap.nl) zowel door mijn laptop als mijn Ipad als onveilig wordt beschouwd. Vervelender is de waarneming van de auteurs (Sneller en Duisenberg) dat Kamerleden in hun controlerende werk nog niet zoveel doen met de uitkomsten van de wel uitgevoerde wetenschapstoetsen. Zij stellen dan ook dat het weliswaar een verstandig idee is de ambtelijke en analytische ondersteuning van de Kamer te verhogen, maar 'dat als de Kamerleden niet zelf hun structuur en cultuur aanpakken om de informatie aan te pakken en te vertalen in hun werk,  geen enkele aanvullende analyse iets zal bijdragen aan fact-based politiek en meer evidence-based beleid.' Daar staat wel wat te doen; op verzoek van de Kamer heeft een aantal wetenschappers essays geschreven over de zin of onzin van een fossiel reclameverbod. Het ronde tafelgesprek waarin de wetenschappers hun essays zouden toelichten is geannuleerd wegens onvoldoende aanmeldingen (zie link). Nu heb ik veel begrip voor het meer dan veeleisende werk van een Kamerlid, maar dit is op z'n minst jammer en zou je het zelfs onbeschoft kunnen noemen. 



zondag 12 juli 2026

Opkomstpercentage 127% bij Beschuit met BIT-ontbijt

Een goed getimede computerstoring maakte dat een aantal collega's die woensdagochtend duimen draaiend achter hun bureau zat, (toch maar :-) naar het geweldig gezellige Beschuit met BIT-ontbijt kwam. Waar we normaal gesproken rekening houden met een no show percentage van 33%, kwamen nu in eens meer mensen op draven dan zich hadden opgegeven. En die waren allemaal natuurlijk hartstikke welkom. Het werd zelfs nog wat drukker en gezelliger dan op de foto die tijdens de inloop genomen is. Naast aandacht voor beschuit met aardbei hebben we als BIT onze collega's bijgepraat over de interactief doorklikbare BIT-portfolio (bij mij op te vragen), hebben we het gehad over het werk aan de BIT verankerstrategie en hebben we stil gestaan bij de mooie samenwerking met de Deense Technische Universiteit over rebound effecten (zie link). 



 

Schrijf je in en DOE MEE! aan het live event Pinguin Fred - 10 sept 16.00 uur, Utrecht

Het is je vast niet ontgaan; De Parlementaire Enquêtecommissie Corona is druk bezig met de verhoren en focust daar o.a. specifiek op de thema’s ‘rol van adviseurs’ en ‘afweging, dilemma’s en proportionaliteit’. In verhoorweek vier ging het daarbij over de sluiting van het onderwijs. In de zeer leesbare essaybundel ‘Wetenschap en overheidsbeleid – een spanningsvolle relatie’ (zie link naar gratis download) gaat één van de essays juist hier over; de rol van wetenschap bij de sluiting van het onderwijs tijdens corona. Katy Hofstede van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI)) stelt in haar essay dat de adviezen van het NJI om de scholen juist open te houden niet voldoende overtuigend werden bevonden. Dat betekent in haar ogen dat in het vervolg ‘een kennisinstituut niet alleen kennis moet aandragen, maar ook expliciet moet maken welke overtuigingen of paradigma’s in het publieke debat aanwezig zijn, en hoe die zich verhouden tot de beschikbare wetenschappelijke kennis.’Naast het essay van Katy Hofstede bevat de bundel nog zeventien andere essays over oa samenwerking tussen wetenschap en beleid in de praktijk, en instrumenten voor een betere samenwerking. Heb je je ook voorgenomen deze zomer weer eens wat onder de parasol te lezen? Doe dan mee deze keer met de IenW boekenclub Pinguïn Fred en schijf je dan nu in als essaypitcher van één van de achttien essays uit de bundel Wetenschap en overheidsbeleid. Dat kan via het Live event van Pinguïn Fred (zie link) , op 10 september van 15.30 -17.00 uur in het Rijksvergadercentrum nabij Utrecht CS. Presenteer in twee slides en een strak getimede tijdslimiet de highlights van ‘jouw’ essay en wat we daar als RWS, KNMI, KiM, ILT, beleid enz. vooral (niet) mee moeten doen. 





zondag 5 juli 2026

Het belang van criticality - voortgang in het denken over social tipping points

Eerder schreef ik over de inaugurele rede Words speak louder than actions van Jan Willem Bolderdijk (zie link) en over diens optreden over social tipping points op de Dag van het Gedrag (zie link). Idee achter de social tipping points is dat je eerst al interveniërend vaak langzaam en moeizaam een flinke minderheid aan een nieuw gewenst gedrag moet zien te krijgen, maar dat als je die flinke minderheid eenmaal bereikt hebt, je de rest veel gemakkelijker en sneller meekrijgt. 

Laatst was Sara Constantino (Stanford) te gast bij de vakgroep van Jan Willem en zij presenteerde nieuwe inzichten op het gebied van social tipping point -denken. Ook liet zij een jaloersmakend recent voorbeeld van een social tipping point zien; de adoptie van de elektrische auto in Noorwegen (zie figuur). Maar goed dat was nog niet het vernieuwende. Wel vernieuwend is het gebruik van de term criticality van een systeem. Dat is zeg maar de potentie van een systeem om op een bepaald moment in de tijd te tippen en om te slaan naar een nieuw evenwicht; denk aan (bijna) 100% van de nieuwverkoop is elektrisch (zie figuur). Constantino en collega's waaronder Thijs Bouman (RUG) en Jan Willem betogen dat gedragsinterventies nog niet goed werken als de criticality van een systeem nog niet groot genoeg is. Als beleid moet je daarom aan policy sequencing doen waarbij je eerst de criticality van het systeem moet zien te vergroten, dan het systeem over het tipping point heen moet helpen, vervolgens de transitie goed moet managen en tenslotte het nieuwe evenwicht stevig moet zien te verankeren. Zo lang de eerste twee stappen in één keer te tackelen zijn met een slimme interventiemix is dit nieuwe inzicht nog doenlijk te behappen voor de beleidsmaker. Maar als je moet investeren om de criticality van het systeem te vergroten zonder dat dit zich uitbetaalt in meetbaar nieuw gedrag, wordt het lastig hier geld en enthousiasme voor te organiseren. Maar goed dat dingen lastig zijn, maakt het nieuwe inzicht natuurlijk niet minder juist. 

Dit weekend zowel mijn eerste vegetarisch BBQ hostend, als het nieuws over het Gezondheidsraad advies over alcohol volgend word ik ondertussen razend nieuwsgierig naar de criticality van het systeem 'alcohol drinken' (De GR noemt het nu gebruiken) en die van het systeem 'vlees eten'. Bij beide lijkt de criticality toe te nemen. Maar bij welke van de twee zal de criticality als eerste groot genoeg zijn om met een welgemikte interventie(s) door het tipping point heen schieten? En wanneer dan? Ik voel een poule aan komen :-) 

bron: lezing Sara Constantino
   

zondag 28 juni 2026

Gelezen: How to talk to AI?, Jamie Bartlett

Vorige week zaterdag stond er in NRC een interessante boekbespreking (zie link) over dit boekje. Zo interessant dat ik het boek maar gelijk gekocht en gelezen heb. Sinds we bij ASA-BIT van stagiair Frances een stoomcursus AI hebben ondergaan zijn we bij ASA en BIT niet meer te houden waar het AI aangaat. Zelf ben ik er ook wel van, maar ik merk ook dat ik wat blijf hangen in het schrijven van een in mijn ogen slimme prompt en dan genoegen neem met het eerste antwoord... of niet. Bartlett is hier in ieder geval al een stuk slimmer in. In het prompts schrijven, zeker, maar ook in verder nadenken over wat AI vermag. Zo gaat het over cognitieve overgave, waarbij je je overgeeft aan de superioriteit van AI, over brain fry een soort van vreemde psychologische toestand van verwarring over waar jouw brein ophoudt en de machine begint. Bij het lezen van het boek bemerk ik dat ik nog teveel een novice in het gebruik van AI om ook maar enigszins in de buurt van een risicogroep te komen. Wel interessant om te lezen. Meteen nuttig ook zijn de tips om door te vragen op een antwoord (Wat zijn de zwakke punten?, welke aannames kunnen fout zijn?, Geef stap voor stap aan hoe je tot dit antwoord bent gekomen). Bartlett stelt ook dat we vaak denken dat AI sterk is in feiten en zwak in creativiteit. Volgens hem is het net andersom. Ik denk dat hij een punt heeft...



De (on)doenlijkheid van de tijdelijke tolheffing

Begin dit jaar ben ik eens speciaal door de Blankenburgtunnel gereden om zelf de al dan niet onduidelijke tot tolbetaling- aanzettende-borden te aanschouwen. Nu had ik het makkelijk want ik was bijrijder, ik zat op de uitkijk en behoorde tot de 32% mobilisten van buiten de regio die op de hoogte waren van de tolheffing aldaar. Dat percentage van 32%  zou ik normaal gesproken overigens verzonnen hebben :-), maar nu kon ik het  netjes uit de invoeringstoets overnemen. Tja voor wat het waard is; ik vond de borden rijkelijk aanwezig én heel duidelijk. Maar wat poortjes wél kunnen en borden niet- ook als ze (nog) beter worden - is een fysieke betaaltrigger oproepen. Met de keuze vóór een 'free flow'-systeem  (dus zonder snelheidsreducerende poortjes) kies je - zeker in een land waar helemaal geen toltraditie is  - ongewild ook vóór het genoegen nemen met een suboptimale oproep tot online betaling achteraf. Dat blijkt ook uit de invoeringstoets; slechts 35% van de passanten zonder automatische machtiging betaalde ten tijde van de invoeringstoets op tijd. En er gaat nog veel meer niet helemaal lekker, het rapport van de Nationale Ombudsman die vorige week in het nieuws was liegt er dan ook niet om. Wat ik zelf eigenlijk ook wel erg onderschat heb is dat maar liefst een kwart van de bevolking digitaal minder vaardig is, met daarbij 400.000 mensen die niet zelfstandig kunnen bankieren en 200.000 die geen toegang tot internet hebben. De Ombudsman doet dat haarfijn uit de doeken met daarbij ook nog even aangegeven dat in de Algemene Wet Bestuursrecht is vastgelegd dat er naast online betalen altijd een papieren alternatief moet zijn (tenzij anders wettelijk vastgelegd). Tja en daar is niet in voorzien bij de tolheffing. Wat verder ergerniswekkend is voor mobilisten en ondoenlijk voor de uitvoerders is dat van uit privacy-overwegingen er geen transparante rittenregistratie mag worden bijgehouden, terwijl mensen daar begrijpelijkerwijs wel om vragen. Poeh, ik heb wel te doen met de collega's die hier hard aan werken. Vanzelfsprekend gaat de politiek hierover, maar je kan je afvragen hadden we dit sowieso wel moeten doen; voor twee kleine stukjes snelweg NL tijdelijke tol invoeren?




 

vrijdag 15 mei 2026

Pinguïn Fred leest Beyond Beyond Budgeting

Vanuit het thema bezuinigen zijn we als Pinguïn Fred aangeland bij dit boek van Tom Groot en André de Waal. Met enige tegenzin begon ik aan dit kleine boekje over een op papier toch wel heel saai onderwerp als begroten. Nu, ondanks het feit dat het boekje natuurlijk ook gewoon op papier is gedrukt, is het marginaal minder saai dan je zou verwachten. Het is best vlot geschreven en met 130 niet te grote pagina’s ook heel beknopt te noemen. Ook staat er een hoofdstuk in over de disfunctionele gedragseffecten van begroten, hetgeen ik als gedragoloog zeer op prijs stel. Om met dat hoofdstuk te beginnen. Disfunctionele gedragingen zijn te verdelen in drie groepen: verzet en weerstand tegen het gebruik van budgetten omdat ze niet realistisch, niet werkbaar, of zelfs niet ethisch geacht worden, budgetgericht gedrag waarbij taakuitvoering ondergeschikt wordt aan de budgetlogica (specialisten die geen nieuwe patiënten aannemen omdat het jaarbudget is uitgeput) en manipulatief gedrag waarbij gestuurd wordt op het eigen belang of dat van de afdeling ten koste van dat van de gehele organisatie. Een bijzonder vermelding in het boek is gewijd aan overheidsorganisaties, uit Osborne & Graebler (1992) ‘ Overheidsbudgetten stimuleren managers om geld te verspillen. Als ze hun hele budget niet voor het einde van het fiscale jaar spenderen, gebeuren er drie dingen: ze moeten het budget dat ze uitgespaard hebben teruggeven, ze krijgende volgende jaar minder budget en hun baas scheldt hun uit omdat ze dit jaar teveel budget hebben gevraagd’. Ruim 70% van de bestudeerde organisaties wil het budgetteringsproces reorganiseren. Budgetteren kost te veel tijd, het is geen continu proces, resultaten zijn snel achterhaald, het leidt tot overvragen, versterkt de verticale command- and -control, moedigt aan tot gaming en verkeerd gedrag, zorgt ervoor dat mensen zich ondergewaardeerd voelen en concentreert zich op kostenreductie ipv op waardencreatie. De in het boekje beschreven beyond budgeting benadering waarbij het budgetteringsproces grotendeels overboord gegooid wordt en vervangen door rolling forecasts, balanced score cards en dynamische normen, lijkt niet geschikt voor de overheid. Een Ministerie  komt niet door de in het boekje opgenomen beyond budgeting toets heen oa omdat je duidelijk zelfsturende eenheden nodig hebt. Wel zou je eens zero-based budgeting kunnen overwegen waarbij je ieder jaar de budgetten weer vanaf nul inregelt. Dit in plaats van de budgetten jaarlijks incrementeel te veranderen tov het vorige jaar, waardoor de discussie over geld alleen over de incrementele verschillen gaat en niet over de onderliggende bulk. Maar goed om dat dit nogal bewerkelijk is wordt gesuggereerd zero-based budgeting alleen bij algemene strategische heroriëntatie toe te passen. Ik kom uit op drie bollen voor dit boek.   











vrijdag 8 mei 2026

De Leesjutter 10: Slim reizen - Overal en iedereen met publiek vervoer van deur tot deur

Dit prachtig vormgegeven boekwerk van Marc Buiter en ook Geert Kloppenburg is een mooi vervolg op de Gulden Snelweg (zie blog). Het boekwerk is heel sportief in april in ontvangst genomen door de collega's van DGMo. Sportief, omdat het boekwerk heel kritisch is op de door IenW beleden paradigma's in de beleidsvorming, zij het met enige mildheid voor de medewerker: Net als forenzen volgen de meeste beleidsmakers en onderzoekers - min of meer genoodzaakt door hun beperkte positie en bewegingsruimte - vrijwel dagelijks dezelfde vaste routes langs steeds dezelfde problemen en 'oplossingen' die niet of onvoldoende werken. De schrijvers zijn vooral ook kritisch op pilots om de structurele mismatch tussen vraag en aanbod in het OV aan te pakken, die vormen aldus de auteurs 'een kroniek van een aangekondigde mislukking' omdat ze zo zijn ontworpen dat de schaal, het netwerk en de flexibiliteit van de nieuwe diensten maken dat die vrijwel niet gebruikt worden. Ook mooi is hun inbreng over de nadelen van prijsprikkels. Zo leiden rebound effecten van de spitsheffing in Zweden er toe dat de positieve effecten na enige tijd uitdoven mits je de heffing blijft verhogen en het aanbod van alternatief vervoer verbetert. Soms schieten ze een beetje uit de bocht, maar dat is ze vergeven. Zo wordt gesuggereerd bij het stukje over verregaande verkokering dat er sprake zou zijn van een beleidskoker speciaal voor carpoolen. Dat mocht ik willen :-). Hoe dan ook Buiter en Kloppenburg hebben een heerlijk frisse manier van tegen mobiliteit aankijken en brengen zo en passant het o zo gewenste nieuwe perspectief.  Goed om daar mee aan de slag te gaan. Maar dan niet met aan de voorkant afgeknelde pilots denk ik dan. 

bron: knipsels uit Slim reizen, Marc Buiter.


Conferentie Transitioning away form fossil fuels

Op uitnodiging van Colombia was Nederland cohost van deze eerste veel belovende conferentie (Santa Marta, eind april) over het 'weg bewegen' van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat was hoogtijd ook want deze neergaande afbraakcurve uit het model van Loorbach (zie blog) wordt al decennia lang genegeerd cq van de agenda gehouden door olieproducerende landen. Best wel stoer dus dat Colombia - zelf een olieproducerend land - dit initiatief heeft genomen en dat ging skin in the game gepaard met een nationaal verbod op het uitgeven van nieuwe vergunningen voor steenkool- en oliewinning. De belangrijkste uitkomst van de conferentie is misschien wel dat die sowieso heeft plaatsgevonden en dat er veel landen bij aanwezig waren. Het takeaway-document doet wel wat processerig aan (zie link) - de belangrijkste uitkomst lijkt te zijn dat we dit volgend jaar nog een keer overdoen maar dan in Tuvalu (samen met Ierland), maar het voorafgaand aan de conferentie verschenen position paper (zie link) gaat bemoedigend wat dieper op de inhoud in.  Er worden drie pilaren onderscheiden waarbij voor iedere pilaar staat aangegeven waar de deelnemende partijen het zo ongeveer over eens zijn, waar over nog niet, wat de 'barriers' zijn en de 'enablers'. De eerste pilaar gaat over Het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de structurele economische transformatie die hier voor nodig is. Met daarbij in ieder geval een rol voor carbon-pricing en de noodzaak weg te blijven van - het verraderlijk mooi woord - extractivism. Daarbij zeker ook aandacht voor economische aspecten (better understanding the nature of fossil fuel lock-in) en de social-psychologische aspecten  (the spread of misinformation which contributes to public skepticism and resistance). De tweede pilaar is  Transformatie van vraag en aanbod van fossiele brandstoffen. Met daarbij aandacht voor het belang van een internationaal bindend verdrag om een halt toe te roepen aan  het zoeken naar en het delven/oppompen van nieuwe voorraden fossiele brandstoffen. Dat is natuurlijk de crux en daar komt misschien toch het idee van de carbon-coin nog van pas (zie blog). En tenslotte de derde pilaar Versterken van internationale samenwerking en klimaatdiplomatie. Hierbij moet het gaan om praktische commitment aan maatregelen - zoals het uitfaseren van fossiele subsidies (en reclames zeg ik er dan achteraan) - in plaats van doelen.

     


maandag 27 april 2026

De Leesjutter 9: Nationaal zakelijke mobiliteitsonderzoek. editie 2025

Een vrijdagmiddag leesjutten door de verder lege gangen van de Rijnstraat 8 leverde weer een paar mooie leesjutter-exemplaren op waarvan dit de eerste uit de nieuwe reeks is. Het is heel zielig, maar ik heb dus nog nooit een lease-auto gehad, ook niet in de tijd dat ik bij een adviesbureau werkte. Een wat nieuwe wereld dus voor mij,  maar daar mee des te interessanter. Het is een rapport vol tabellen en grafieken dus dat leent zich voor wat opzienbarende getallen, waarbij ik mij focus op de e-auto (EV):

  • 71% van alle nieuw verkochte EV's wordt zakelijk ingezet.
  • 29% van de bedrijven verplicht zijn leasende medewerkers voor een EV te kiezen. Dat percentage stabiliseert.
  • Door grote bedrijven wordt duurzaamheid minder vaak gezien als onderscheidende keuze, maar als randvoorwaarde waar ze simpelweg niet om heen kunnen. 
  • Het ontbreken van thuislaadmogelijkheden wordt door de meerderheid van bedrijven aangemerkt als obstakel voor verdere EV groei. 
  • Van de zakelijke EV-rijders geeft 76% aan de volgende keer weer voor EV te kiezen. Ruim 60% van de 24% die dat niet doet zou de volgende keer voor een plug-in hybride kiezen (dus niet ruim 60% van alle EV rijders zoals in het voorwoord staat!)
  • Als gevraagd wordt aan de rijders die aangeeft bij de volgende auto niet voor een EV te kiezen, onder welke omstandigheden ze dat zouden heroverwegen zijn dit de antwoorden (zie figuur):  


Bron: Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek 2025

woensdag 22 april 2026

ASA -masterclass Hoe overleef ik een minderheidskabinet?

Prachtige lezing van Paul 't Hart die zich voor de gelegenheid in de wereld van minderheidskabinetten is gedoken. En geloof het of niet, ook daarover is een handvol boeken geschreven.  Hij begon met een survival rate-plaatje dat uit een epidemiologisch lesboek lijkt te komen maar stiekem toch over het overleven van kabinetten zelf gaat. De levensduur van kabinetten met overkoepelende financiële deals met de oppositie, doet niet onder voor die van meerderheidskabinetten. Die zonder deals wel, oeps. Dat neemt niet weg dat er sowieso wel een aantal voordelen van minderheidskabinetten zijn te bedenken. Paul noemde  gezond dualisme, betere deliberatie (meer vrije kwesties buiten dichtgetimmerd regeerakkoord om), energie op wat wél bindt (voorbeeld: issues koppelen tot grote pakketten die tot doorbraken leiden) en kans op oversized issue majority (bij minderheidskabinetten juist vaak grote meerderheden achter wetgeving, dat leidt tot continuïteit over kabinetten heen). Vervolgens ging hij in op wat ambtenaren te doen staan om de drie ambtelijke uitdagingen van minderheidskabinetten - eendrachtig de titel - te overleven (zie foto). Wie gaat al het extra politieke handwerk doen dat nodig is om beleidsvoortgang te maken met een minderheidskabinet? Een politieke assistent gaat dat niet bolwerken zo stelt Paul. Er is zo voorspelt hij al snel sprake van een sluipende politisering van het ambtelijk apparaat omdat DGs en directeuren in het gat moeten springen dat een PA niet kan dichtlopen (als je er tenminste niet voor kiest zoals bijvoorbeeld in Australië designated oliemannetjes aan te stellen; de departemental liason officers). Als DGs en directeuren het zelf moeten gaan doen, verwacht Paul dat dit binnen het ambtenarenapparaat zomaar tot een clash tussen hyperpolitiek en de ambachtelijkheid van het werken met het beleidskompas kunnen leiden. Anders gezegd, als de verleiding van de  top in de rol van politiek oliemannetje te kruipen te groot wordt, dreigt men daar niet meer open te staan voor inhoudelijke signalen uit de onderliggende lijn. En passant kwam Paul nog met wat onderbouwde systeem kritiek. Wat hem betreft moeten we structureel rekening houden met minder vertrouwen in de politiek. Juist dan moet je als politicus doen wat je waar kunt maken en duidelijk zijn over wat niet kan, aldus 't Hart. Dit terwijl - zo ziet Paul - het vermijden van teleurstelling bij kiezer/burger ondertussen een dominant gedragspatroon voor politici is geworden.  

bron: https://theloop.ecpr.eu/ Thürk & Krauss







zondag 19 april 2026

Een overload aan overbelading

Van de week een prachtig door Guus en Siebren begeleid beleidsatelier over overbelading van vrachtwagens bijgewoond. Het openingsrondje rond de vraag Wat denk jij dat de voornaamste oorzaak van overbelading is? liet zien dat veel deelnemers denken dat dit h'm in economische motieven zit; als je als vervoerder meer meeneemt kan je per slot van rekening ook meer verdienen is het idee. Nu blijkt het zo te zijn dat 3/4 van de overtredingen hem zit in een te hoge aslast en niet in een te hoog gewicht. En aan een te hoge aslast valt niet meteen wat te verdienen. Al is mijn conclusie hierover zeker nog niet definitief, lijkt het op het tweede gezicht toch meer aan onwetendheid of onverschilligheid bij het beladen te liggen dan aan gewin (of het moet in gepercipieerde tijdswinst zitten). Dit laat denk ik twee dingen zien: (1) dat SCP een sterk punt lijkt te hebben met het wijzen op de wat eenzijdige mensbeelden van waar uit beleid wordt gemaakt (zie blog link); (2) dat het tijd wordt om eens een gedragsanalyse op verschillende segmenten van vervoerders en verladers te doen om te bezien welke aspecten van capability, opportunity and motivation de neiging tot overbelading verklaren. 



Burgerforums en het verduurzamen van pensioenfondsen

Ik krijg langzaam maar zeker de leeftijd waarop ik dit onderwerp interessant ga vinden :-). Van de week een mooie BINNL lezing van Paul Smeets over een zeer elegant ontworpen burger/deelnemersforum rond verduurzaming van een pensioenfonds. Als je het zorgvuldig representatief samengesteld forum van pensioenfondsdeelnemers drie dagen bij laat praten door ook weer zorgvuldig geselecteerde specialisten, blijken de deelnemers na afloop veel vaker voor duurzaam beleggen te kiezen ook als het rendement daaronder kan leiden. En als je dat de uitkomsten van het forum vervolgens voorlegt aan de hele populatie deelnemers kiezen die ook voor duurzaam beleggen. So far so good, maar de methodologische kritieken - zo kreeg ik online de indruk - begonnen beleefd wat aan te zwellen. Zo begint de populatie forumleden (en uitgaande van representativiteit dus ook de hele populatie deelnemers aan het pensioenfonds) overwegend met de mening 'geen mening'. Vervolgens stemt sowieso maar een zeer beperkt deel van het totaal aantal deelnemers; wellicht juist de mensen die toch al voor meer duurzaamheid waren. Je kan je afvragen zit dat dan wel helemaal in de haak?; in die zin is de uitkomst dan wel representatief. Ik denk zelf: wél in de haak, maar niet representatief en dat hoeft misschien ook niet. Net als een omgekeerde donorregistratie (zie ook link) waar bij je mensen dwingt na te denken over een serieus onderwerp waar ze liever niet over nadenken.  


 

Economiekamer Opschaling productie duurzame brandstoffen voor de luchtvaart

De Economiekamer (met dank aan Tim) van afgelopen vrijdag was weer een heerlijke onderdompeling in een supercomplex dossier. De figuur laat de opgave zien die volgt uit de ReFuelEU-richtlijn. De bijmengverplichting  voor Sustainable Aviation Fuel (SAF) wordt nu nog geheel vervuld met HEFA; SAF op basis van oa frituurvet. Maar omdat je ook maar zoveel friet kunt eten (zegt men), is er een separate bijmengverplichting voor synthetische kerosine als bio-SAFs /e-fuels. Omdat HEFA veel goedkoper is komt de productie van die andere type SAFs niet goed van de grond. Rara wat te doen? Dat was de vraag die centraal stond vrijdag. Terecht werden ook beleidskompas-achtige vragen gesteld als: Wat is  nu eigenlijk precies het marktfalen? Hoe zit het met aandacht voor de nuloptie, niets doen? en welk maatschappelijk doel willen we  bereiken (klimaat en de kansen op negatieve emissies die SAF-productie met CCS opleveren, of strategische autonomie, of iets anders). Maar als die vragen beantwoord zijn (wel doen hoor!) verwacht ik dat er uiteindelijk geen ontkomen is aan overheidsingrijpen. Tijdens de Economiekamer werd een flinke reeks instrumenten voor overheidsingrijpen met elkaar vergeleken. Daarbij bracht Prof Machiel Mulder (RUG) in dat wie effectief wil zijn en het instrumentarium niet al te ingewikkeld wil maken, genereus moet zijn. Aan de collega's van duurzame luchtvaart de taak dit op onderbouwde wijze aan de politiek voor te gaan leggen. De Economiekamer leverde hiertoe in ieder geval een mooie reeks inzichten op. Een kleine bloemlezing:

  • De hoge traptredes in de bijmengverplichting (zie figuur) zijn niet handig om laten we zeggen precies op tijd de juiste hoeveelheid productie op peil te hebben.
  • Er ligt in ieder geval een kans om als Nederland het komende half jaar geld in te gaan leggen in de Europese tweezijdige veiling voor de productie van bio-SAF/e-fuel en daar dan ook veel van te leren (zie link)
  • Als je de huidige vrijwillige nationale extra verplichting voor bijmenging boven op de Europese wil behouden dan zal je, als je het internationale level playing field niet teveel wil verstoren, de volledige onrendabele top af moeten dekken.  
  • DEF zou als launching customer verschil kunnen maken. 
  • De HEFA productie kan nog flink groeien vooral als je andere basismaterialen gaat gebruiken. Ook voor de andere type SAFs vinden nog veel ontwikkelingen plaats. Instrumenten om de productie aan te jagen zouden daarom deels agnostisch voor de toegepaste techniek moeten zijn.
  • Schiphol-deelnemingenbeleid zou ook slim ingezet kunnen worden, maar dat geldt ook Lelystad -dacht ik later - daar zitten DEF en burgerluchtvaart handig bij elkaar en is een positive vibe wellicht ook zeer gewenst. 
  • De (of een) verwachting is dat je uiteindelijk tot een instrumentenmix komt die verandert in de tijd.