zondag 30 september 2018

Sociaal design & de Rijnstraat

Binnenkort ga ik met mijn nieuwe baan als programmamanger Behavioural Insight Team aan de slag (Nieuwtje!) en daar hoort natuurlijk een flinke dosis plezierig inlezen bij. Zo heb ik geleerd dat het in de milieupsychologie niet alleen over de invloed van de mens op het milieu gaat, maar ook over de invloed van het milieu (of de omgeving) op de mens. Tja, dan kom je al snel uit bij het kantoorontwerp van de Rijnstraat. In de architectuur bestaat sinds 1914 een stroming genaamd social design gericht op het verbinden van archtecten en de gebruikers van wat de architecten ontwerpen. Het eeuwfeest van deze stroming lijkt wat aan de ontwerpers en opdrachtgevers van de Rijnstraat voorbij te zijn gegaan. Een paar mooie citaten dan maar: 'architects generally do not discuss their project plans with those that will potentially use a space on a daily basis. Instead, they comminicate with boards of directors or facility managers who usually do not work in the space after it is complete'. 'Rationales for the architect´s decisions are not explained to most users'. 'Some architects assume that if a space is structurally beautiful, occupants will be so impressed with the aesthetics that functionality will take care of itself over time'. 'I rest my case',  maar goed die laatste dat is dan weer een citaat van mijzelf.

Kennis: Masterclass Brede Welvaart

Vorige week mocht ik de masterclass Brede Welvaart begeleiden met daarbij glansrollen voor zowel Bas van Bavel (hoogleraar Transitions of Economy and Society aan de Universiteit Utrecht), Jan Anne Annema (universitair docent aan de Technische Universiteit Delft) en het  publiek dat helemaal los ging in de discussie. Van Bavel heeft oa samen met de Rabobank een Brede Welvaarts Indicator (BWI) ontwikkeld als tegenhanger van het monomane BBP. De geanimeerde discussie ging in wisselende bewoordingen om de vraag of het nu wel of juist niet een goed idee is één contramal van het BBP te gebruiken. Alternatief is namelijk met een dashboard-benadering bestaande uit  deel-indicatoren te werken. Het belangrijkste argument voor één BWI is misschien nog wel dat je met één BWI een helder communiceerbaar alternatief voor BBP in handen hebt. Daarnaast werd gesteld dat je politici met een dashboard als het ware groenlicht  geeft om naar hartelust te gaan shoppen uit verschillende deel-indicatoren. Tegenargumenten zijn: één BWI is te bot (of ongevoelig)  om beleidsvoornemens aan de voorkant te evalueren op hun effect op die ene BWI. Daarnaast werd door sommige betwijfeld of het BBP wel zo almachtig is als voorgesteld. Per slot van rekening ging het laatst in de algemene politieke beschouwing meer over de vermeende effecten van kabinetsbeleid op de koopkracht (ook nogal monomaan)  en niet zozeer over het BBP. Mijn eigen wellicht wat halfslachtige visie is dat je beide nodig hebt, én de BWI én het dashboard. En dat politici shoppen uit de dashboard-deel-indictatoren is wat mij betreft juist hun goed recht, of meer nog hun morele plicht. Dan laten ze namelijk zien welke indicatoren vanuit hun partijpolitieke-ideologie belangrijker zijn dan andere. Zo lang dit shoppen transparant gebeurt zonder de rest van de etalage onzichtbaar te maken of getallen te verdraaien is een politcus goed bezig. Of zoals Wim Derksen in zijn boek Kennis voor beleid stelt de politiek gaat over het 'willen´ en de wetenschap over het ´weten´.    

Gelezen: Pinguin Fred leest Bureaucratie is een inktvis


Onlangs besprak IenW managementboekenclub Pinguin Fred het met de Socratesbeker bekroonde boek Bureaucratie is een inktvis van René ten Bos. Echt een aanrader. Hieronder een ingekorte versie van het op intranet verschenen verslag (helaas alleen voorIenW'ers https://tinyurl.com/ydbuhqgq )
Laten we beginnen met het goede nieuws, het label bureaucraat of ‘inktschijter’  (vandaar de inktivis) zoals Ten Bos ze liefkozend noemt is niet alleen voor rijksambtenaren bestemd.  De bureaucratische wereld strekt zich uit -van fabrieken tot ziekenhuizen en universiteiten en van de Ministeries tot de nationale politie. Bureaucratie als term betekent ongeveer: de heerschappij van het kantoor. En ondanks al het geklaag over bureaucratie gelooft de auteur samen met Weber dat het kapitalisme in het huidige ontwikkelingsstadium helemaal niet zonder bureaucratie kan.
Maar goed daar houdt het goede nieuws wel zo´n beetje op. De bureaucratische ethiek zoals Ten Bos die beschrijft heeft nogal de neiging tot group think te leiden, daar uit die ethiek volgt dat:  'Excellentie op individueel niveau alleen maar leidt  tot instabiliteit op algemeen niveau.’ Ook is er volgens Ten Bos sprake van een soort van dedain jegens ambachtelijkheid: 'De ‘mensenmensen’ onder bureaucraten  hebben een diep wantrouwen jegens ambachtelijkheid en professionalisme. Ze associëren die zaken met eenzaamheid, sociale onhandigheid en gebrek aan communicatie. Ze vinden daarom organisatiesystemen uit die als belangrijkste doel hebben om ambachtelijkheid en succes zoveel mogelijk te ontkoppelen.´  In de zaterdag NRC van vorige week hebben we kunnen lezen dat het daar dan ook spaak loopt met succesvol managen en leiderschap (https://tinyurl.com/y9mntgdr). Ook interessant is Ten Bos´ visie op het mislukken van opschaling en uitrollen. 'Waar productie en consumptie samenvallen, bijvoorbeeld bij het geven van onderwijs of het verlenen van zorg, daar zijn de mogelijkheden tot standaardisatie zeer begrensd en vaak zelfs onwenselijk, want een klap in het gezicht van degene die het werk nog belangrijk vinden.’