Van de week een prachtig door Guus en Siebren begeleid beleidsatelier over overbelading van vrachtwagens bijgewoond. Het openingsrondje rond de vraag Wat denk jij dat de voornaamste oorzaak van overbelading is? liet zien dat veel deelnemers denken dat dit h'm in economische motieven zit; als je als vervoerder meer meeneemt kan je per slot van rekening ook meer verdienen is het idee. Nu blijkt het zo te zijn dat 3/4 van de overtredingen hem zit in een te hoge aslast en niet in een te hoog gewicht. En aan een te hoge aslast valt niet meteen wat te verdienen. Al is mijn conclusie hierover zeker nog niet definitief, lijkt het op het tweede gezicht toch meer aan onwetendheid of onverschilligheid bij het beladen te liggen dan aan gewin (of het moet in gepercipieerde tijdswinst zitten). Dit laat denk ik twee dingen zien: (1) dat SCP een sterk punt lijkt te hebben met het wijzen op de wat eenzijdige mensbeelden van waar uit beleid wordt gemaakt (zie blog link); (2) dat het tijd wordt om eens een gedragsanalyse op verschillende segmenten van vervoerders en verladers te doen om te bezien welke aspecten van capability, opportunity and motivation de neiging tot overbelading verklaren.
KIS en meer
zondag 19 april 2026
Burgerforums en het verduurzamen van pensioenfondsen
Ik krijg langzaam maar zeker de leeftijd waarop ik dit onderwerp interessant ga vinden :-). Van de week een mooie BINNL lezing van Paul Smeets over een zeer elegant ontworpen burger/deelnemersforum rond verduurzaming van een pensioenfonds. Als je het zorgvuldig representatief samengesteld forum van pensioenfondsdeelnemers drie dagen bij laat praten door ook weer zorgvuldig geselecteerde specialisten, blijken de deelnemers na afloop veel vaker voor duurzaam beleggen te kiezen ook als het rendement daaronder kan leiden. En als je dat de uitkomsten van het forum vervolgens voorlegt aan de hele populatie deelnemers kiezen die ook voor duurzaam beleggen. So far so good, maar de methodologische kritieken - zo kreeg ik online de indruk - begonnen beleefd wat aan te zwellen. Zo begint de populatie forumleden (en uitgaande van representativiteit dus ook de hele populatie deelnemers aan het pensioenfonds) overwegend met de mening 'geen mening'. Vervolgens stemt sowieso maar een zeer beperkt deel van het totaal aantal deelnemers; wellicht juist de mensen die toch al voor meer duurzaamheid waren. Je kan je afvragen zit dat dan wel helemaal in de haak?; in die zin is de uitkomst dan wel representatief. Ik denk zelf: wél in de haak, maar niet representatief en dat hoeft misschien ook niet. Net als een omgekeerde donorregistratie (zie ook link) waar bij je mensen dwingt na te denken over een serieus onderwerp waar ze liever niet over nadenken.
Economiekamer Opschaling productie duurzame brandstoffen voor de luchtvaart
De Economiekamer (met dank aan Tim) van afgelopen vrijdag was weer een heerlijke onderdompeling in een supercomplex dossier. De figuur laat de opgave zien die volgt uit de ReFuelEU-richtlijn. De bijmengverplichting voor Sustainable Aviation Fuel (SAF) wordt nu nog geheel vervuld met HEFA; SAF op basis van oa frituurvet. Maar omdat je ook maar zoveel friet kunt eten (zegt men), is er een separate bijmengverplichting voor synthetische kerosine als bio-SAFs /e-fuels. Omdat HEFA veel goedkoper is komt de productie van die andere type SAFs niet goed van de grond. Rara wat te doen? Dat was de vraag die centraal stond vrijdag. Terecht werden ook beleidskompas-achtige vragen gesteld als: Wat is nu eigenlijk precies het marktfalen? Hoe zit het met aandacht voor de nuloptie, niets doen? en welk maatschappelijk doel willen we bereiken (klimaat en de kansen op negatieve emissies die SAF-productie met CCS opleveren, of strategische autonomie, of iets anders). Maar als die vragen beantwoord zijn (wel doen hoor!) verwacht ik dat er uiteindelijk geen ontkomen is aan overheidsingrijpen. Tijdens de Economiekamer werd een flinke reeks instrumenten voor overheidsingrijpen met elkaar vergeleken. Daarbij bracht Prof Machiel Mulder (RUG) in dat wie effectief wil zijn en het instrumentarium niet al te ingewikkeld wil maken, genereus moet zijn. Aan de collega's van duurzame luchtvaart de taak dit op onderbouwde wijze aan de politiek voor te gaan leggen. De Economiekamer leverde hiertoe in ieder geval een mooie reeks inzichten op. Een kleine bloemlezing:
- De hoge traptredes in de bijmengverplichting (zie figuur) zijn niet handig om laten we zeggen precies op tijd de juiste hoeveelheid productie op peil te hebben.
- Er ligt in ieder geval een kans om als Nederland het komende half jaar geld in te gaan leggen in de Europese tweezijdige veiling voor de productie van bio-SAF/e-fuel en daar dan ook veel van te leren (zie link)
- Als je de huidige vrijwillige nationale extra verplichting voor bijmenging boven op de Europese wil behouden dan zal je, als je het internationale level playing field niet teveel wil verstoren, de volledige onrendabele top af moeten dekken.
- DEF zou als launching customer verschil kunnen maken.
- De HEFA productie kan nog flink groeien vooral als je andere basismaterialen gaat gebruiken. Ook voor de andere type SAFs vinden nog veel ontwikkelingen plaats. Instrumenten om de productie aan te jagen zouden daarom deels agnostisch voor de toegepaste techniek moeten zijn.
- Schiphol-deelnemingenbeleid zou ook slim ingezet kunnen worden, maar dat geldt ook Lelystad -dacht ik later - daar zitten DEF en burgerluchtvaart handig bij elkaar en is een positive vibe wellicht ook zeer gewenst.
- De (of een) verwachting is dat je uiteindelijk tot een instrumentenmix komt die verandert in de tijd.
zondag 12 april 2026
Pinguïn Fred leest Voorbereid van Ot van Daalen
In dit boek met de nogal lange ondertitel Zo zien de grootste Nederlandse rampscenario's eruit. Een praktische en journalistieke gids gaat Ot in op zeven rampscenario's: Je hebt geen stroom meer, Je huis staat onder water, Het internet doet het niet, Iedereen in Nederland wordt ziek, Je kunt niet meer pinnen, Stel dat er oorlog komt en Een autocraat grijpt de macht. Zoals Beatrice de Graaf in het nawoord al aangeeft doet hij dat concreet en pragmatisch met aandacht voor wat je zelf kunt doen. Dat laatste raakt aan de term handelingsbeoordeling uit de Protection Motivation Theory (PMT). Handelingsbeoordeling valt uiteen in de gepercipieerde effectiviteit van wat je zelf kan doen, het geloof in eigen vermogen om wat je zelf kunt doen ook echt uit te voeren en de nadelen van dit eigen gedrag. Bij mij loopt het vaak lek op gepercipieerde effectiviteit (dan zit ik drie dagen in die atoombunker en dan?). In het voorwoord gaat Joris Luyendijk los op een ander aspect van de PMT de dreigingsbeoordeling die weer is opgebouwd uit de ingeschatte ernst van het risico en de waarschijnlijkheid dat men denkt slachtoffer te worden. Wat Joris betreft blinkt de Nederlandse overheid én de Nederlander uit in labbekakkerigheid op dit punt. De WRR geeft hem daar overigens in zekere zin gelijk in. Zij gebruiken de term de normalcy bias hetgeen ongeveer hetzelfde betekent (die corona blijft gewoon in Noord-Italie). Terug naar het boek. De rampen staan verdienstelijk beschreven maar ik blijf vaak wat haken op de helaasheid van het individuele handelingsperspectief; drie bollen.
Het was een vitaal gesprek - deel 2 over vitaliteit
Goed verstopt op het leerportaal stond de mogelijkheid je in te schrijven voor het gesprek over vitaliteit met BSR leden (zie mijn blog van vorige week). Dit leverde afgelopen donderdag bij toeval een perfect samengesteld gezelschap op. Zo was er een goede man-vrouw verdeling, oud-jong, verschillende functies, uit de regio en uit Den Haag, beleid, uitvoering en inspectie. Onder de deelnemers ook een vitaliteitsdeskundige, een HR collega, een middenmanager. En ook een management assistente, die inderdaad vaak als geen ander ziet hoe het met iedereen gaat.
Het werd al snel een echt gesprek en tal van zaken
passeerden de revue. Zo hadden we het over de combinatie van hoge werkdruk en
hoge werktevredenheid die vaak uit medewerkerstevredenheidonderzoeken komt. Mensen
zijn dan verknocht aan hun eigen dossiers en als die van wege hoge werkdruk dreigen
weggehaald of geschrapt te worden dan voelt dat toch niet lekker. En als er dan
dossiers geschrapt worden, dan is het zaak dat vervolgens de hele lijn inclusief
de bewindspersonen daar achter staan. Die laatsten moeten dat vervolgens weer
aan de Kamer zien te verkopen. En als stakeholders er dan op aandringen een geschrapte
taak toch weer op te pakken, dan is - sorry voor het van buiten naar binnen denken - toch zaak de taak toch buiten te houden en niet
binnen. Dit alles vereist een rechte rug. Maar goed die had je
toch al nodig om op kantoor arboproof
achter je bureau te zitten. Over kantoor gesproken we hadden het ook even over
het belang van kantoorontmoetingen voor het creëren en onderhouden van ruimte
en vertrouwen om het gesprek over
werkdruk en vitaliteit te blijven voeren.
Licht over mijn woorden struikelend (dat dan weer wel) bleek ik er zo ontspannen bij te zitten dat ik
het spontaan voor de werkende vrouw in de overgang op ging nemen. De overgang en soms
jarenlang slecht slapen is best wel een onbesproken vitaliteitsonderwerp. En de
deeltijdprinsesjes van Sander Schimmelpenninck ga je – in ieder geval voor wat
de jonge moeders betreft – toch wat anders bezien als je leest dat vrouwen over de gehele breedte de afgelopen jaren 17
uur per week meer zijn gaan werken en dat jonge vaders dit compenseren met 0,4
uur per week meer zorgtaken. Heb het niet na kunnen tellen, maar als dit ook
maar een beetje waar is…foei!
Hoe dan ook een prachtig gesprek van ruim een uur waar – zo kwam
ook nog langs – geen e-learning tegen op kan.
maandag 6 april 2026
Opgavegericht werken volgens de boekjes én op de werkvloer
Van de collega's van Kompas IenW kreeg ik een mooi boekwerk van Twijnstra en Gudde (T&G) over opgavegericht werken (OGW). T&G beschouwt OGW niet als een methode, maar als een leidend principe waarin maatschappelijke opgaven continu centraal staan. Dus niet antwoord geven op een vraagstuk vanuit een overheid, maar vanuit de behoefte van een maatschappelijke alliantie of gemeenschap. Wat dat betreft past dat goed bij het Beleidskompas waar immers ook de belanghebbende centraal staat. Omdat OGW geen kant-en-klare oplossing of methodiek is wordt het soms wel wat vaag en ongrijpbaar. Het vraagt in ieder geval een andere manier van werken dan eerst je huiswerk doen en dan naar buiten treden. Naar buiten gaan is je huiswerk om dingen op te halen. Tot zover de boekjes , maar nu de werkvloer. De collega's van de Directie Participatie en wij zelf inmiddels ook - bij het organiseren van beleidsateliers, lopen er tegen aan dat het heel lastig is om beleidscollega's vanuit die nieuwe blik op huiswerk te laten handelen. Dat zit hem denk ik in een wisselend samenspel tussen factoren van de collega zelf (behoefte aan autonomie, onzekerheid, handelingsverlegenheid), van de organisatie ((geen)dekking door de lijn, (perceptie van) beperkte tijd, de oplossing van het probleem staat al in het regeerakkoord, ongeschreven regels, wat vindt de bewindspersoon er van?), maar ook in de belanghebbenden (luidruchtige en lobbyende usual suspects, meestribbelaars). Het is dus ook gewoon moeilijk. De weg voorwaarts is denk ik gaan voor de uitvoering; dus pilotsgewijs aan de gang waarbij je de factoren collega en organisatie op standje samen leren zet. Want zo zegt T&G ook: 'Zonder focus op de uitvoering dreigt opgavegericht werken te verzanden als een interne organisatieontwikkeling'. En nu niet gaan klagen over dat we nu weer gaan pilotten, want zoals Ben Tiggelaar aangeeft 'als pilots een goede manier zijn om te veranderen, waarom ga je er dan niet gewoon mee door?"
Bron: Twijnstra & Gudde
Een hopelijk vitaal gesprek over vitaliteit
Komende donderdag doe ik mee met een aflevering van de gesprekscyclus sociale veiligheid. Met twee bestuursraadleden gaat het gesprek deze keer over vitaliteit. Een mooi en breed onderwerp dat bijvoorbeeld kan gaan over werk-privé balans of de invloed van de kantooromgeving op het welbevinden. Deze invalshoeken wilde ik dan zelf maar niet inbrengen. Het lijkt mij wel een mooie om stil te staan bij de vraag: "Wat staat collega's en organisatie te doen om vitaal de pensioengerechtigde leeftijd te bereiken?". Sinds 2000 is de gemiddelde leeftijd waarmee we daadwerkelijk met pensioen gaan als Nederlanders van 61 naar 66 jaar gestegen en zal de komende jaren nog wat verder toenemen. Niet alleen een indrukwekkend beleidsresultaat, maar ook een opgave dit in goede banen te leiden. Dat maakt deze vraag in mijn ogen best relevant. In een college gaat filosoof Joep Dohmen niet alleen te keer tegen misleidende Zwitser Leven-fantasieën waarin - zo stelt hij het ouder worden gewoon maar ontkend wordt- , maar vat hij ook vier theorieën samen over het ouder worden (niet specifiek over de ouder wordende werknemer). De twee extremen van de vier zijn de onthechtingstheorie - zich vanuit verval langzaam terugtrekken en ruimte maken voor de volgende generatie, en de activiteitentheorie - vooral nieuwe uitdagingen aangaan in beweging zijn en blijven. Daar wat tussen in zitten de continuïteitstheorie - patronen vasthouden en blijven doen wat je altijd al deed en de selectieve optimalisatie en compensatietheorie - onderzoek wat je wilt en wat nog haalbaar en bereik dit met compenserende strategieën en door de inzet van hulpbronnen. Ik weet nog niet welke mij het beste past. Met AI als hulpbron vind ik ook nog zeven strategieën om welzijn en productiviteit van de ouder wordende kantoorcollega te behouden. Waarbij ik in ieder geval de aanbeveling 'stimuleer het nemen van vakantiedagen' een hele goede vind.