zondag 26 juli 2026

Pinguïn Fred las De Psychologie van het onderhandelen

Auteur George van Houtem lijkt het zelf alvast goed begrepen te hebben; zijn kleine boekje - grote letters, 152 pagina's - kost maar liefst €25 (ook voor de e-boek-variant, alleen het luisterboek is voor €7 te scoren). Toen het boek eenmaal was uitgekozen door Pinguïn Fred was op slag mijn onderhandelingspositie verdwenen; ik moest het wel kopen. Niet helemaal een straf want het is best een aardig boekje en ik bedenk me zo dat ik het inmiddels al wel heb terugverdiend met slimmere biedingen op Marktplaats. De opdeling in hoofdstukken die de verschillende fasen van het onderhandelen beogen te volgen, geeft wat structuur, al blijft het geheel wat hap/snap aandoen. Ik denk dan ook te zien dat de hoofdstukindeling achteraf door de redacteuren is bedacht. Terug naar Marktplaats; het boekje besteed denk ik terecht veel aandacht aan het ankereffect - waarbij je als onderhandelaar het referentiepunt bepaalt waarlangs de ander jouw voorstel vergelijkt. Van Houtem stelt dat dit met name zo werkt in situaties waarin kennis, informatie of ervaring ontbreekt. Hij claimt (overigens zonder referentie) dat in ongeveer twee derde van de gevallen degene die als eerste het anker zet  -middels een eerste voorstel - een goed onderhandelingsresultaat bereikt. Wat ik zelf ook goed in de oren knoop is dat je openingsbod al niet iets van een compromis bevat; dat was er bij mij ongemerkt wat ingeslopen moest ik tijdens het lezen erkennen. Maar goed het meest senang voel je je toch als je wél over kennis, informatie of ervaring kan beschikken; bijvoorbeeld als op Marktplaats veel exemplaren van hetzelfde artikel worden aangeboden en je je op de laagste prijzen kan richten. Drie bollen voor George. 




Algemene beschouwing over wetenschap en overheidsbeleid

In het eerste essay in de essaybundel Wetenschap en overheidsbeleid (zie link! Geef je op!) gaat Huub Dijsselbloem er gelijk flink tegen aan. Zo worden kennisinstituten gemaand te waken voor inkapseling 'Kennisinstellingen en adviesorganen kunnen consolideren en zodanig deel van het beleidssysteem worden dat ze hun verfrissende rol verliezen en geen adequate balans meer vinden tussen kennis en macht ...een....echokamer waarin experts en instituten die bedoeld waren op kennis van buiten in te brengen, een binnenwand worden die deel wordt van het heen-en-weer kaatsen van geluid'. Poeh, nu ja daar moest ik even aan denken bij het lezen van het opiniestuk (zie link) van Juul Tammenga over de in haar ogen bureaucratische adviezen van de Onderwijsraad waarin uitvoerbaarheid, kosten en risico's volgens Juul niet geadresseerd worden, zoals het idee van een drie jarige brugklas waar scholen en leerkrachten maar uitvoering aan moeten zien te geven. Ik kan het niet volledige beoordelen maar haar argumenten komen goed binnen bij mij. Ook Huub lijkt het bij voorbaat met haar eens te zijn 'een advies kun je niet over de schutting gooien, maar verlangt verantwoordelijkheid en tijd en studie van de gevolgen in de eerste, tweede en volgende rondes'.   


  

Uit de serie "Nooit van gehoord": de wetenschapstoets

Eén van de essays uit de bundel wetenschap en overheidsbeleid (zie link, én ja, je kunt je nog opgeven voor het event op 10 september!) gaat over de wetenschapstoets. En zoals de titel van deze blog doet vermoeden, ik had nog nooit van die toets gehoord. In een moedige poging om het overheidsbeleid meer evidence-based te maken, kunnen wetsvoorstellen op verzoek van een Kamercommissie worden blootgesteld aan een wetenschapstoets waarbij wetenschappers in vier weken tijd een analyse maken van vier pagina's lang om oa de doelmatigheid, doeltreffendheid van de ingezette beleidsinstrumenten te toetsen. Goed beschouwd wordt de toets daar mee een onafhankelijke audit van het beleidskompasformulier. Dat lijkt mij een heel goed idee. Hoewel uit een recente ASA-analyse blijkt dat we het echt al beter doen met het beleidskompasformulier, is er van een diepe vergelijking van beleidsopties en een  deep dive  op doeltreffendheid en doelmatigheid vaak nog geen sprake. De wetenschapstoets wordt overigens nog niet echt vaak toegepast, al heb ik geen volledig overzicht omdat de website waar de wetenschapstoetsen op staan gepubliceerd (parlementenwetenschap.nl) zowel door mijn laptop als mijn Ipad als onveilig wordt beschouwd. Vervelender is de waarneming van de auteurs (Sneller en Duisenberg) dat Kamerleden in hun controlerende werk nog niet zoveel doen met de uitkomsten van de wel uitgevoerde wetenschapstoetsen. Zij stellen dan ook dat het weliswaar een verstandig idee is de ambtelijke en analytische ondersteuning van de Kamer te verhogen, maar 'dat als de Kamerleden niet zelf hun structuur en cultuur aanpakken om de informatie aan te pakken en te vertalen in hun werk,  geen enkele aanvullende analyse iets zal bijdragen aan fact-based politiek en meer evidence-based beleid.' Daar staat wel wat te doen; op verzoek van de Kamer heeft een aantal wetenschappers essays geschreven over de zin of onzin van een fossiel reclameverbod. Het ronde tafelgesprek waarin de wetenschappers hun essays zouden toelichten is geannuleerd wegens onvoldoende aanmeldingen (zie link). Nu heb ik veel begrip voor het meer dan veeleisende werk van een Kamerlid, maar dit is op z'n minst jammer en zou je het zelfs onbeschoft kunnen noemen. 



zondag 12 juli 2026

Opkomstpercentage 127% bij Beschuit met BIT-ontbijt

Een goed getimede computerstoring maakte dat een aantal collega's die woensdagochtend duimen draaiend achter hun bureau zat, (toch maar :-) naar het geweldig gezellige Beschuit met BIT-ontbijt kwam. Waar we normaal gesproken rekening houden met een no show percentage van 33%, kwamen nu in eens meer mensen op draven dan zich hadden opgegeven. En die waren allemaal natuurlijk hartstikke welkom. Het werd zelfs nog wat drukker en gezelliger dan op de foto die tijdens de inloop genomen is. Naast aandacht voor beschuit met aardbei hebben we als BIT onze collega's bijgepraat over de interactief doorklikbare BIT-portfolio (bij mij op te vragen), hebben we het gehad over het werk aan de BIT verankerstrategie en hebben we stil gestaan bij de mooie samenwerking met de Deense Technische Universiteit over rebound effecten (zie link). 



 

Schrijf je in en DOE MEE! aan het live event Pinguin Fred - 10 sept 16.00 uur, Utrecht

Het is je vast niet ontgaan; De Parlementaire Enquêtecommissie Corona is druk bezig met de verhoren en focust daar o.a. specifiek op de thema’s ‘rol van adviseurs’ en ‘afweging, dilemma’s en proportionaliteit’. In verhoorweek vier ging het daarbij over de sluiting van het onderwijs. In de zeer leesbare essaybundel ‘Wetenschap en overheidsbeleid – een spanningsvolle relatie’ (zie link naar gratis download) gaat één van de essays juist hier over; de rol van wetenschap bij de sluiting van het onderwijs tijdens corona. Katy Hofstede van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI)) stelt in haar essay dat de adviezen van het NJI om de scholen juist open te houden niet voldoende overtuigend werden bevonden. Dat betekent in haar ogen dat in het vervolg ‘een kennisinstituut niet alleen kennis moet aandragen, maar ook expliciet moet maken welke overtuigingen of paradigma’s in het publieke debat aanwezig zijn, en hoe die zich verhouden tot de beschikbare wetenschappelijke kennis.’Naast het essay van Katy Hofstede bevat de bundel nog zeventien andere essays over oa samenwerking tussen wetenschap en beleid in de praktijk, en instrumenten voor een betere samenwerking. Heb je je ook voorgenomen deze zomer weer eens wat onder de parasol te lezen? Doe dan mee deze keer met de IenW boekenclub Pinguïn Fred en schijf je dan nu in als essaypitcher van één van de achttien essays uit de bundel Wetenschap en overheidsbeleid. Dat kan via het Live event van Pinguïn Fred (zie link) , op 10 september van 15.30 -17.00 uur in het Rijksvergadercentrum nabij Utrecht CS. Presenteer in twee slides en een strak getimede tijdslimiet de highlights van ‘jouw’ essay en wat we daar als RWS, KNMI, KiM, ILT, beleid enz. vooral (niet) mee moeten doen. 





zondag 5 juli 2026

Het belang van criticality - voortgang in het denken over social tipping points

Eerder schreef ik over de inaugurele rede Words speak louder than actions van Jan Willem Bolderdijk (zie link) en over diens optreden over social tipping points op de Dag van het Gedrag (zie link). Idee achter de social tipping points is dat je eerst al interveniërend vaak langzaam en moeizaam een flinke minderheid aan een nieuw gewenst gedrag moet zien te krijgen, maar dat als je die flinke minderheid eenmaal bereikt hebt, je de rest veel gemakkelijker en sneller meekrijgt. 

Laatst was Sara Constantino (Stanford) te gast bij de vakgroep van Jan Willem en zij presenteerde nieuwe inzichten op het gebied van social tipping point -denken. Ook liet zij een jaloersmakend recent voorbeeld van een social tipping point zien; de adoptie van de elektrische auto in Noorwegen (zie figuur). Maar goed dat was nog niet het vernieuwende. Wel vernieuwend is het gebruik van de term criticality van een systeem. Dat is zeg maar de potentie van een systeem om op een bepaald moment in de tijd te tippen en om te slaan naar een nieuw evenwicht; denk aan (bijna) 100% van de nieuwverkoop is elektrisch (zie figuur). Constantino en collega's waaronder Thijs Bouman (RUG) en Jan Willem betogen dat gedragsinterventies nog niet goed werken als de criticality van een systeem nog niet groot genoeg is. Als beleid moet je daarom aan policy sequencing doen waarbij je eerst de criticality van het systeem moet zien te vergroten, dan het systeem over het tipping point heen moet helpen, vervolgens de transitie goed moet managen en tenslotte het nieuwe evenwicht stevig moet zien te verankeren. Zo lang de eerste twee stappen in één keer te tackelen zijn met een slimme interventiemix is dit nieuwe inzicht nog doenlijk te behappen voor de beleidsmaker. Maar als je moet investeren om de criticality van het systeem te vergroten zonder dat dit zich uitbetaalt in meetbaar nieuw gedrag, wordt het lastig hier geld en enthousiasme voor te organiseren. Maar goed dat dingen lastig zijn, maakt het nieuwe inzicht natuurlijk niet minder juist. 

Dit weekend zowel mijn eerste vegetarisch BBQ hostend, als het nieuws over het Gezondheidsraad advies over alcohol volgend word ik ondertussen razend nieuwsgierig naar de criticality van het systeem 'alcohol drinken' (De GR noemt het nu gebruiken) en die van het systeem 'vlees eten'. Bij beide lijkt de criticality toe te nemen. Maar bij welke van de twee zal de criticality als eerste groot genoeg zijn om met een welgemikte interventie(s) door het tipping point heen schieten? En wanneer dan? Ik voel een poule aan komen :-) 

bron: lezing Sara Constantino
   

zondag 28 juni 2026

Gelezen: How to talk to AI?, Jamie Bartlett

Vorige week zaterdag stond er in NRC een interessante boekbespreking (zie link) over dit boekje. Zo interessant dat ik het boek maar gelijk gekocht en gelezen heb. Sinds we bij ASA-BIT van stagiair Frances een stoomcursus AI hebben ondergaan zijn we bij ASA en BIT niet meer te houden waar het AI aangaat. Zelf ben ik er ook wel van, maar ik merk ook dat ik wat blijf hangen in het schrijven van een in mijn ogen slimme prompt en dan genoegen neem met het eerste antwoord... of niet. Bartlett is hier in ieder geval al een stuk slimmer in. In het prompts schrijven, zeker, maar ook in verder nadenken over wat AI vermag. Zo gaat het over cognitieve overgave, waarbij je je overgeeft aan de superioriteit van AI, over brain fry een soort van vreemde psychologische toestand van verwarring over waar jouw brein ophoudt en de machine begint. Bij het lezen van het boek bemerk ik dat ik nog teveel een novice in het gebruik van AI om ook maar enigszins in de buurt van een risicogroep te komen. Wel interessant om te lezen. Meteen nuttig ook zijn de tips om door te vragen op een antwoord (Wat zijn de zwakke punten?, welke aannames kunnen fout zijn?, Geef stap voor stap aan hoe je tot dit antwoord bent gekomen). Bartlett stelt ook dat we vaak denken dat AI sterk is in feiten en zwak in creativiteit. Volgens hem is het net andersom. Ik denk dat hij een punt heeft...