Vorige week zaterdag stond er in NRC een interessante boekbespreking (zie link) over dit boekje. Zo interessant dat ik het boek maar gelijk gekocht en gelezen heb. Sinds we bij ASA-BIT van stagiair Frances een stoomcursus AI hebben ondergaan zijn we bij ASA en BIT niet meer te houden waar het AI aangaat. Zelf ben ik er ook wel van, maar ik merk ook dat ik wat blijf hangen in het schrijven van een in mijn ogen slimme prompt en dan genoegen neem met het eerste antwoord... of niet. Bartlett is hier in ieder geval al een stuk slimmer in. In het prompts schrijven, zeker, maar ook in verder nadenken over wat AI vermag. Zo gaat het over cognitieve overgave, waarbij je je overgeeft aan de superioriteit van AI, over brain fry een soort van vreemde psychologische toestand van verwarring over waar jouw brein ophoudt en de machine begint. Bij het lezen van het boek bemerk ik dat ik nog teveel een novice in het gebruik van AI om ook maar enigszins in de buurt van een risicogroep te komen. Wel interessant om te lezen. Meteen nuttig ook zijn de tips om door te vragen op een antwoord (Wat zijn de zwakke punten?, welke aannames kunnen fout zijn?, Geef stap voor stap aan hoe je tot dit antwoord bent gekomen). Bartlett stelt ook dat we vaak denken dat AI sterk is in feiten en zwak in creativiteit. Volgens hem is het net andersom. Ik denk dat hij een punt heeft...
KIS en meer
zondag 28 juni 2026
De (on)doenlijkheid van de tijdelijke tolheffing
Begin dit jaar ben ik eens speciaal door de Blankenburgtunnel gereden om zelf de al dan niet onduidelijke tot tolbetaling- aanzettende-borden te aanschouwen. Nu had ik het makkelijk want ik was bijrijder, ik zat op de uitkijk en behoorde tot de 32% mobilisten van buiten de regio die op de hoogte waren van de tolheffing aldaar. Dat percentage van 32% zou ik normaal gesproken overigens verzonnen hebben :-), maar nu kon ik het netjes uit de invoeringstoets overnemen. Tja voor wat het waard is; ik vond de borden rijkelijk aanwezig én heel duidelijk. Maar wat poortjes wél kunnen en borden niet- ook als ze (nog) beter worden - is een fysieke betaaltrigger oproepen. Met de keuze vóór een 'free flow'-systeem (dus zonder snelheidsreducerende poortjes) kies je - zeker in een land waar helemaal geen toltraditie is - ongewild ook vóór het genoegen nemen met een suboptimale oproep tot online betaling achteraf. Dat blijkt ook uit de invoeringstoets; slechts 35% van de passanten zonder automatische machtiging betaalde ten tijde van de invoeringstoets op tijd. En er gaat nog veel meer niet helemaal lekker, het rapport van de Nationale Ombudsman die vorige week in het nieuws was liegt er dan ook niet om. Wat ik zelf eigenlijk ook wel erg onderschat heb is dat maar liefst een kwart van de bevolking digitaal minder vaardig is, met daarbij 400.000 mensen die niet zelfstandig kunnen bankieren en 200.000 die geen toegang tot internet hebben. De Ombudsman doet dat haarfijn uit de doeken met daarbij ook nog even aangegeven dat in de Algemene Wet Bestuursrecht is vastgelegd dat er naast online betalen altijd een papieren alternatief moet zijn (tenzij anders wettelijk vastgelegd). Tja en daar is niet in voorzien bij de tolheffing. Wat verder ergerniswekkend is voor mobilisten en ondoenlijk voor de uitvoerders is dat van uit privacy-overwegingen er geen transparante rittenregistratie mag worden bijgehouden, terwijl mensen daar begrijpelijkerwijs wel om vragen. Poeh, ik heb wel te doen met de collega's die hier hard aan werken. Vanzelfsprekend gaat de politiek hierover, maar je kan je afvragen hadden we dit sowieso wel moeten doen; voor twee kleine stukjes snelweg NL tijdelijke tol invoeren?
vrijdag 15 mei 2026
Pinguïn Fred leest Beyond Beyond Budgeting
Vanuit het thema bezuinigen zijn we als Pinguïn Fred aangeland bij dit boek van Tom Groot en André de Waal. Met enige tegenzin begon ik aan dit kleine boekje over een op papier toch wel heel saai onderwerp als begroten. Nu, ondanks het feit dat het boekje natuurlijk ook gewoon op papier is gedrukt, is het marginaal minder saai dan je zou verwachten. Het is best vlot geschreven en met 130 niet te grote pagina’s ook heel beknopt te noemen. Ook staat er een hoofdstuk in over de disfunctionele gedragseffecten van begroten, hetgeen ik als gedragoloog zeer op prijs stel. Om met dat hoofdstuk te beginnen. Disfunctionele gedragingen zijn te verdelen in drie groepen: verzet en weerstand tegen het gebruik van budgetten omdat ze niet realistisch, niet werkbaar, of zelfs niet ethisch geacht worden, budgetgericht gedrag waarbij taakuitvoering ondergeschikt wordt aan de budgetlogica (specialisten die geen nieuwe patiënten aannemen omdat het jaarbudget is uitgeput) en manipulatief gedrag waarbij gestuurd wordt op het eigen belang of dat van de afdeling ten koste van dat van de gehele organisatie. Een bijzonder vermelding in het boek is gewijd aan overheidsorganisaties, uit Osborne & Graebler (1992) ‘ Overheidsbudgetten stimuleren managers om geld te verspillen. Als ze hun hele budget niet voor het einde van het fiscale jaar spenderen, gebeuren er drie dingen: ze moeten het budget dat ze uitgespaard hebben teruggeven, ze krijgende volgende jaar minder budget en hun baas scheldt hun uit omdat ze dit jaar teveel budget hebben gevraagd’. Ruim 70% van de bestudeerde organisaties wil het budgetteringsproces reorganiseren. Budgetteren kost te veel tijd, het is geen continu proces, resultaten zijn snel achterhaald, het leidt tot overvragen, versterkt de verticale command- and -control, moedigt aan tot gaming en verkeerd gedrag, zorgt ervoor dat mensen zich ondergewaardeerd voelen en concentreert zich op kostenreductie ipv op waardencreatie. De in het boekje beschreven beyond budgeting benadering waarbij het budgetteringsproces grotendeels overboord gegooid wordt en vervangen door rolling forecasts, balanced score cards en dynamische normen, lijkt niet geschikt voor de overheid. Een Ministerie komt niet door de in het boekje opgenomen beyond budgeting toets heen oa omdat je duidelijk zelfsturende eenheden nodig hebt. Wel zou je eens zero-based budgeting kunnen overwegen waarbij je ieder jaar de budgetten weer vanaf nul inregelt. Dit in plaats van de budgetten jaarlijks incrementeel te veranderen tov het vorige jaar, waardoor de discussie over geld alleen over de incrementele verschillen gaat en niet over de onderliggende bulk. Maar goed om dat dit nogal bewerkelijk is wordt gesuggereerd zero-based budgeting alleen bij algemene strategische heroriëntatie toe te passen. Ik kom uit op drie bollen voor dit boek.
vrijdag 8 mei 2026
De Leesjutter 10: Slim reizen - Overal en iedereen met publiek vervoer van deur tot deur
Dit prachtig vormgegeven boekwerk van Marc Buiter en ook Geert Kloppenburg is een mooi vervolg op de Gulden Snelweg (zie blog). Het boekwerk is heel sportief in april in ontvangst genomen door de collega's van DGMo. Sportief, omdat het boekwerk heel kritisch is op de door IenW beleden paradigma's in de beleidsvorming, zij het met enige mildheid voor de medewerker: Net als forenzen volgen de meeste beleidsmakers en onderzoekers - min of meer genoodzaakt door hun beperkte positie en bewegingsruimte - vrijwel dagelijks dezelfde vaste routes langs steeds dezelfde problemen en 'oplossingen' die niet of onvoldoende werken. De schrijvers zijn vooral ook kritisch op pilots om de structurele mismatch tussen vraag en aanbod in het OV aan te pakken, die vormen aldus de auteurs 'een kroniek van een aangekondigde mislukking' omdat ze zo zijn ontworpen dat de schaal, het netwerk en de flexibiliteit van de nieuwe diensten maken dat die vrijwel niet gebruikt worden. Ook mooi is hun inbreng over de nadelen van prijsprikkels. Zo leiden rebound effecten van de spitsheffing in Zweden er toe dat de positieve effecten na enige tijd uitdoven mits je de heffing blijft verhogen en het aanbod van alternatief vervoer verbetert. Soms schieten ze een beetje uit de bocht, maar dat is ze vergeven. Zo wordt gesuggereerd bij het stukje over verregaande verkokering dat er sprake zou zijn van een beleidskoker speciaal voor carpoolen. Dat mocht ik willen :-). Hoe dan ook Buiter en Kloppenburg hebben een heerlijk frisse manier van tegen mobiliteit aankijken en brengen zo en passant het o zo gewenste nieuwe perspectief. Goed om daar mee aan de slag te gaan. Maar dan niet met aan de voorkant afgeknelde pilots denk ik dan.
bron: knipsels uit Slim reizen, Marc Buiter.
Conferentie Transitioning away form fossil fuels
Op uitnodiging van Colombia was Nederland cohost van deze eerste veel belovende conferentie (Santa Marta, eind april) over het 'weg bewegen' van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat was hoogtijd ook want deze neergaande afbraakcurve uit het model van Loorbach (zie blog) wordt al decennia lang genegeerd cq van de agenda gehouden door olieproducerende landen. Best wel stoer dus dat Colombia - zelf een olieproducerend land - dit initiatief heeft genomen en dat ging skin in the game gepaard met een nationaal verbod op het uitgeven van nieuwe vergunningen voor steenkool- en oliewinning. De belangrijkste uitkomst van de conferentie is misschien wel dat die sowieso heeft plaatsgevonden en dat er veel landen bij aanwezig waren. Het takeaway-document doet wel wat processerig aan (zie link) - de belangrijkste uitkomst lijkt te zijn dat we dit volgend jaar nog een keer overdoen maar dan in Tuvalu (samen met Ierland), maar het voorafgaand aan de conferentie verschenen position paper (zie link) gaat bemoedigend wat dieper op de inhoud in. Er worden drie pilaren onderscheiden waarbij voor iedere pilaar staat aangegeven waar de deelnemende partijen het zo ongeveer over eens zijn, waar over nog niet, wat de 'barriers' zijn en de 'enablers'. De eerste pilaar gaat over Het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de structurele economische transformatie die hier voor nodig is. Met daarbij in ieder geval een rol voor carbon-pricing en de noodzaak weg te blijven van - het verraderlijk mooi woord - extractivism. Daarbij zeker ook aandacht voor economische aspecten (better understanding the nature of fossil fuel lock-in) en de social-psychologische aspecten (the spread of misinformation which contributes to public skepticism and resistance). De tweede pilaar is Transformatie van vraag en aanbod van fossiele brandstoffen. Met daarbij aandacht voor het belang van een internationaal bindend verdrag om een halt toe te roepen aan het zoeken naar en het delven/oppompen van nieuwe voorraden fossiele brandstoffen. Dat is natuurlijk de crux en daar komt misschien toch het idee van de carbon-coin nog van pas (zie blog). En tenslotte de derde pilaar Versterken van internationale samenwerking en klimaatdiplomatie. Hierbij moet het gaan om praktische commitment aan maatregelen - zoals het uitfaseren van fossiele subsidies (en reclames zeg ik er dan achteraan) - in plaats van doelen.
maandag 27 april 2026
De Leesjutter 9: Nationaal zakelijke mobiliteitsonderzoek. editie 2025
Een vrijdagmiddag leesjutten door de verder lege gangen van de Rijnstraat 8 leverde weer een paar mooie leesjutter-exemplaren op waarvan dit de eerste uit de nieuwe reeks is. Het is heel zielig, maar ik heb dus nog nooit een lease-auto gehad, ook niet in de tijd dat ik bij een adviesbureau werkte. Een wat nieuwe wereld dus voor mij, maar daar mee des te interessanter. Het is een rapport vol tabellen en grafieken dus dat leent zich voor wat opzienbarende getallen, waarbij ik mij focus op de e-auto (EV):
- 71% van alle nieuw verkochte EV's wordt zakelijk ingezet.
- 29% van de bedrijven verplicht zijn leasende medewerkers voor een EV te kiezen. Dat percentage stabiliseert.
- Door grote bedrijven wordt duurzaamheid minder vaak gezien als onderscheidende keuze, maar als randvoorwaarde waar ze simpelweg niet om heen kunnen.
- Het ontbreken van thuislaadmogelijkheden wordt door de meerderheid van bedrijven aangemerkt als obstakel voor verdere EV groei.
- Van de zakelijke EV-rijders geeft 76% aan de volgende keer weer voor EV te kiezen. Ruim 60% van de 24% die dat niet doet zou de volgende keer voor een plug-in hybride kiezen (dus niet ruim 60% van alle EV rijders zoals in het voorwoord staat!)
- Als gevraagd wordt aan de rijders die aangeeft bij de volgende auto niet voor een EV te kiezen, onder welke omstandigheden ze dat zouden heroverwegen zijn dit de antwoorden (zie figuur):
Bron: Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek 2025
woensdag 22 april 2026
ASA -masterclass Hoe overleef ik een minderheidskabinet?
Prachtige lezing van Paul 't Hart die zich voor de gelegenheid in de wereld van minderheidskabinetten is gedoken. En geloof het of niet, ook daarover is een handvol boeken geschreven. Hij begon met een survival rate-plaatje dat uit een epidemiologisch lesboek lijkt te komen maar stiekem toch over het overleven van kabinetten zelf gaat. De levensduur van kabinetten met overkoepelende financiële deals met de oppositie, doet niet onder voor die van meerderheidskabinetten. Die zonder deals wel, oeps. Dat neemt niet weg dat er sowieso wel een aantal voordelen van minderheidskabinetten zijn te bedenken. Paul noemde gezond dualisme, betere deliberatie (meer vrije kwesties
buiten dichtgetimmerd regeerakkoord om), energie op wat wél bindt (voorbeeld: issues koppelen tot grote pakketten die tot doorbraken leiden) en kans op oversized issue majority (bij minderheidskabinetten juist vaak grote meerderheden achter wetgeving, dat leidt tot continuïteit over kabinetten heen). Vervolgens ging hij in op wat ambtenaren te doen staan om de drie ambtelijke uitdagingen van minderheidskabinetten - eendrachtig de titel - te overleven (zie foto). Wie gaat al het extra politieke handwerk
doen dat nodig is om beleidsvoortgang te maken met een minderheidskabinet? Een politieke assistent gaat dat niet bolwerken zo stelt Paul. Er is zo voorspelt hij al snel sprake van een sluipende politisering van het ambtelijk apparaat omdat DGs en
directeuren in het gat moeten springen dat een PA niet kan dichtlopen (als je er tenminste niet voor kiest zoals bijvoorbeeld in Australië designated oliemannetjes aan te stellen; de departemental liason officers). Als DGs en directeuren het zelf moeten gaan doen, verwacht Paul dat dit binnen het ambtenarenapparaat zomaar tot een clash tussen hyperpolitiek en de
ambachtelijkheid van het werken met het beleidskompas kunnen leiden. Anders gezegd, als de verleiding van de top
in de rol van politiek oliemannetje te kruipen te groot wordt, dreigt men daar niet meer open te staan voor inhoudelijke signalen uit de onderliggende lijn. En passant kwam Paul nog met wat onderbouwde systeem kritiek. Wat hem betreft moeten we structureel rekening houden met minder vertrouwen in de politiek. Juist dan moet je als politicus doen wat je waar kunt maken en duidelijk zijn over wat niet kan, aldus 't Hart. Dit terwijl - zo ziet Paul - het vermijden van teleurstelling bij kiezer/burger ondertussen een dominant gedragspatroon voor politici is geworden.


