zondag 13 september 2026

Gelezen: ESB-special De Winst van een Schoon Milieu

Dit mag toch heus een ASA-topprestatie genoemd worden; een hele special van 105 pagina's over een schoon milieu (gratis te downloaden link). Heb h'm van kaft tot kaft gelezen en dit haal ik er zoal uit: 

  • Heb met milieukunde dan wel geleerd gekregen dat het NL milieubeleid gestoeld is op het 'de vervuiler betaalt'-principe maar een aantal van de artikelen in deze special demonstreren dat daar in de praktijk maar bar weinig van terecht komt. Met misschien wel als meest pijnlijke concluderende zin in de hele bundel: 'De meest vervuilende sectoren betalen amper voor milieuschade die ze veroorzaken, terwijl ze juist de meeste publieke steun ontvangen' (pagina 90). Vooral de veeteelt en dan met name rundvee komt er slecht uit (pag 88).
  • Een betoog voor smart hub beleid voor Schiphol 'kleiner in de minder rendabele overstapverbindingen, steviger verankerd in de lokale vraag en naar verwachting beter uitlegbaar aan omwonenden en politiek'(niet te verwarren met ant-hubbeleid) (pag 68). Want 'connectiviteit is pas een publiek belang als toegankelijk en betaalbaar is voor wie in Nederland woont, werkt of wil zijn'.   
  • Erwten geven de laagste CO2 eq uitstoot per kg voedsel. Mocht je nog opzoek zijn naar een goed te hachelen vleesvervanger zonder ultraprocessed ingrediënten? (peasmaker ). Beetje jammer dat chocolade en kaas zo slecht scoren (zie pag 61).
  • Veel artikelen verwijzen naar de studie van Sander de Bruyn (ook auteur in deze special) waarin het welvaartsverlies door milieu-emissies voor 2022 geschat wordt op 46 miljard euro. Dat is natuurlijk een duizelingwekkend bedrag, maar echte betaalpijn levert dat bedrag maar niet op (zie ook blog). Of zoals een gewaardeerde collega het laatst zei: 'Als je het voorkomt krijgt niemand het er bij. '. Nou vooruit bij drinkwater is die pijn een heel klein beetje voelbaar omdat we daar veelal itt de milieucompartimenten bodem en lucht, de viezigheid actief en tegen hogen kosten uit moeten verwijderen voor we het willen drinken. Die kosten worden doorberekend aan de klant en zien we in onze rekening. Als we ooit serieus werk willen maken van drinkbare rivieren gaan de kosten nog met ruim een factor 50 omhoog omdat we maar van zo'n slechts1,5-2 procent van het zoete water dat ons land bereikt drinkbaar water maken. 
  • Een uiteindelijk functioneel maar toch ook wat misleidend plaatje waarin met een verspringende schaalverdeling de gemiddelde fijnstofconcentratie per buurt in 2024 vergeleken wordt met die uit 2011. (pag 40). 
  • Ook een methodologisch onderbouwd pleidooi van Miners et al. om milieuverontreiniging en volksgezondheid in economische analyses en beleidsvorming veel meer met elkaar te verbinden. Goed getimed nu VWS en IenW elkaar zo goed gevonden lijken te hebben. 




Weer die vermaledijde kantoortuin

Een recent Vlaams onderzoek (zie link) laat zien dat van wie een eigen werkplek heeft op kantoor 38% graag elke dag naar kantoor gaat. Voor wie een flexplek in een kantoortuin mag uitzoeken is dit maar 13%. Slechts één op de drie mensen kan zich dan ook voldoende concentreren in een kantoortuin. Dit wordt precies zo gevonden in een reeks Nederlandse onderzoeken onder rijksambtenaren (zie overheidslink). Om de kantoortuin nog een beetje leefbaar te houden wordt daarin geadviseerd werkafspraken te maken over bellen, praten en overleggen. Deze onderzoeken laten ook zien dat de voorkeursplek sterk bepalend is voor hoe drukte op kantoor wordt ervaren. Kantoor wordt pas als druk beleefd als je niet kunt zitten waar je wilt. Tja, dat is iets wat bezettingscijfers niet in beeld kunnen brengen. Ondertussen zitten we wel met de gebakken peren. Goed beschouwd zijn we door hippe concept-ontwikkelaars misleid en nu zitten we met die kantoortuinen in de maag. Nog zo'n hip concept (DBFMO) maakt dat het terminal duur is om kantoorgebouwen opnieuw in te delen om de problemen ook echt op te lossen. 

 

Sociale norm en de elektrische auto in het Verenigd Koninkrijk

De afgelopen blogarme weken heerlijk genoten van een auto/wandel-vakantie in Wales. Wat dan opvalt op de weg - naast het grote aantal spookrijders natuurlijk - is dat elektrische auto's daar te herkennen zijn aan een groene band aan de zijkant van de kentekenplaat. Dit is al best lang geleden op vooruitziende wijze bedacht om gemeentes de mogelijkheid te geven eenvoudig te handhaven (parkeer)privileges aan elektrische rijders te geven. Nu gaat het op zich niet zo heel erg goed met de ingroei van elektrische auto's in het VK, maar dit is natuurlijk wel gewoon een heel goed idee geweest. Temeer omdat je - zeker in tijden van hip weggewerkte uitlaten - zo ook de zichtbaarheid en daarmee de sociale norm voor elektrisch rijden steun in de rug geeft. Helaas is het voor ons nu een beetje laat om met speciale kentekenplaten te gaan beginnen. Gelukkig is het ook niet meer nodig, want mijn hypothese is dat we voorbij het tipping point zitten op weg naar 100% elektrisch en dat we zeer binnenkort niet alleen de benzinemarkt in zien zakken maar ook die voor de hybride-auto. 






zondag 9 augustus 2026

Wim Derksen kritisch op het gebruik van modellen

Wim Derksen mag natuurlijk niet ontbreken in de essaybundel over Wetenschap en overheidsbeleid (zie link). De titel van zijn essay is gelijk aan die van de stelling waar het in zijn essay om draait, namelijk: "Er is teveel onderzoek en te weinig kennis". Wat hem betreft zijn er namelijk te weinig mensen op de departementen die de kennis hebben om al dat onderzoek te duiden. Prekend voor mijn parochie stelt hij bijvoorbeeld dat we niet veel weten over het effect van overheidsinterventies op gedrag. Jullie begrijpen hiermee had Wim de punten sowieso al binnen, maar hij scoort nog een extra punt in zijn verklaring voor de door hem gesignaleerde Haagse voorliefde voor modellen; "De uitkomsten van modellen zijn vaak heel eenduidig omdat een gros aan aannames over de werkelijkheid elke twijfel lijkt weg te nemen. Het lijkt erop alsof veel beleidsmakers niet eens het besef hebben dat modellen op (vaak hele zachte) aannames zijn gebaseerd (En op een heel langdurig proces van kalibreren om niet-verwachte en niet-verklaarbare uitkomsten weg te modelleren)." Daar moest ik wel even aan denken toen we als BITters probeerden het SPARK-model te doorgronden. SPARK is een modelinstrumentarium dat de effecten van beleidsmaatregelen op de omvang en samenstelling van het personenautopark kan doorrekenen en daarmee een onderlegger vormt voor ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Ook in dit model wordt flink gekalibreerd en ik ben nog geen gerapporteerde onzekerheidsmarge tegengekomen. De bijsluiter bij het model laat aan vaagheid niets te wensen over; 'de uitkomsten van SPARK moeten niet worden gezien als zekere vooruitberekeningen van de toekomst, maar als ramingen in een situatie van onzekerheid.' Dit geeft de goedbedoelende beleidsmedewerker natuurlijk geen enkel houvast. Zo stuur je de beleidsmaker met modelresultaat maar zonder onzekerheidsmarge natuurlijk het spreekwoordelijke bos in. Met andere woorden Wim heeft denk ik gelijk, met de toevoeging dat ook beleidsmakers mét besef tot modellen veroordeeld lijken.  



  

De Leesjutter 10: Gids - ontwerpen aan onze toekomst

In 2025 is het traject 'Ontwerpen aan onze toekomst' doorlopen op initiatief van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Hiertoe zijn maar liefst 100 ontwerpende onderzoeken geanalyseerd. De nu door mij gelezen gids (zie link) is een synthese van die 100 projecten, die synthese is weliswaar heel leesbaar, maar doet in zijn compactheid de ontwerpers bij voorbaat te kort doet. Desalniettemin slagen de auteurs erin door middel van essays en praktijkvoorbeelden ruimtelijk ontwerp nog eens op de kaart te zetten als verbindend instrument tussen beleid en leefomgeving. Dat is bij mij ook niet zo moeilijk want ik durf mij best wel een fan te noemen van ontwerpend onderzoek. Maar dat terzijde. Het stuk over water en bodem blijft naar mijn smaak een beetje teveel hangen in ecosysteemdiensten, terwijl ik liever wat meer had gezien over verantwoord of juist onverantwoorde buitendijkse woningbouw. Nu Michel Duinmeijer met pensioen is heb ik me ook maar even over het stuk over wonen, werken en bereikbaarheid gestort, maar dat vond ik niet heel bijzonder. Wel bijzonder vond ik het essay over een zorgzame leefomgeving. In haar essay werkt Caroline Newton (TuD) het begrip zorgzame leefomgeving uit in een institutioneel en ruimtelijk arrangement dat drie verwachtingen waar moet maken: (1) Het beschermt en bevordert gezondheid en dagelijks welzijn; (2) Het ondersteunt zelf- en samenredzaamheid door de levensloop heen; en (3) Het verkleint  ongelijkheden actief, via eerlijke verdeling, inclusieve besluitvorming en erkenning van verschil, vooral voor groepen die structureel kwetsbaar worden gemaakt. Wat mij betreft een mooie manier om het fysieke en sociale domein samen te brengen, met ook nog aandacht voor participatie. Dit zou zomaar eens een aanpak kunnen zijn om de aandacht voor milieu en gezondheid blijvend nieuw leven in te blazen,. Dan is het wel zaak dat wij als IenW meer dan nu misschien al het geval is de link met het sociale domein gaan opzoeken.  





 

zondag 2 augustus 2026

9 jaar op de Rijnstraat

Van de week kwam ik er bij toeval achter dat we al weer negen jaar op de Rijnstraat zitten. Tot mijn schande realiseerde ik mij ook dat ik al veel te lang niet meer over het kantoorgebouw geklaagd heb. Excuus! Dat maak ik graag even goed. Gelukkig kon ik van de week mij weer even klaagladen met een dagje in onze kantoortuin. Toffe collega's, supergezellig, maar van enige productiviteit anders dan wat routinematig emailtjes wegtikken kan toch echt geen sprake zijn in een kantoortuin. Vanuit de gedachte 'show don't tell' zou ik nu kunnen volstaan met een link naar het onvolprezen boekwerk van Prof Theo Compernolle (gratis boek link) waarin hij de kantoortuinmythe afbrandt, maar goed ik kan het niet laten toch wat zaken uit zijn boek te benoemen. Productief kenniswerk in een kantooromgeving is alleen mogelijk als er sprake is van acoustic privacy. Geluidsoverlast staat nummer één op negatieve impact op productiviteit, voldoening, motivatie en emotionele uitputting. Hij maakt het in de oplossingssfeer praktisch door onderscheid te maken in 'ik', 'wij' en 'zij' - oplossingen.  Op het 'ik'-niveau: Gaat het om: (1) thuis werken (Check! maar wel met mate); (2) koptelefoons en oordoppen (Check! Hoe groter hoe beter. Deze stralen namelijk ook uit: "Ik wil niet gestoord worden"; .Op het wij-niveau gaat het er vooral om op werkafspraken maken over het gebruik van ruimtes. Je moet ruimtes voor focus en ruimtes voor contact strikt van elkaar scheiden: (1) stiltezones afspreken waar niet gebeld of anderszins gesproken mag worden; (2) praatzone's benutten aanleren je gesprekspartners consequent mee naar de bruine zitjes te nemen. Bij het 'zij' gaat het om het installeren van geluidswerende constructies als belcellen en muurtjes.  Natuurlijk zijn mensen verschillend en de meer introverte-werker zal eerder verstoord zijn dan de meer extraverte medewerker. Compernolle roept zijn lezers op de eerste categorie niet als zeurende zwakkelingen af te schilderen, maar als Early Warning Signals. Voor de jonge generatie reuringzoekers heeft Compernolle nog wel een weetje: "Je kunt denken dat een geanimeerde open office setting jouw intellectuele productiviteit en creativiteit niet hindert, onderzoek toont aan dat je daarin niet gelijk hebt." 


  


Weten, willen en ….kunnen

Wim Derksen is er in zijn boeken en zijn masterclasses (zie link) heel duidelijk in; de wetenschap (en de ambtenaar) gaan over het 'weten', de politicus over het 'willen'. Hans Brug voormalig DG RIVM neemt - in zijn essay uit de eerder besproken bundel (zie link) - die scheiding in 'weten' en 'willen' zonder morren over en voegt daar nog een derde aan toe, namelijk 'kunnen'.

Daar moest ik aan denken bij de uitspraak van journalist Bob Scholte over PFAS ‘De focus ligt nu erg op versoepeling en symboliek. Terwijl de kernvraag is: hoe krijg je politieke controle over het kapitaal dat deze ellende veroorzaakt?”(zie link naar interview).  En die uitspraak deed me dan weer denken aan het lezen van het opiniestuk over fast fashion (zie link) Volgens de auteur ziet EZK Minister Stientje van Veldhoven geen heil in het actief weren van fast fashion - een vorm van niet 'willen', ik denk dan (is gissen hoor) het zou net zo goed aan vertrouwen in (wettelijk) 'kunnen' kunnen liggen dan aan niet 'willen'. In dat geval zou Bob dus helemaal gelijk hebben.  

Terug naar Hans Brug - 'kunnen' gaat bij hem niet alleen over politiek en beleid maar ook om de doelgroep van beleid. Hij refereert daarbij aan de strijd aan gaan met de voedselomgeving als je af wilt vallen. Hij adviseert dan ook meer gebruik te maken van maatschappij en gedragswetenschappen bij de beleidsvorming. Zo te lezen delen Hans en ik meer dan de liefde voor de podcasts van Steve Mirsky (zie link