zondag 25 oktober 2026

Het I en S frame debat

In 2022 publiceerden Nick Chater en Georg Loewenstein een artikel dat sindsdien de gemoederen in de wereld van de gedragologie nogal bezighoudt. Het artikel behelst een soort van zelfkritiek op het vakgebied waar de auteurs ook deel van uit maken. De essentie van de kritiek is dat de gedragologie zich teveel bezighoudt met gedragsverandering van het individu (het i-frame) en te weinig met verandering van het systeem (het S-frame). Waarbij het i-frame beoogt individuen 'betere' keuzes te laten maken binnen een set van vaststaande spelregels (bijv. de betere keuze de snackbar op wilskracht voorbij lopen) en waarbij het S-frame zich richt op het veranderen van de spelregels die het keuzepalet bepalen waar individuen mee te dealen hebben (bijv. vestigingsbeleid gericht op minder snackbars). Vorige week was er een online debat met Chater en Loewenstein aan de ene kant en een aantal criticasters aan de andere kant. Hoewel beschaafd, werd de discussie ook wat venijnig. Het lijkt er daarbij een beetje op dat de auteurs wat als nestbevuilers worden gezien. Hoewel er ook wel terechte kritiek is op het artikel, zo is het onderscheid tussen S en I-frame niet zo scherp als de auteurs doen voorstaan (een valse dichotomie), pakt het in de praktijk vaak zo uit dat ze uiteindelijk grotendeels gelijk hebben. Dat hoeft niet of niet alleen aan tunnelvisie van de gedragologie te liggen of aan  methodes die vooral goed uitvoerbaar zijn op kleine eenvoudig toetsbare interventies (RCT's). Vaker ligt het wat mij betreft aan het vaak beperkte politieke draagvlak voor S-frame interventies. Als we dan bijvoorbeeld even voor de deur van de snackbar blijven staan: zo lang je overgewicht als een individuele keuze blijft zien, hoef je je als politicus ook niet druk te maken over een systeeminterventie en volstaat een niet-werkende campagne waarin nog eens verteld wordt dat je beter een wortel kunt eten dan een frikandel. Tenzij je vindt dat dat dan weer betutteling is, in dat geval doe je gewoon helemaal niets (zo ook voor alcohol zie link).    



zondag 18 oktober 2026

Transitiepijn, risicomoeheid en de zoektocht naar een narratief

Afgelopen donderdag een prachtige sessie voor DGWB begeleid over de Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW). Vijf (soms duo's) van wetenschappers presenteerden aanbevelingen voor de afronding van het nu nog in de conceptfase zijnde NAW. De invalshoeken waren daarbij ruimtelijke ordening, het in beeld brengen van de risico's op financiële schade, gedrag (!) en transitiekunde. Eerst in de middag en later tijdens de avond met bestuurders erbij werd bezien hoe de inzichten van de wetenschappers te benutten. Soms kan dat door ze al rechtstreeks een plek te geven in de tekst, soms door een proceshaakje op te nemen en soms door een kennisvraag te formuleren om die vervolgens op te gaan pakken. Vooral de inzichten over financiële schade kwamen denk ik goed aan (paper bij mij op te vragen) en daarnaast beklijfden twee termen goed: risicomoeheid en transitiepijn. Gedragswetenschapper Anne van Valkengoed (WUR) kwam met de term risicomoeheid. Omdat de mentale ruimte om op risico's te acteren beperkt is stelde zij de vraag: Hoe zorgen we voor langdurige klimaatadaptieve klimaatverandering bij burgers, zonder dat mensen risicomoe worden? Lisa Verwoerd (PBL) kwam met transitiepijn, de pijn die ontstaat wanneer economische belangen en rechtvaardigheid in het geding komen als je van optimalisatie naar transformatie gaat. Juist daarom zijn bestuurders ook zo naarstig op zoek naar een narratief. In zijn proefschrift zegt Kai Bellmann daar over 'A convincing narrative is one that highlights the advantages of climate adaptation while simultaneously outlining the consequence of not adapting.' Maar goed kom daar maar eens geloofwaardig om bij ongelijke verdeling van kosten en baten. Er wordt sowieso nogal in abstracto gesproken over het beoogde wondermiddel narratief, maar dat terzijde. Misschien valt er zowel voor risicomoeheid als transitiepijn nog wat inzicht te putten uit een slide uit Nieuw Zeeland die ik kreeg doorgestuurd.



 

      

Gelezen: Proefschrift over Behavioural System Mapping

Van de week ontving ik het proefschrift van Kai Bellmann (TuD)(zie ook blog)  Navigating Complexity - A Behavioural Systems Approach to Policymakers' Climate Adaptation Decision Making (zie link). Niet in de laatste plaats omdat Kai deelneemt aan de door mij te begeleiden paneldiscussie over Behavioural System Mapping op de Dag van het Gedrag heb ik het poefschrift eens goed gelezen. Dé grote verdienste van Kai is dat hij zich niet richt op de burger of consument (natuurlijk ook heel belangrijk) maar op de onderbelichte rol van de  beleidsmaker als subject van gedragsverandering. Naast tientallen interviews, workshops, Delphi-methode en system mapping waagt hij zich ook aan een beslissingsondersteunend systeem. Daarbij heeft hij goed in de gaten dat het daadwerkelijk gebruikt krijgen van een beslissingsondersteunend system een gedragsuitdaging ansich is. Hieronder een drietal highlights in bullets: 

  • A convincing narrative is one that highlights the advantages of climate adaptation while simultaneously outlining the consequence of not adapting. 
  • Seven key behaviours in climate adaptation policymaking based on their impact and changeability: (1) connect to other internal departments; (2) broaden adaptation focus beyond water issues; (3) engage in regional cooperation; (4) set-up pilot projects on adaptation; (5) communicatie climate adaptation ideas to leadership; (6) emphasise political benefits of adaptation; (7) involve departments in strategy development. 
  • ... suggests that increasing policy makers' reflective abilities can aid them in navigating wicked problems. Metacoginition-focused ...tools could be a pathway to improve decision-making in public administration. (Ik zeg Beleidskompas!)    


Pinguïn Fred leest De Machtscode

Morgen is het weer Pinguïn Fred en dan bespreken we dit zwaarmoedige maar toch ook goed leesbare boek. In de eerste 80% van het boek schetst de auteur een schier oneindige reeks risico's van AI. Dat levert vooral  de neiging op om met een dekentje in een hoek te gaan liggen somberen (dit is vast wat bedoeld wordt met risicomoeheid (zie ook blog) niet te verwarren met, maar toch gelieerd aan cyber security fatigue (zie ook blog). Extra uitdagend met AI is, is dat we tegelijkertijd enthousiast, verslaafd, bezorgd en kwetsbaar zijn. Die combinatie draagt er vast ook aan bij dat we bij AI elke dag het gebruik accepteren zonder regels die het algemene belang bewaken. FOMO (Fear of missing out) maakt dat organisaties, bedrijven, overheden en individuen bang zijn dat ze de boot missen met het gebruik van AI toepassingen en dat draagt natuurlijk ook al niet bij aan een kritische beschouwing. De komende tijd is het 'de combinatie van de technologie, het geld dat er in wordt gepompt en de mensen achter de bedrijven tegenover de agenda en de moed van onze politieke leiders' die bepaalt hoe de risico's zich daadwerkelijk ontvouwen. De mensen achter de bedrijven krijgen daarbij overigens weinig complimenteuze kwalificaties als techno-utopisch, antidemocratisch, anti-Europees en soms fascistisch of techno-fascistisch. Om de lezer nog enigszins uit de depressie te trekken komt de auteur, oud-EU-politicus Marietje Schaake nog wel met een aanpak. Die begint met een nulmeting van onze digitale afhankelijkheid, gevolgd door een stresstest en een strategie om de gevaarlijkste afhankelijkheden aan te pakken en daarna nog veel meer overtuigende stappen (als ze uitgevoerd zouden worden). Als individu kan je ook wat doen, bijvoorbeeld gebruik maken van een Europese chatbot zoals Mistral. Nu gebruik ik die zelf al, maar die scoort dan gek genoeg weer best beroerd op de Transparency Index van het Stanford Institute for Human Centered AI. Omdat ik Marietje's emailadres niet kon bereiken, heb ik Mistral zelf maar eens gevraagd hoe dat zit (zie figuur). 



 



 

zondag 11 oktober 2026

De KRW-doelen vanuit complexiteit bezien

Als je denkt dat het moeilijk is de Kaderrichtlijn Water (KRW)- normen voor stoffen te halen, probeer dan maar eens de ecologische doelen te halen. Want welke maatregelen zorgen ervoor dat de bij een goede ecologische toestand horende planten en diersoorten daadwerkelijk weer in voldoende mate in Nederlandse wateren worden aangetroffen? De maatregel-effectrelaties die je daarvoor zou willen kennen  zijn complex en niet-lineair. Je kunt je voorstellen dat het daarmee niet meevalt om bestuurlijk comfort te verkrijgen voor het financieren van dure (inrichtings)maatregelen met moeilijk voorspelbare uitkomsten. Tijdens het jaarlijkse Emissiesymposium dat ik laatst leidde presenteerde Deltares de voortgang op dit gebied (ja, die is er gelukkig) aan de hand van hun tool de KRW-verkenner. Met machine learning en regression forests proberen zij door de bomen het bos te zien en de voorspellingen beter te maken. Zo is er nu ook meer focus op het in beeld brengen van werkingsmechanismen die helpen om van correlatie naar causale relaties te komen. Verstandig, want je kan je voorstellen dat je liever geld vrijmaakt voor een maatregel waarvan je weet hoe die doorwerkt en dan van een maatregel die onbegrepen een goede modelfit lijkt op te leveren. Zie ook mijn blog (hier) over hoe inzichten toxische druk (mengesle toxiciteit) kunnen helpen om beter te weten in hoeverre chemische stoffen een al dan niet betekenisvolle bijdrage leveren aan een slechte ecologische kwaliteit. 




Ook nadelen aan ‘Vertrouwen in de overheid’

Van de week heb ik Prof. Wilco van Dijk (Universiteit Leiden) geïnterviewd voor de BINNL-webinarserie Aan de Slag met Gedrag. Als geheel al heel interessant wat Wilco te vertellen had (binnenkort terug te zien op, zie link), maar één ding sprong er voor mij tussennuit. Dat was het inzicht dat vertrouwen in de overheid gek genoeg ook zo zijn nadelen kan hebben; je kan er burger namelijk best wel wat gemakzuchtig van worden van dat vertrouwen. Zo blijft het altijd een goed idee om de vooraf ingevulde gegevens in je belastingaangifte te controleren. Wilco bracht dat in beeld in de wereld van de studiefinanciering. Vertrouwen in DUO (zeg maar de uitbetalende instantie van studiefinanciering) correleerde namelijk met gemakzucht; hoe meer vertrouwen, hoe groter de neiging om de als default ingestelde hoogte van de studielening gedachteloos over te nemen. En dat kan dan zomaar leiden tot een hogere lening en rentelast dan eigenlijk nodig is in jouw situatie. Ook op IenW-domeinen geldt dit vast. Denk bijvoorbeeld aan voorbereid zijn op wateroverlast. Blind vertrouwen in de overheid - die regelt het wel voor me - kan dan zomaar tot vermijdbare waterschade leiden als bijvoorbeeld die hoosbui net boven jouw huis naar beneden komt. Met oa de Protection Motivation Theory in de hand  (zie mijn blog over het boek Voorbereid hier) werkt BIT actief mee met DGWB om mensen te bewegen wél voorbereid te zijn; hopelijk met behoud van vertrouwen - dat dan weer wel. 



Gelezen: WRR-verkenning De Toekomst in Beleid

Met dank aan Phylicia dit interessante rapport zitten lezen (zie link). Ik moest daarbij geregeld terug denken aan het boek The Long Run dat ik laatst beblogte (zie hier). Idee van het WRR-rapport is om bij het verkennen van de toekomst eerst eens even goed uit te hoeken wat al wel zeker is. Dat is zo stelt WRR niet alleen methodologisch een goed idee, maar kan ook helpen begrip te genereren voor maatregelen om de uitdagingen van morgen tegemoet te treden. Met de blik op 2050 moet je bij de zekerheden, of ankerpunten zoals WRR ze noemt, denken aan zaken als onze geografische ligging, beperkt beschikbare ruimte, de vastigheid van de gebouwde omgeving en dat de beroepsbevolking van 2050 nu al grotendeels is opgeleid. Bij ankerpunten gaat het verder ook om - oh gedrag - om ons pleistocene brein dat maar niet verandert en de mens als sociaal wezen. Door grote verschuivingen te laten botsen op die ankerpunten krijg je zicht op spanningen die geadresseerd zouden moeten worden. WRR heeft deze aanpak toegepast op zes casussen en dat smaakt naar meer. Misschien moeten we de WRR vragen om met ons te komen oefenen. Dat past mooi bij onze lange lijnen en bij de oproep van de WRR om met hun methodiek een zinvol gesprek over de toekomst te beleggen tussen bewindspersonen, beleidsmakers en strategen. Ik zou wel eens willen oefenen met een fossiel reclame verbod om via de sociale norm ons pleistocene brein wat te adresseren op weg naar effectiever klimaatbeleid. 

En ook nog een paar mooie en best wel kittige citaten:

  • Het debat over toekomstgerichte beleidskeuzes kan niet blijven steken in overheden die legitimiteit proberen te ontlenen aan het garanderen van comfort en koopkrachtplaatjes. Een werkelijk debat over een rechtvaardige verdeling van lasten en lusten blijft zo uit.
  • Overheden zoeken legitimiteit vaak via overlegtafels met gevestigde belangenorganisaties. Dat levert draagvlak op, maar leidt evenzeer tot behoudzucht. Zo ontstaat beleid dat consensus organsiseert en verandering belemmert.  
  • Bovenal vraagt toekomstgericht beleid om politieke moed, scherpe visies, ruimte voor innovaties en instituties die verder kijken  dan de volgende verkiezing of het volgende akkoord. Anders blijft beleid vooral een poging om gisteren zo lang mogelijk vast te houden.