Afgelopen donderdag een prachtige sessie voor DGWB begeleid over de Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW). Vijf (soms duo's) van wetenschappers presenteerden aanbevelingen voor de afronding van het nu nog in de conceptfase zijnde NAW. De invalshoeken waren daarbij ruimtelijke ordening, het in beeld brengen van de risico's op financiële schade, gedrag (!) en transitiekunde. Eerst in de middag en later tijdens de avond met bestuurders erbij werd bezien hoe de inzichten van de wetenschappers te benutten. Soms kan dat door ze al rechtstreeks een plek te geven in de tekst, soms door een proceshaakje op te nemen en soms door een kennisvraag te formuleren om die vervolgens op te gaan pakken. Vooral de inzichten over financiële schade kwamen denk ik goed aan (paper bij mij op te vragen) en daarnaast beklijfden twee termen goed: risicomoeheid en transitiepijn. Gedragswetenschapper Anne van Valkengoed (WUR) kwam met de term risicomoeheid. Omdat de mentale ruimte om op risico's te acteren beperkt is stelde zij de vraag: Hoe zorgen we voor langdurige klimaatadaptieve klimaatverandering bij burgers, zonder dat mensen risicomoe worden? Lisa Verwoerd (PBL) kwam met transitiepijn, de pijn die ontstaat wanneer economische belangen en rechtvaardigheid in het geding komen als je van optimalisatie naar transformatie gaat. Juist daarom zijn bestuurders ook zo naarstig op zoek naar een narratief. In zijn proefschrift zegt Kai Bellmann daar over 'A convincing narrative is one that highlights the advantages of climate adaptation while simultaneously outlining the consequence of not adapting.' Maar goed kom daar maar eens geloofwaardig om bij ongelijke verdeling van kosten en baten. Er wordt sowieso nogal in abstracto gesproken over het beoogde wondermiddel narratief, maar dat terzijde. Misschien valt er zowel voor risicomoeheid als transitiepijn nog wat inzicht te putten uit een slide uit Nieuw Zeeland die ik kreeg doorgestuurd.








