zondag 12 april 2026

Pinguïn Fred leest Voorbereid van Ot van Daalen

In dit boek met de nogal lange ondertitel Zo zien de grootste Nederlandse rampscenario's eruit. Een praktische en journalistieke gids gaat Ot in op zeven rampscenario's: Je hebt geen stroom meer, Je huis staat onder water, Het internet doet het niet, Iedereen in Nederland wordt ziek, Je kunt niet meer pinnen, Stel dat er oorlog komt en Een autocraat grijpt de macht. Zoals Beatrice de Graaf in het nawoord al aangeeft doet hij dat concreet en pragmatisch met aandacht voor wat je zelf kunt doen. Dat laatste raakt aan de term handelingsbeoordeling uit de Protection Motivation Theory (PMT). Handelingsbeoordeling valt uiteen in de gepercipieerde effectiviteit van wat je zelf kan doen, het geloof in eigen vermogen om wat je zelf kunt doen ook echt uit te voeren en de nadelen van dit eigen gedrag. Bij mij loopt het vaak lek op gepercipieerde effectiviteit (dan zit ik drie dagen in die atoombunker en dan?). In het voorwoord gaat Joris Luyendijk los op een ander aspect van de PMT de dreigingsbeoordeling die weer is opgebouwd uit de ingeschatte ernst van het risico en de waarschijnlijkheid dat men denkt slachtoffer te worden. Wat Joris betreft blinkt de Nederlandse overheid én de Nederlander uit in labbekakkerigheid op dit punt. De WRR geeft hem daar overigens in zekere zin gelijk in. Zij gebruiken de term de normalcy bias hetgeen ongeveer hetzelfde betekent (die corona blijft gewoon in Noord-Italie). Terug naar het boek. De rampen staan verdienstelijk beschreven maar ik blijf vaak wat haken op de helaasheid van het individuele handelingsperspectief; drie bollen. 



Het was een vitaal gesprek - deel 2 over vitaliteit

Goed verstopt op het leerportaal stond de mogelijkheid je in te schrijven voor het gesprek over vitaliteit met BSR leden (zie mijn blog van vorige week). Dit leverde afgelopen donderdag bij toeval een perfect samengesteld gezelschap op. Zo was er een goede man-vrouw verdeling, oud-jong, verschillende functies, uit de regio en uit Den Haag, beleid, uitvoering en inspectie. Onder de deelnemers ook een vitaliteitsdeskundige, een HR collega, een middenmanager. En ook een management assistente, die inderdaad vaak als geen ander ziet hoe het met iedereen gaat.

Het werd al snel een echt gesprek en tal van zaken passeerden de revue. Zo hadden we het over de combinatie van hoge werkdruk en hoge werktevredenheid die vaak uit medewerkerstevredenheidonderzoeken komt. Mensen zijn dan verknocht aan hun eigen dossiers en als die van wege hoge werkdruk dreigen weggehaald of geschrapt te worden dan voelt dat toch niet lekker. En als er dan dossiers geschrapt worden, dan is het zaak dat vervolgens de hele lijn inclusief de bewindspersonen daar achter staan. Die laatsten moeten dat vervolgens weer aan de Kamer zien te verkopen. En als stakeholders er dan op aandringen een geschrapte taak toch weer op te pakken, dan is - sorry voor het van buiten naar binnen denken - toch zaak de taak toch buiten te houden en niet binnen. Dit alles vereist een rechte rug. Maar goed die had je toch al nodig om op kantoor arboproof achter je bureau te zitten. Over kantoor gesproken we hadden het ook even over het belang van kantoorontmoetingen voor het creëren en onderhouden van ruimte en vertrouwen  om het gesprek over werkdruk en vitaliteit te blijven voeren.

Licht over mijn woorden struikelend (dat dan weer wel)  bleek ik er zo ontspannen bij te zitten dat ik het spontaan voor de werkende vrouw in de overgang op ging nemen. De overgang en soms jarenlang slecht slapen is best wel een onbesproken vitaliteitsonderwerp. En de deeltijdprinsesjes van Sander Schimmelpenninck ga je – in ieder geval voor wat de jonge moeders betreft – toch wat anders bezien als je leest dat vrouwen  over de gehele breedte de afgelopen jaren 17 uur per week meer zijn gaan werken en dat jonge vaders dit compenseren met 0,4 uur per week meer zorgtaken. Heb het niet na kunnen tellen, maar als dit ook maar een beetje waar is…foei!

Hoe dan ook een prachtig gesprek van ruim een uur waar – zo kwam ook nog langs – geen e-learning tegen op kan.



maandag 6 april 2026

Opgavegericht werken volgens de boekjes én op de werkvloer

Van de collega's van Kompas IenW kreeg ik een mooi boekwerk van Twijnstra en Gudde  (T&G) over opgavegericht werken (OGW). T&G beschouwt OGW niet als een methode, maar als een leidend principe waarin maatschappelijke opgaven continu centraal staan. Dus niet antwoord geven op een vraagstuk vanuit een overheid, maar vanuit de behoefte van een maatschappelijke alliantie of gemeenschap. Wat dat betreft past dat goed bij het Beleidskompas waar immers ook de belanghebbende centraal staat. Omdat OGW geen kant-en-klare oplossing of methodiek is wordt het soms wel wat vaag en ongrijpbaar. Het vraagt in ieder geval een andere manier van werken dan eerst je huiswerk doen en dan naar buiten treden. Naar buiten gaan is je huiswerk om dingen op te halen. Tot zover de boekjes , maar nu de werkvloer. De collega's van de Directie Participatie en wij zelf inmiddels ook - bij het organiseren van beleidsateliers, lopen er tegen aan dat het heel lastig is om beleidscollega's vanuit die nieuwe blik op huiswerk te laten handelen. Dat zit hem denk ik in een wisselend samenspel tussen factoren van de collega zelf (behoefte aan autonomie, onzekerheid, handelingsverlegenheid), van de organisatie ((geen)dekking door de lijn, (perceptie van) beperkte tijd, de oplossing van het probleem staat al in het regeerakkoord, ongeschreven regels, wat vindt de bewindspersoon er van?), maar ook in de belanghebbenden (luidruchtige en lobbyende usual suspects, meestribbelaars). Het is dus ook gewoon moeilijk. De weg voorwaarts is denk ik gaan voor de uitvoering; dus pilotsgewijs aan de gang waarbij je de factoren collega en organisatie op standje samen leren zet. Want zo zegt T&G ook: 'Zonder focus op de uitvoering dreigt opgavegericht werken te verzanden als een interne organisatieontwikkeling'. En nu niet gaan klagen over dat we nu weer gaan pilotten, want zoals Ben Tiggelaar aangeeft  'als pilots een goede manier zijn om te veranderen, waarom ga je er dan niet gewoon mee door?" 


Bron: Twijnstra & Gudde

 

Een hopelijk vitaal gesprek over vitaliteit

Komende donderdag doe ik mee met een aflevering van de gesprekscyclus sociale veiligheid. Met twee bestuursraadleden gaat het gesprek deze keer over vitaliteit. Een mooi en breed onderwerp dat bijvoorbeeld kan gaan over werk-privé balans of de invloed van de kantooromgeving op het welbevinden. Deze invalshoeken wilde ik dan zelf maar niet inbrengen. Het lijkt mij wel een mooie om stil te staan bij de vraag:  "Wat staat collega's en organisatie te doen om vitaal de pensioengerechtigde leeftijd te bereiken?". Sinds 2000 is de gemiddelde leeftijd waarmee we daadwerkelijk met pensioen gaan als Nederlanders van 61 naar 66 jaar gestegen en zal de komende jaren nog wat verder toenemen. Niet alleen een indrukwekkend beleidsresultaat, maar ook een opgave dit in goede banen te leiden. Dat maakt deze vraag in mijn ogen best relevant. In een college gaat filosoof Joep Dohmen niet alleen te keer tegen misleidende Zwitser Leven-fantasieën waarin - zo stelt hij het ouder worden gewoon maar ontkend wordt- , maar vat hij ook vier theorieën samen over het ouder worden (niet specifiek over de ouder wordende werknemer). De twee extremen van de vier zijn de onthechtingstheorie - zich vanuit verval langzaam terugtrekken en ruimte maken voor de volgende generatie, en de activiteitentheorie - vooral nieuwe uitdagingen aangaan in beweging zijn en blijven. Daar wat tussen in zitten de continuïteitstheorie - patronen vasthouden en blijven doen wat je altijd al deed en de selectieve optimalisatie en compensatietheorie - onderzoek wat je wilt en wat nog haalbaar en bereik dit met compenserende strategieën en door de inzet van hulpbronnen. Ik weet nog niet welke mij het beste past. Met AI als hulpbron vind ik ook nog zeven strategieën om welzijn en productiviteit van de ouder wordende kantoorcollega te behouden. Waarbij ik in ieder geval de aanbeveling 'stimuleer het nemen van vakantiedagen' een hele goede vind. 



zondag 29 maart 2026

Klimaatneutrale en circulaire infra - halveer uw afstand, verdubbel uw snelheid op de roadmap

De collega's van DGMo hebben in coproductie met RWS afgelopen vrijdag een trotsmakende netwerkbijeenkomst in Kanaleneiland, Utrecht georganiseerd. Ik mocht het aan elkaar praten en dat was een waar genoegen. Met onder andere aandacht voor:  (1) roadmaps waar wel wat mee gebeurt; (2) een DOE boek KCI met ondersteunende website met landingspagina's voor de verschillende overheden; (3) een uitbreidend samenwerkingsnetwerk met nu ook CROW en NL Ingenieurs; (4) een wethouder die uit de coalitieonderhandelingen wegglipt om een passievolle opening te verzorgen en (5) een indrukwekkende rondleiding langs circulaire, klimaatadaptieve, klimaatneutrale en anderszins slim opgepakte werkzaamheden in Kanaleneiland.  Hoogtepunt was voor de bijdrage van razende reporters die vanuit het land via MS-teams mooie projecten konden laten zien. Met circulaire houten bruggenbouwers in Arnhem en emissieloze baggeraars in Schieland en de Krimpenerwaard. Dat geeft de klimaatbewuste burger moed. Complimenten voor Marc, Jorien, Lidia en Noor. Het zou voor mij te dol zijn om ook een oranje hesje aan te doen, maar ergens op de achterste rij verscholen....




Op weg naar de oplossingenbrainstorm voor het 'no show'- vergaderruimteprobleem

Langzaam maar zeker beginnen de bezuinigingen voelbaar te worden. Vorige week kregen we in een mail van ICT nog een bezuinigende fopkeuze voorgelegd. Het schijnt dat we moeten gaan kiezen tussen of een laptop of een ipad. Waarbij het fopkeuzegehalte erin zit dat je niet arboproof op de ipad kan werken. Maar goed een ander idee is dat we gaan bezuinigen op externe vergaderlocaties. En dat is - in ieder geval op papier - wél een goed idee. Wat natuurlijk in de weg zit is dat op de populaire vergaderdagen onze eigen zaaltjes klem volgeboekt zitten. Tegelijkertijd weten we ook dat collega's vaak zaaltjes reserveren en vervolgens niet op komen dagen. De 'no shows'. Afgelopen maandag middag heb ik weer eens een meting gedaan door met opschrijfboekje langs alle vergaderzalen op de vierde en vijfde verdieping te lopen. Dat leverde het volgende beeld op: Er was één kleine zaal op de vijfde verdieping beschikbaar, die stond op groen. Daar zat iemand in z'n eentje te werken. In zeven gereserveerde zalen zat ook telkens één persoon. Die 7+1 collega's vallen hoogst waarschijnlijk  allen onder de categorie 'gelegenheidskraker'; een vorm van slim goed te keuren gedrag. In elf gereserveerde zalen zaten wel wat mensen maar in hoeveelheden ruim lager dan 25% van de capaciteit van de zaal.  Dat zijn of krakers of mensen die een te grote zaal geboekt hebben (misschien omdat de kleine al gereserveerd waren?). Het leek me beter om niet bij iedere zaal naar binnen te lopen om naar de reden te vragen :-). Maar liefst vijftien zalen waren geboekt en leeg, en nee ik heb de zalen die op 'opruimen' stonden daarbij niet meegeteld. Tja dit lijkt me voor verbetering vatbaar. Mensen zeggen hun reserveringen klaarblijkelijk lang niet altijd af. En als ze dat kort voor een vergadering wel zouden doen is het maar de vraag wat je daar aan hebt. Juist door de drukte wil je ruim van te voren wat inplannen voor je gasten van buiten. Als BIT gaan we woensdag met de studenten eens ontzettend brainstormen over mogelijke oplossingen. Mocht het op shaming aankomen....ik heb voor de zekerheid al een reeks 'no show'-foto's gemaakt. Ander ideeën ook zeer welkom.  






SKIA midterm review happening

Nu ja de SKIA dus. Voor veel collega's bij beleid is de SKIA een beetje the thing you love to hate - er is wel een soort van besef van nut, maar echt zin hebben ze er niet in. Als ASA is het dus zaak om een soort van empathisch wanhopig optimisme uit te stralen in deze. Daar waren we woensdag dan ook lekker mee bezig in een - laat ik zeggen - niet helemaal gevulde multipurpose room. Dat gezegd hebbende de sfeer was goed en ook mooi dat er weer flink wat frisse meedenkers aanwezig waren. Dit bleek al tijdens de openingsronde toen we de deelnemers vroegen op te schrijven welke DG-overstijgende vragen toch echt opgepakt moeten gaan worden. Na enig minuten hadden we een goede oogst met daarbij opvallend veel vragen over hoe om te gaan met de beperkte fysieke ruimte waar alle maatschappelijke functies samen komen. Ook aandacht voor wat we nu precies met citizen science willen en met AI. Veel van die vragen behoeven niet zozeer met duur onderzoek opgepakt te worden. Het gaat er dan veel meer om hoe we binnen ons dagelijks werk bijvoorbeeld met AI om willen gaan als bureau-ambtenaren. Vandaar ook het aanbod van ASA om vragen op te pakken met Kenniskamers, economiekamers, masterclasses en andere misschien ook community of practice achtige samenscholingen. Chronocentrisme (zie link) maakt dat we eigenlijk altijd wel zeggen dat er in twee jaar tijd (sinds het verschijnen van de SKIA in 2024) een hoop veranderd is. Maar deze keer is het ook echt zo :-). Vandaar dat het ook mooi uitpakte om in twee groepen door te praten. De ene groep formuleerde waarachtig gevoelde DG-overstijgende kennisvragen bij de in beeld gebrachte trends van de afgelopen twee jaar. De andere groep dacht na over creatieve vormen om bestaande en kersverse SKIA vragen uit de openingsronde op te pakken. Een mooie sessie.