Vanuit het thema bezuinigen zijn we als Pinguïn Fred aangeland bij dit boek van Tom Groot en André de Waal. Met enige tegenzin begon ik aan dit kleine boekje over een op papier toch wel heel saai onderwerp als begroten. Nu, ondanks het feit dat het boekje natuurlijk ook gewoon op papier is gedrukt, is het marginaal minder saai dan je zou verwachten. Het is best vlot geschreven en met 130 niet te grote pagina’s ook heel beknopt te noemen. Ook staat er een hoofdstuk in over de disfunctionele gedragseffecten van begroten, hetgeen ik als gedragoloog zeer op prijs stel. Om met dat hoofdstuk te beginnen. Disfunctionele gedragingen zijn te verdelen in drie groepen: verzet en weerstand tegen het gebruik van budgetten omdat ze niet realistisch, niet werkbaar, of zelfs niet ethisch geacht worden, budgetgericht gedrag waarbij taakuitvoering ondergeschikt wordt aan de budgetlogica (specialisten die geen nieuwe patiënten aannemen omdat het jaarbudget is uitgeput) en manipulatief gedrag waarbij gestuurd wordt op het eigen belang of dat van de afdeling ten koste van dat van de gehele organisatie. Een bijzonder vermelding in het boek is gewijd aan overheidsorganisaties, uit Osborne & Graebler (1992) ‘ Overheidsbudgetten stimuleren managers om geld te verspillen. Als ze hun hele budget niet voor het einde van het fiscale jaar spenderen, gebeuren er drie dingen: ze moeten het budget dat ze uitgespaard hebben teruggeven, ze krijgende volgende jaar minder budget en hun baas scheldt hun uit omdat ze dit jaar teveel budget hebben gevraagd’ Ruim 70% van de bestudeerde organisaties wil het budgetteringsproces reorganiseren. Budgetteren kost te veel tijd, het is geen continu proces, resultaten zijn snel achterhaald, het leidt tot overvragen, versterkt de verticale command- and -control, moedigt aan tot gaming en verkeerd gedrag, zorgt ervoor dat mensen zich ondergewaardeerd voelen en concentreert zich op kostenreductie ipv op waardencreatie. De in het boekje beschreven beyond budgeting benadering waarbij het budgetteringsproces grotendeels overboord gegooid wordt en vervangen door rolling forecasts, balanced score cards en dynamische normen, lijkt niet geschikt voor de overheid. Een Ministerie komt niet door de in het boekje opgenomen beyond budgeting toets heen oa omdat je duidelijk zelfsturende eenheden nodig hebt. Wel zou je eens zero-based budgeting kunnen overwegen waarbij je ieder jaar de budgetten weer vanaf nul inregelt. Dit in plaats van de budgetten jaarlijks incrementeel te veranderen tov het vorige jaar, waardoor de discussie over geld alleen over de incrementele verschillen gaat en niet over de onderliggende bulk. Maar goed om dat dit nogal bewerkelijk is wordt gesuggereerd zero-based budgeting alleen bij algemene strategische heroriëntatie toe te passen. Ik kom uit op drie bollen voor dit boek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten