In dit momenteel in de USA populaire boek, nemen auteurs Ezra Klein en Derek Thompson de Amerikaanse politiek nog eens goed onder de loep. Zij affichering zich met de Democraten, maar kiezen ervoor - misschien juist daarom wel - de Democraten kritisch te beschouwen. De auteurs voelen zich wat ingeklemd tussen progressieven die bang zijn voor groei en conservatieven die allergisch zijn voor een interveniërende overheid, die probeert innovatie en groei aan te jagen. Terwijl Mazzucato de onmisbare rol van de overheid in deze toch overtuigend heeft aangetoond (zie link). Met degrowth hebben ze niets (zie ook link). Ze zien dit meer als een anti-materialistische beweging dan als een manier om het klimaat te redden. Zij erkennen dat vlees eten een megaprobleem is (ook in de USA is de helft van alle grond landbouwgrond en driekwart daarvan is voor vee en veevoerproductie bestemd) maar zij zien niet voor zich dat de politiek dit aan gaat pakken. Opoffering en schaarste zien zij als verliezende strategieën, want voor een politiek verhaal heb je narratief van het goede leven nodig. Dat sociaal-politieke argument onderbouwen ze, maar hoe we dan met de (planetaire) grenzen van de fysica om moeten gaan blijft wat onbesproken. Hoe dan ook, zij zien maar één weg vooruit: volop inzetten op overvloedige duurzame energie tegen een lage prijs, door slimme uitvindingen, maar vooral door daadwerkelijke toepassing en opschaling van die uitvindingen. De auteurs introduceren de zogenoemde Eureka-mythe; het blindelings vertrouwen dat de markt altijd zonder hulp van de overheid nieuwe technologie succesvol op kan schalen. In de weg zittende wetgeving vooral in progressieve staten in de USA houdt de daadwerkelijke toepassing van technologie in de fysieke ruimte tegen. Democraten hebben - aldus de auteurs - teveel de neiging om goed bedoelde doelen te stapelen zodat - fataal integraal - er niets meer van de grond komt. Daarom lukt het ook niet om in Californië 500 mijl hogesnelheidslijn aan te leggen in de tijd dat China 23000 mijl aanlegt. Inmiddels zijn ze daar in Californië al meer dan 10 jaar bezig met een MER die maar niet afkomt. Dat Amerika hier niet uniek in is blijkt uit een aangehaalde OECD studie waaruit blijkt tussen 1996 en 2019 in 55% van 29 bestuurde landen de productiviteit in de constructiesector is gedaald. Tijd voor een crisiswetmodel geven ze aan, waar bij dan bepaalde type projecten op een fast track gezet worden. Het regeerakkoord lezende ga je bijna denken dat de Nederlandse politiek het boek ook al gelezen heeft (crisiswet netcongestie). Misschien hebben ze het hoofdstuk over het combineren van push (subsidies) en pull (advance market commitments) maatregelen om uitvinding en opschaling van een eigen AI-sector aan te jagen, ook wel gelezen. Er is daarentegen door de schrijvers van het regeerakkoord één verwijzing naar een studie wat over het hoofd gezien: "Uit onderzoek is gebleken dat het het toevoegen van één ambtenaar per duizend inwoners bij state departments of transportation de kosten van de aanleg van een km snelweg met 26% doet dalen".
Geen opmerkingen:
Een reactie posten