Momenteel ben ik vooral nog ontzettend bezig met het gereed maken van mijn huis voor de energietransitie. Na de zonnepanelen en de zoldervloerisolatie zijn nu onze spouwloze buitenmuren aan de beurt. Als de voorzetwanden staan heb ik zowaar energielabel B bereikt. Niet slecht als je weet dat we begonnen zijn met de G van geweldig. Al met al best een dure grap, maar als ik The Economist (zie link) mag geloven vallen deze kosten in het niet bij het klimaatproof maken van huizen. Althans als je naar de wereldwijde huizenvoorraad kijkt. De risico'szijn natuurlijk niet gelijk verdeeld, maar het voorbeeld dat hiervoor in het artikel wordt gebruikt stemt niet gerust: 40% van de onroerendgoed waarde van Amsterdam kan verdampen als gevolg van de fysieke risico's van klimaatverandering tegenover 7% van die van Tokyo. Paalrot als gevolg van dalende grondwaterstanden wordt hier bij als één van de probleemveroorzakers voor Amsterdam aangewezen. De waarde van klimaatkwetsbare huizen blijken pas te dalen nadat een ramp optreedt. De economen van het gelijknamige blad vinden dat zorgelijk omdat overgewaardeerde huizen de financiele markten kwetsbaar maken. Ze waarschuwen dan ook dat hoe langer overheden uit electorale overwegingen huiseigenaren tegen financiele risico's van schade blijven beschermen, hoe groter die risico's worden.
zondag 5 mei 2024
Carbon lock-in & de auto als complot
In tegenstelling tot de ander klimaatdomeinen schiet het met mobiliteit niet echt lekker op met het halen van de klimaatdoelen. Volgens de schrijvers van het reviewartikel The poltical economy of car dependence (zie link) zit hem dat in de zogenoemde carbon lock-in. Zeg maar het elkaar gevangen houden van technologische, institutionele en sociale krachten die tot politieke inertia leiden in de klimaataanpak. Misschien te zien als een uitgebreide versie van het begrip rebound effect. Volgens de auteurs zit die lock-in hem dan weer in: (1) de rol van van de integrale socio-technische aspecten van (infra)voorzieningen; (2) het opportunistisch gebruik van tegenstrijdige economische argumenten ten faveure van aanleg en vervanging en renovatie; (3) het optrekken van een apolitieke facade rond pro-auto besluitvorming; en (4) de inkapseling van de staat en andere spelers door het complex van autoafhankelijke transportsytemen. Dat is natuurlijk een hele mondvol en je hoeft het hier ook niet meteen mee eens te zijn, maar lezenswaardig is het artikel zondermeer. Niet in de laatste plaats door de toepassing van een economische benadering genaamd systens of provisioning approach waarbij sociale, culturele en technische apsecten worden gecombineerd met economische aspecten van het beschikbaar maken van voorzieningen. Bij deze aanpak wordt consumptie meer in relatie tot productie beschouwd. Al met al een mooie aanvulling op de eerdere studie van de filosofen (zie link), de KiM-studie over wijdverbreid autobezit (zie link) en de mooie scriptie van een mobiliteitscollega uit Utrecht (zie link)
zaterdag 4 mei 2024
Pinguïn Fred leest van Waarnemen naar waarmaken
Komende dinsdag bespreken we Paul Kloosterboer's boek Van Waarnemen naar Waarmaken - expeditie naar Waarde met professionals. Het boek is winnaar van een boekenprijs voor organsatie-advies, maar van mij had die de prijs niet gekregen. Het is dan ook geen beste binnenkomer om in het boek nogal makkelijke kritiek te uiten op het achtfasenproces van John Kotter nota bene de naamgever van Pinguïn Fred (zie link en link) Veel theorie en theorettes die voor de lezer lastig herleidbaar worden toegepast op organisatevraagstukken van bijvoorbeeld de Triodosbank en het ziekenhuis waar ik geboren ben. Dieptepunt daarbij is de verhandeling over secundaire emoties en neurale paden. Die klinkt heel belangrijk, maar lijkt vervolgens niet tot nauwelijks gebruikt te worden in de casussen. Wat ook niet helpt is de metafoor van de expeditie die op gezochte wijze door het hele boek heen uitgemolken wordt. Best negatief dus. Maar gelukkig ook wat lichtpunten. Het eerste hoofdstuk dat in gaat op individele en institutionele belemmeringen voor strategisch leren is sterk en blijkt in niet onbelangrijke mate over me- en onszelf te gaan: "Ze (kenniswerkers) zijn allergisch voor alles wat riekt naar de 'vier boze B's': bureaucratie, bazen, beleid en budget". Ook de toepassing van de term pocket veto (ja zeggen, nee doen) is ons niet vreemd. Dankzij hoofdstuk 1 weet de schrijver nog net twee ballen te scoren.
zaterdag 27 april 2024
Op zoek naar een bestickerde werkplek
De collega's van huisvesting hebben op de Rijnstraat allerlei kleurige stickers op werkruimtes geplakt om nog eens uit te leggen waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn. Zo blijk je maar een kwartier in zo'n dure belcel te mogen zitten terwijl er toch zeker voor 22 minuten zuurstof beschikbaar is. Ook wel bijzonder is dat de stickers bestemmingen 'individuele focusruimte' (voor kort gebruik) en 'individuele overlegruimte' (alternatief belcel) nogal rigoreus op de éénpersoonskamers met een preferente werkplek zijn geplakt. Op intranet ben ik er achter gekomen dat het hier een experiment betreft. Binnen dit experiment zijn ook twee nieuwe gedragsregels ontwikkeld: "(1) Je mag een onbezette werkplek in gebruik nemen ook als er spullen liggen. Als de vorige gebruiker binnen 15 minuten terugkomt, zoek je een andere werkplek; (2) je gebruikt op kantoor één werkplek tegelijk; een overlegplek is ook een werkplek. Mocht je dus een overleg hebben dan laat je de plek die je verlaat ook leeg achter voor een ander." Op intranet verrassend veel en zo goed als zonder uitzondering, negatieve reacties. Te beginnen met reacties op de intranettekst 'helaas we krijgen geen extra ruimte op de Rijnstraat', ook veel reacties op de mogelijke ongezellige uitwerking van de 15 minuten-grens en één iemand dacht dat het hier een 1 april-grap betrof :-). Tja, terwijl het toch ook wel weer een moedige poging is onze sloppy bureau-etiquette wat te disciplineren. De twee gedragsregels illustreren daarbij overigens een mooi gedragsprincipe; het vaak gapende gat tussen de injunctieve norm (het opgeschreven - en in dit geval moeilijk terug te vinden - gewenste gedrag) en de descriptieve norm (het daadwerkelijk waarneembare gedrag). Ik denk dat we hier iets mee moeten. Ik klaag ook graag over het kantoor, maar het kan toch niet zo zijn dat we ons kantoor dimensioneren op de piekbezetting op dinsdag- of donderdagochtend 11.00 uur. Ook om het spitsmijden in het OV (prachtig onderzoek van BIT-Judith) een kans te geven moet je met elkaar zien te regelen dat als je na 9.23 uur op kantoor aankomt, je niet automatisch de rest van de dag tot een herniazitje bent veroordeeld. Daarom lijkt het mij een goed idee om als honkvaste kantoorvlekgenoten (....en wie behoort daar niet toe?) per directievlek een eigen setje gedragsregels af te spreken. En dan natuurlijk ook gelijk met elkaar de sprong van injunctief naar descriptief te maken.
Leren van het buitenland: Minder is ook een beleidsstrategie voor de auto
In Nederland zijn we (nog) niet zo van de beleidsstrategie van 'minder'. Maar omdat ASA van de lange lijnen is, is het goed daar ook eens over na te gaan denken. Al eerder schreef ik over het boekje van Geert Kloppenberg en zijn berekening naar hoeveel auto's NL eigenlijk nodig heeft (zie link). Nu graag even de aandacht voor de Schotse roadmap "Reducing car use for a healthier and greener Scotland" met als ondertitel "a roadmap to achieve a 20 per cent reduction in car kilometres by 2030". Zoals de titel al aangeeft gaat het hier niet om minder auto's maar om minder kilometers. Niet helemaal de ideale oplossing omdat KiM al liet zien dat bij de overgang naar de E-auto de uitstoot vooral in de productiefase van de auto gaat zitten (zie link). Maar toch interessant om eens te bekijken wat we zoal op die roadmap tegenkomen: (1) een brede maatschappelijke discussie over autogebruik; (2) interventies gericht op het reduceren van de behoefte om te reizen; (3) interventies die er voor zorgen dat mensen ook lokaal een goed leven hebben; (4) interventies gericht op een modal shift (zeg maar ons STOMP-principe); (5) interventies gericht op het combineren van trips en op carpoolen; (6) verder onderzoek. Hoewel wij met onze aandacht voor krimpgebieden en het onderscheid dat we maken tussen bereikbaarheid en mobiliteit ook wel inzetten op stap 3, valt op dat we - corrigeer me als ik er naast zit - we nog niet zo expliciet inzetten op stap 1 en 2. Dat geeft te denken. En passant kennis gemaakt met een voor mij nieuw gedragsmodel dat de Schotse overheid gebruikt (ISM, zie link en plaatje).
zondag 21 april 2024
Met Cialdini op roverspad
Robert Cialdini is een soort van psycholoog-superstar die miljoenen exemplaren van zijn boek Influence - the psychology of persuasion heeft verkocht. Hij heeft onder andere de overtuigingskracht van tweedehands autoverkopers geobserveerd om zo de eerste zes van de door hem beschreven overtuigingsprincipes scherp te krijgen. Zelf lijkt hij - bedenk ik me - ook wel wat op een tweedehands autoverkoper. Hoe dan ook één van die zes principes is die van 'consistentie'; als je tegen een klein verzoek of aanbod 'ja' hebt gezegd, ben je eerder geneigd 'ja' te zeggen tegen een groter verzoek of aanbod. En dat is precies het principe dat drie dieven onlangs gebruikt hebben in hun babbeltruuk om mijn bejaarde benedenburen te bestelen. Dat ging ongeveer als volgt. Net voor het begin van de ramadan kwam een al wat ouder echtpaar bij mijn benedenburen aan de deur om ze - dat zou traditie zijn - een stukje fruit aan te bieden. Dat hebben mijn buren met de deur half open geaccepteerd en vervolgens hebben mijn buren vriendelijk dankjewel gezegd en de deur weer gesloten. Tot zover niets aan de hand. Net na de ramadan kwam echter hetzelfde echtpaar weer aan de deur. Ook nu met een traktatie. Deze keer van groter formaat waardoor ze even binnen moesten komen om het op de eettafel te zetten. Consistent als ook mijn benedenburen zijn stemden ze daar mee in. In de woonkamer werden ze aan de praat gehouden terwijl een handlanger de op een kier staande voordeur binnenglipte en in de slaapkamer geld en sieraden stal. Uitermate droevig, doortrapt en van het type 'hier had ik zonder twijfel zelf ook in kunnen trappen'.
Innovatie-academie: De kansen maar wellicht ook de beperkingen van de CSRD
CSRD staat voor Corporate Sustainability Reporting Directive een nieuwe Europese richtlijn die vanaf dit jaar eerst de beursgenoteerde bedrijven en daarna steeds meer (grote) bedrijven verplicht te rapporteren over duurzaamheid. Het gaat dan zowel over van buiten naar binnen 'de wijze waarop duurzaamheidsaspecten hun prestatie, positie en ontwikkeling beïnvloeden' als van binnen naar buiten 'de wijze waarop de onderneming effect heeft op mens en milieu'. De ISM innovatie academie stond afgelopen donderdag in het teken van deze CSRD en wat we hier als IenW wel en ook niet mee kunnen. Met enthousiaste presentaties van oa Copper 8, CBS, The Terrace en Nauta Dutilh had organisator Henny de Jong de kennisoverdracht al vast prima van 'buiten naar binnen' georganiseerd. Ook mooi om te bemerken dat de collega's van de vrachtwagenheffing de terugsluis benutten om al met 500 vervoerders te oefenen met CSRD gericht op het bereiken van een hogere beladingsgraad in vrachtwagens. Ook het werk van DuMo aan de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) - over de CO2 uitstoot van zakelijke en woon-werk mobililiteit - houdt al slim rekening met de CSRD. Ook voor ander beleidsdossiers wordt het zaak te gaan nadenken over welke data uit de (geagregeerde) rapportages interessant zijn en hoe die vervolgens ook echt te gaan gebruiken voor het bereiken van de beleidsdoelen. Ondertussen goed waken voor de papieren tijger.
