zondag 9 augustus 2026

Wim Derksen kritisch op het gebruik van modellen

Wim Derksen mag natuurlijk niet ontbreken in de essaybundel over Wetenschap en overheidsbeleid (zie link). De titel van zijn essay is gelijk aan die van de stelling waar het in zijn essay om draait, namelijk: "Er is teveel onderzoek en te weinig kennis". Wat hem betreft zijn er namelijk te weinig mensen op de departementen die de kennis hebben om al dat onderzoek te duiden. Prekend voor mijn parochie stelt hij bijvoorbeeld dat we niet veel weten over het effect van overheidsinterventies op gedrag. Jullie begrijpen hiermee had Wim de punten sowieso al binnen, maar hij scoort nog een extra punt in zijn verklaring voor de door hem gesignaleerde Haagse voorliefde voor modellen; "De uitkomsten van modellen zijn vaak heel eenduidig omdat een gros aan aannames over de werkelijkheid elke twijfel lijkt weg te nemen. Het lijkt erop alsof veel beleidsmakers niet eens het besef hebben dat modellen op (vaak hele zachte) aannames zijn gebaseerd (En op een heel langdurig proces van kalibreren om niet-verwachte en niet-verklaarbare uitkomsten weg te modelleren)." Daar moest ik wel even aan denken toen we als BITters probeerden het SPARK-model te doorgronden. SPARK is een modelinstrumentarium dat de effecten van beleidsmaatregelen op de omvang en samenstelling van het personenautopark kan doorrekenen en daarmee een onderlegger vormt voor ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Ook in dit model wordt flink gekalibreerd en ik ben nog geen gerapporteerde onzekerheidsmarge tegengekomen. De bijsluiter bij het model laat aan vaagheid niets te wensen over; 'de uitkomsten van SPARK moeten niet worden gezien als zekere vooruitberekeningen van de toekomst, maar als ramingen in een situatie van onzekerheid.' Dit geeft de goedbedoelende beleidsmedewerker natuurlijk geen enkel houvast. Zo stuur je de beleidsmaker met modelresultaat maar zonder onzekerheidsmarge natuurlijk het spreekwoordelijke bos in. Met andere woorden Wim heeft denk ik gelijk, met de toevoeging dat ook beleidsmakers mét besef tot modellen veroordeeld lijken.  



  

De Leesjutter 10: Gids - ontwerpen aan onze toekomst

In 2025 is het traject 'Ontwerpen aan onze toekomst' doorlopen op initiatief van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Hiertoe zijn maar liefst 100 ontwerpende onderzoeken geanalyseerd. De nu door mij gelezen gids (zie link) is een synthese van die 100 projecten, die synthese is weliswaar heel leesbaar, maar doet in zijn compactheid de ontwerpers bij voorbaat te kort doet. Desalniettemin slagen de auteurs erin door middel van essays en praktijkvoorbeelden ruimtelijk ontwerp nog eens op de kaart te zetten als verbindend instrument tussen beleid en leefomgeving. Dat is bij mij ook niet zo moeilijk want ik durf mij best wel een fan te noemen van ontwerpend onderzoek. Maar dat terzijde. Het stuk over water en bodem blijft naar mijn smaak een beetje teveel hangen in ecosysteemdiensten, terwijl ik liever wat meer had gezien over verantwoord of juist onverantwoorde buitendijkse woningbouw. Nu Michel Duinmeijer met pensioen is heb ik me ook maar even over het stuk over wonen, werken en bereikbaarheid gestort, maar dat vond ik niet heel bijzonder. Wel bijzonder vond ik het essay over een zorgzame leefomgeving. In haar essay werkt Caroline Newton (TuD) het begrip zorgzame leefomgeving uit in een institutioneel en ruimtelijk arrangement dat drie verwachtingen waar moet maken: (1) Het beschermt en bevordert gezondheid en dagelijks welzijn; (2) Het ondersteunt zelf- en samenredzaamheid door de levensloop heen; en (3) Het verkleint  ongelijkheden actief, via eerlijke verdeling, inclusieve besluitvorming en erkenning van verschil, vooral voor groepen die structureel kwetsbaar worden gemaakt. Wat mij betreft een mooie manier om het fysieke en sociale domein samen te brengen, met ook nog aandacht voor participatie. Dit zou zomaar eens een aanpak kunnen zijn om de aandacht voor milieu en gezondheid blijvend nieuw leven in te blazen,. Dan is het wel zaak dat wij als IenW meer dan nu misschien al het geval is de link met het sociale domein gaan opzoeken.  





 

zondag 2 augustus 2026

9 jaar op de Rijnstraat

Van de week kwam ik er bij toeval achter dat we al weer negen jaar op de Rijnstraat zitten. Tot mijn schande realiseerde ik mij ook dat ik al veel te lang niet meer over het kantoorgebouw geklaagd heb. Excuus! Dat maak ik graag even goed. Gelukkig kon ik van de week mij weer even klaagladen met een dagje in onze kantoortuin. Toffe collega's, supergezellig, maar van enige productiviteit anders dan wat routinematig emailtjes wegtikken kan toch echt geen sprake zijn in een kantoortuin. Vanuit de gedachte 'show don't tell' zou ik nu kunnen volstaan met een link naar het onvolprezen boekwerk van Prof Theo Compernolle (gratis boek link) waarin hij de kantoortuinmythe afbrandt, maar goed ik kan het niet laten toch wat zaken uit zijn boek te benoemen. Productief kenniswerk in een kantooromgeving is alleen mogelijk als er sprake is van acoustic privacy. Geluidsoverlast staat nummer één op negatieve impact op productiviteit, voldoening, motivatie en emotionele uitputting. Hij maakt het in de oplossingssfeer praktisch door onderscheid te maken in 'ik', 'wij' en 'zij' - oplossingen.  Op het 'ik'-niveau: Gaat het om: (1) thuis werken (Check! maar wel met mate); (2) koptelefoons en oordoppen (Check! Hoe groter hoe beter. Deze stralen namelijk ook uit: "Ik wil niet gestoord worden"; .Op het wij-niveau gaat het er vooral om op werkafspraken maken over het gebruik van ruimtes. Je moet ruimtes voor focus en ruimtes voor contact strikt van elkaar scheiden: (1) stiltezones afspreken waar niet gebeld of anderszins gesproken mag worden; (2) praatzone's benutten aanleren je gesprekspartners consequent mee naar de bruine zitjes te nemen. Bij het 'zij' gaat het om het installeren van geluidswerende constructies als belcellen en muurtjes.  Natuurlijk zijn mensen verschillend en de meer introverte-werker zal eerder verstoord zijn dan de meer extraverte medewerker. Compernolle roept zijn lezers op de eerste categorie niet als zeurende zwakkelingen af te schilderen, maar als Early Warning Signals. Voor de jonge generatie reuringzoekers heeft Compernolle nog wel een weetje: "Je kunt denken dat een geanimeerde open office setting jouw intellectuele productiviteit en creativiteit niet hindert, onderzoek toont aan dat je daarin niet gelijk hebt." 


  


Weten, willen en ….kunnen

Wim Derksen is er in zijn boeken en zijn masterclasses (zie link) heel duidelijk in; de wetenschap (en de ambtenaar) gaan over het 'weten', de politicus over het 'willen'. Hans Brug voormalig DG RIVM neemt - in zijn essay uit de eerder besproken bundel (zie link) - die scheiding in 'weten' en 'willen' zonder morren over en voegt daar nog een derde aan toe, namelijk 'kunnen'.

Daar moest ik aan denken bij de uitspraak van journalist Bob Scholte over PFAS ‘De focus ligt nu erg op versoepeling en symboliek. Terwijl de kernvraag is: hoe krijg je politieke controle over het kapitaal dat deze ellende veroorzaakt?”(zie link naar interview).  En die uitspraak deed me dan weer denken aan het lezen van het opiniestuk over fast fashion (zie link) Volgens de auteur ziet EZK Minister Stientje van Veldhoven geen heil in het actief weren van fast fashion - een vorm van niet 'willen', ik denk dan (is gissen hoor) het zou net zo goed aan vertrouwen in (wettelijk) 'kunnen' kunnen liggen dan aan niet 'willen'. In dat geval zou Bob dus helemaal gelijk hebben.  

Terug naar Hans Brug - 'kunnen' gaat bij hem niet alleen over politiek en beleid maar ook om de doelgroep van beleid. Hij refereert daarbij aan de strijd aan gaan met de voedselomgeving als je af wilt vallen. Hij adviseert dan ook meer gebruik te maken van maatschappij en gedragswetenschappen bij de beleidsvorming. Zo te lezen delen Hans en ik meer dan de liefde voor de podcasts van Steve Mirsky (zie link