zondag 25 augustus 2019

Klantreis ‘Uit het vliegtuig, in de trein’

In de gedrag-o-logie wordt vaak gebruik gemaakt van zogenoemde klantreizen om belemmeringen voor gewenst duurzaam gedrag in beeld te brengen. Met dit jaar al een retour naar de USA op mijn persoonlijke CO2-balans had ik bedacht eens te oefenen met een treinreis naar Zuid-Frankrijk. Mij tot de reisdag beperkend bestond de reis uit lopen naar de bushalte, bus naar Den Haag Laan van NOI, intercity naar Rotterdam, Thalys naar Parijs Gare du Nord, metro naar Parijs Gare du Lyon, TGV naar Montpellier (gevolgd door huurauto ophalen en naar vakantiehuis). Die overstap in Parijs is vooraf op papier natuurlijk de grote belemmering en dat bleek ook echt zo te zijn. Niet zozeer het ritje met de metro (binnen het half uur te doen met maar 2 haltes en 8 minuten in de metro zelf) maar de stations (Gare du Lyon op de heen weg en du Nord op de terugweg) vormen de belemmering. De stations zijn namelijk niet ingericht op de grote aantallen overstappende reizigers. Er zijn veel te weinig zitplaatsen om met enig comfort een uur te wachten op de aansluitende trein. Desalniettemin was de ervaring zeker het herhalen waard. Het is ontspannen reizen, geen veiligheidschecks, geen bagagelimiet, in 8 uur van Den Haag Laan van NOI naar Montpellier, werkende WIFI, ruime stoelen. En de prijs....nu ja die viel mee én tegen; €217 voor een retour. Best te doen, maar wel meer dan het dubbele van een vliegticket (vanaf €80). Wat rekenwerk met ecopassenger (inclusief climat factor) maakt dan duidelijk dat een ton vermeden CO2 eq mij op deze manier €220 gekost heeft. Ruim 25x zoveel als de meeste CO2 compensatieprogramma’s rekenen, ruim 8x zoveel als een ETS allowance, maar dan  wel weer zo’n 10x minder dan via de Tesla-subsidie (volgens de Algemene Rekenkamer). Dan waag ik mij maar niet aan de wondere wereld van de Life Cycle Assessment-vergelijking tussen het vliegtuig en de trein. Ed Croonenberg doet dat wel en concludeert nuchter dat niet reizen toch echt de beste optie blijft; dan krijg je geld toe op vermeden CO2-emissies.

Gelezen: The wizard and the prophet

Dit boek van Charles C. Mann heeft bijzonder veel indruk op mij gemaakt. Aan de hand van de levens van wizard Norman Borlaug en prophet William Voigt beschrijft Mann de voortdurende strijd tussen vertegenwoordigers van het techno-optimism (de wizards) en die van de onheilsprofetieën (de prophets). Nobelprijswinnaar Borlaug heeft als landbouwwetenschapper een grote bijdrage geleverd  aan de enorme productie verhoging van de landbouw in met name Latijns-Amerika en India. De Wallstreet Journal schreef in 2007 dat hij misschien wel een miljard mensen van de hongerdood heeft gered. Voigt wordt gezien als één van de grondleggers van de milieubeweging. In Road to survival (1945) introduceerde hij twee nieuwe concepten: (1) milieu, maar dan in de betekenis van de natuurlijke omgeving die door de mens beinvloed wordt (in de omgekeerde betekenis bestond de term al wel); (2) carrying capacity of draagkracht van het ecosysteem. Met een beetje dichterlijke vrijheid zou je kunnen zeggen dat de Donut Economy voortbouwt op het werk van Voigt. Net als Mann zelf, geldt ook voor mij dat ik me het ene moment wat meer bij de techno-optimisten thuis voel, en de andere keer wat meer bij de onheilsprofeten. Soms denk ik - met de 10 milard grotendeels middenklase-medemensen in 2050 in gedachte -  dat er toch echt een keer een einde moet komen aan de mogelijkheden van techno fixes. Dan weer heb ik moeite met de vaak Westerse focus en de beperkte aandacht voor ongelijkheid van de profeten. Mann  schrijft zeer onderhoudend en beschrijft de wizard & the prophet clash in detail voor voedsel, water, energie en klimaatverandering. Een aanstekelijk nieuwsgierig boek.



Plastic-college vanuit Capitol Hill, Washington

Al eerder schreef ik over de podcast van Scientific American. Inmiddels is er een prachtig drieluik verschenen over energiebeleid, robotica in de gezondheidzorg en plastic! Initiatiefnemer is een Scientific American-lezende senator uit Californie: een mooi stukje policy science interface in persona. In de sessie over plastic aandacht voor het misleidende beeld van een drijvend plastic eiland op de oceaan, het belang van afvalinzameling in Zuid en Zuid-Oost Azie, circular capital, de valse belofte van biologisch afbreekbaar, de perceptieverhogende werking van het plastic tasjes, rietjes verbod in Californie en de EU als lichtend voorbeeld.  Mooi, toch?! Nog even bij plastic blijvend. CE Delft heeft een bemoedigend rapport over plastic recycling uit! Iets minder dan de helft van ons plasticafval wordt reed gerecycled. Pikant detail....van statiegeld krijg je toch echt de schoonste stromen! IenW heeft CE Delft inmiddels ook al uit laten zoeken welk inzamelsysteem voor kleine flesjes het beste gaat werken (de variant waarin de producenten verantwoordelijk zijn scoort beter dan die waar de retail eindverantwoordelijk is) en dat alles voor (slechts) 0,2-3,9 cent per flesje. (afbeelding bron: CE Delft)


 
  

zondag 28 april 2019

Lezing: DCO/BIT bühne Duurzaam denken is nog geen duurzaam doen

Eerder deze maand een zeer goed gevulde multipurposeroom voor de lezing van Peter Kanne over het I&O rapport Duurzaam denken is nog geen duurzaam doen. Hoewel ik het rapport al behoorlijk stuk gelezen en geblogd heb, heb ik toch weer nieuwe dingen gehoord. Zo liet Peter een mooi nieuw plaatje zien waaruit bleek dat het -ondanks krantenkoppen - niet zo is dat de mensen die het meest duurzaam denken het minst duurzaam doen. Ook een mooie vinding vond ik om level playing field niet alleen te gebruiken voor bedrijven maar ook in de context van burgers. Als burger vergelijken we,  al dan niet bewust, ons eigen gedrag met dat van (nabije) anderen. Als we in ons eigen handelen echt veel duurzamer worden dan van de anderen, kunnen we last krijgen van het gekkie-henkie-effect en worden we minder duurzaam. Peter concludeerde dat de we als overheid niet hoeven te verwachten dat de burger uit zichzelf iets gaat doen. Wat hem betreft dus: vertel de burger wat er aan zit te komen, kom door met wet- en regelgeving en zorg voor dat level playing field. En bedenk de scepsis neemt toe dus zorg ervoor dat ook behoudende en armere burgers mee kunnen komen.
Na een mooie beleidsreactie van Mariette van Empel programmadirecteur Duurzame Mobiliteit was het tijd voor de stellingen discussie. De resultaten - met een grove percentageschatting van mijn kant - laten zien dat het publiek bij de eerste stelling nog een beetje warm moest lopen, maar dat de antwoorden daarna toch een stuk beter werden :-)



BIT bühne: Goda Perlaviciute over ecological self image

Tijdens en na het tweede BIT directeurenoverleg was Goda Perlaviciute (RUG) te gast voor een dubbeloptreden; eerst een sneak prehear in het directeurenoverleg en vervolgens een volledige lunchlezing. Vanwege het grote aantal toehoorders moesten we voor de lunchlezing uitwijken naar de zwarte trappen op de Rijnstraat, die eigenlijk best een sfeervolle entourage boden (en als bonus een houten achterwerk :-). Goda bestudeert emoties en weerstanden rond transities en weet daar aan de hand van een groot aantal voorbeelden mooi over te vertellen. De IenW-collega's kunnen een uitgebreid verslag teruglezen op intranet. Voor de kortlezers en geinteresseerden van buiten haal ik even één meenaarhuisneemboodschap uit de lezing van Goda. In de figuur is een model te zien dat milieuvriendelijk gedrag laat voortkomen uit environmental self identity. Een identiteit die deels gevormd wordt door een min of meer onveranderlijke waardepatroon dat biosferisch kan zijn, maar vaker ook helemaal niet. Maar het goede nieuws is dat die identiteit ook gevormd wordt door eerder gedrag. Het wenkend perspectief daarbij is dat je door te benadrukken wat mensen al goed doen, de environmental self identity kan versterken opdat mensen nog meer milieuvriendelijk gedrag ten toon spreiden passend bij hun versterkte identiteit. Klinkt goed toch? Maar dan moet ik nog wel eens doorvragen naar hoe het dan zit met een andere menselijke neiging, namelijk die van compensatie. In de literatuur wordt ook beschreven dat  mensen die bijvoorbeeld afval scheiden of flexitariër zijn daarmee verantwoorden dat ze best naar Nepal kunnen vliegen.... of Amerika. 

Geluk & het meten van welvaart

Woensdag speciaal van verlof teruggekomen om bij de lancering van het ESB-dossier 'Meten van welvaart' te zijn. De organiserende PBL-collegas hadden de zaal tot de nok toe gevuld gekregen. De samenkomst deed nogal statisch aan, maar het dossier - dat al bij binnenkomst klaar lag - maakte dat er veel interessants te lezen viel. Het artikel van Ruut Veenhoven ( 'Kijk voor welvaart gewoon naar het aantal gelukkige levensjaren') sprak mij het meeste aan. Gelukkige levensjaren krijg je door levensverwachting te vermenigvuldigen met het gemiddelde rapportcijfer voor geluk gedeeld door 10. Costa Rica scoort dan het hoogst (8,5/10) x 79,9 = 67,9. Nederland komt met 61,7 op een 11e plaats. Als ik dan zelf even de segmentatie van SCP toepas met een gevestigde bovenlaag die een 8,1 scoort voor geluk, een precariaat met een 6,3 en de onzekere werkenden met een 6,1... En daarnaast rekening houd met de ongeveer 8 jaar kortere levensverwachting van arme Nederlanders.....Nou dan kom je voor deze mensen uit op een score van rond de 45 tussen landen als Oezbekistan, Turkije en Vietnam. Veel van de andere artikelen in het dossier, net als overigens de discussies tijdens de lancering, bleven voor mijn gevoel toch een beetje hangen in methodologisch gekissebis. Gekissebis dat er vooralsnog toe geleid heeft dat we al decennia lang in de status quo-bias van het BBP blijven hangen. De gespreksleider probeerde nog dapper de vraag beantwoord te krijgen:  “Welk beleid hadden we met het oog op brede welvaart achteraf beter niet kunnen toepassen?” maar dat lukte haar met de panelleden niet. Toen ik verwijzend naar The Origin of Happiness en Nieuw Zeeland een deel van het antwoord van Veenhoven in de groep gooide; 'bezuiniging op geestelijke gezondheidszorg', werd dat wel heel makkelijk terzijde geschoven. Ook tijdens de borrel bleek dat mensen een soort van intuitieve moeite hebben met geluksmetingen. Ter plekke, maar ook in het dossier zelf wordt geluk toch vooral als een persoonlijke keuze gezien, waar de overheid niet op zou moeten willen sturen. Dit lijkt me verwijdbare gemakzucht,  zoals ook mooi onder woorden gebracht door Malou van Hintum . Ook na dit geklaag lijkt is het sowieso wél een goed idee om bij de voorbereiding op een volgend kabinet, beleidsopties door de CBS brede welvaartsmonitor heen te halen.

zondag 31 maart 2019

Dromen van een houten Rijnstraat 8 bis

Het hoogste houten gebouw ter wereld is ruim 85 meter hoog, heeft 18 verdiepingen, staat in Noorwegen en is vorige week in gebruik genomen. Het zal niet heel lang het hoogste houten gebouw ter wereld blijven, want er lijkt zich iets van een wedloop af te te tekenen. Wenen, Chicago en Tokio hebben de achtervolging ingezet. Voor als nog lijkt Tokio te gaan winnen want daar zit een houten wolkenkrabber van 350 meter in de planning. Nog los van de krachtige symbolische meerwaarde van een duurzaam icoon zijn er flink wat voordelen te noemen van houten hoogbouw. Zoals gezegd duurzaam - zowel in de bouwfase, gebruiksfase als in de recyclingsfase - maar ook gezond binnenklimaat, goede akoestiek, isolerende werking (15x beter dan beton) en stressverlagend. Vanuit de gedachte - meedoen is belangrijker dan de wedloop winnen - droom ik meteen van een houten Rijnstraat 8 bis.  Ik denk dan CE transitieagenda bouw (38 pagina´s,  slechts 3 x hout), CE transitieagenda biomassa en voedsel (98 pagina´s, een bemoedigende 45 x hout), Actieplan Bos en Hout, inkoopkracht overheid en ik denk revanche Rijksgebouwendienst.