Het betreft hier een wat ongebruikelijke leesjutter-bijdrage omdat het hier geen boek bij de koffietafel betreft, maar een kleurrijke A3 infographic die ik 's ochtends vroeg op een ASA-bureau vond. Vast nog in concept en daarmee niet openbaar. Maar ik kan al wel verklappen dat de aanzet veelbelovend is en dat het sowieso een lovenswaardig idee is om na te denken over hoe je data zou kunnen gebruiken om met het beleidskompas in de hand tot data-gedreven beleidsopties te komen. Een mild punt van kritiek is dat de aanzet nog wel heel processerig aandoet met veel CIO-achtige vakpraat die bij de gemiddelde beleidsmedewerker weerstand oproept. Wellicht zit er meer overtuigingskracht in het laten zien van voorbeelden waarbij data je instantaan anders naar beleidsopties doen kijken. Vanuit BIT hebben we het voorbeeld van de data-analyse van buitenlandse dienstreizen die laat zien dat de beleidsinzet op treinreizen op de middellange afstand op zijn best vrijwel niets op levert (zie plaatje en link). Zo ook de pogingen om RWS-collega's die in Utrecht op (e-)fietsafstand van kantoor wonen uit de auto te krijgen. Weinig kansrijk zo bleek, omdat de data-analyse van een BIT-stagiair liet zien dat dit doelgroepsegment al nauwelijks met de auto gaat. Vorige week ook een mooi opiniestuk in NRC van Gert Huizing over data-analyse van verkeersdoden en oa het belang van kijken naar leeftijdscohorten (zie link). Ik heb Gert vrijdag gesproken en met een beetje geluk boek ik hem binnenkort in als BIT-bühne-spreker. Dank voor de tip Erik.
zaterdag 26 september 2026
BIT bühne: Prof. Denise de Ridder over de waarde van gedragsverandering op community-niveau
Denise de Ridder doet oa onderzoek bij energiecoöperaties. Dit mede omdat verandering op individueel niveau soms toch ook wat hopeloos en hulpeloos aan kan voelen, aldus Denise. Meedoen in een groep kan de ervaring vergroten onderdeel uit te maken van het systeem. Of in andere woorden; community nudges stimuleren gedragsverandering door het gevoel van verbondenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid te versterken. Maatschappelijke vraagstukken worden dan minder gezien als een individuele opgave en meer als collectieve uitdaging. Dit - zo laat Denise's onderzoek overtuigend zien - vergroot de bereidheid om samen in actie te komen en bij te dragen aan oplossingen voor complexe maatschappelijke problemen. Dan is het natuurlijk nog wel zaak om mensen eerst deel te laten nemen aan energiecoöperaties en bijvoorbeeld deelauto-coöperaties; die eerste stap blijft toch bovenal een individuele gedragsverandering. In een zeer geïndividualiseerde samenleving als de onze, valt dit niet mee denk ik. Dit doet overigens niets af aan de bevindingen van Denise.
bron: presentatie Denise de Ridder
Te gast op de DGWB-dag
Van de week een korte gedragstraining gegeven op de DGWB-medewerkersdag. Dat was leuk, gezellig en had een hoog reüniegehalte. Na wat introducerende slides over - hoe kan het ook anders - gedrag, heb ik de collega's laten oefenen met de EAST-(kwartet)kaarten (zie plaatje) rondom de vraag hoe je het gewenste doelgedrag easy, attractive, social en timely kunt maken. Dat werkte eerder al bijzonder laagdrempelig op de Innovatie Expo (zie link) en voor de FEZ-collega's op de zwarte trappen (zie link). Rond de doelgedragingen 'korter douchen' en 'vlooienband af doen voor je gaat zwemmen met de hond' (LET OP: bij de hond) gingen de collega's fanatiek aan de slag. Dat leverde naast hilarische en tegen sadisme aan schurende oplossingen ook betere diepe gedachten op. Zo stelden sommige bij de vlooienband de doelgroep ter discussie (Zijn de fabrikanten gewoon niet aan zet?) en anderen het doelgedrag (is dit geen 'klein bier'-probleem? of waarom geven je je hond geen anti-vlooienpil?). Net voordat het uur voorbij was heb ik nog even benadrukt dat de collega's zouden moeten gaan denken in gedrag > houding > kennis in plaats van net andersom, wetende dat die laatste volgorde intuïtief ten onrechte meer voor de hand ligt, leek het mij goed dit even te benadrukken.
zondag 20 september 2026
Gelezen: In the Long Run - The Future as a Political Idea - Jonathan White
Boekentip van ASA-Linde. Bijzonder boek. Te lezen als een soort van handboek voor het werken aan lange lijnen. Maar daarnaast lijkt het mij ook goed als de leden van de Parlementaire Enquêtecommissie Corona het er nog eens bij pakken bij het schrijven van hun eindrapportage.
Laten we met de eerste toepassing beginnen. Omdat we alles willen berekenen en modelleren en omdat dat alleen voor de niet te verre toekomst een soort van werkt, vergeten we na te denken over de wat verder weggelegen niet-berekenbare, maar wel verbeeldbare toekomst. Dat is een toekomst waarbij je algemene principes en ideologie als kompas kunt gebruiken. Omdat die toekomst verder weg ligt in de tijd kunnen we vrijer nadenken over diepere structuren en gewenste modellen voor onze economie, samenleving en internationale gemeenschap en over de strategieën om deze te kunnen verwezenlijken. Ook in tijden van gestapelde crisissen is het volgens White zaak oog voor de verre toekomst te houden en te doen alsof we nog tijd hebben. Wat daarbij niet helpt is dat ideologie een soort van vies woord lijkt te zijn geworden. 'Especially for public officials accustomed to avoiding anything that smacks of ideology a sense of emergency inspires a focus on immediate and practical steps'. Eerder in deze blog beschreven mooie voorbeelden van hoe je waarden en ideologie wél mee kunt nemen in (toekomst) studies vind je hier en hier.
Dan de tweede toepassing. Crisissen nodigen uit tot een elitaire stijl van besturen al dus White. 'Situations of emergency encourage decision-making to be concentrated in executive hands, and encourage the exclusion of those whose priorities are different'.... 'they can embrace a politics based on style and charisma.' Of misschien wat verder van corona af '..it reflects decades of waning confidence in the capacity and willingness of public authorities to pursue the collectieve good. Things become emergencies when you feel powerless to address them...'
Het boek is zeer de moeite waard met ook nog mooie hoofdstukken over de geschiedenis van de toekomst, de relatie tussen democratie en de toekomst en over hoe de toekomst met de opkomst van consumentisme geïndividualiseerd is geraakt hetgeen ook bijdraagt aan een focus op de nabije toekomst.
De Leesjutter 11: Zó werkt water in Nederland
Een prachtig boekwerk met de o zo bekende figuren van de Argumentenfabriek. Soms doen deze me wat gezocht aan (brainstormcharts die nu ook voor het presenteren van samenvattingen worden gebruikt), maar ze dragen wel gewoon heel goed bij aan de toegankelijkheid van het geheel. Dat moet ik natuurlijk ook gewoon toegeven. De figuren zijn sportief gratis te downloaden vanaf de site van de Argumentenfabriek, het ingebonden boek met daarin ook de begeleidende teksten is voor 30 euro te koop. Enerzijds krijg je dan iets moois voor je geld, anderzijds is het vrij bijzonder dat iets dat ook met belastinggeld gemaakt is, niet gewoon gratis als pdf is te downloaden. Een paar plaatjes licht ik er even uit:
- Als je het plaatje over de zoetwaterbalans ziet begrijp je wel waarom niet iedereen de noodzaak van waterbesparing inziet. Je kan er ook een technische innovatie-uitdaging in zien.
- Het plaatje met de rollen van inwoners is een mooie onderlegger voor het werken aan doelgedragingen (BIT-Eline staat dan ook in de lijst van meedenkers opgenomen).
- Het principe van de 'vervuiler betaalt' bestaat nog steeds als leidend principe, het werkt alleen wat minder door dan wellicht gewenst is (zie blog vorige week)
zondag 13 september 2026
Gelezen: ESB-special De Winst van een Schoon Milieu
Dit mag toch heus een ASA-topprestatie genoemd worden; een hele special van 105 pagina's over een schoon milieu (gratis te downloaden link). Heb h'm van kaft tot kaft gelezen en dit haal ik er zoal uit:
- Heb met milieukunde dan wel geleerd gekregen dat het NL milieubeleid gestoeld is op het 'de vervuiler betaalt'-principe maar een aantal van de artikelen in deze special demonstreren dat daar in de praktijk maar bar weinig van terecht komt. Met misschien wel als meest pijnlijke concluderende zin in de hele bundel: 'De meest vervuilende sectoren betalen amper voor milieuschade die ze veroorzaken, terwijl ze juist de meeste publieke steun ontvangen' (pagina 90). Vooral de veeteelt en dan met name rundvee komt er slecht uit (pag 88).
- Een betoog voor smart hub beleid voor Schiphol 'kleiner in de minder rendabele overstapverbindingen, steviger verankerd in de lokale vraag en naar verwachting beter uitlegbaar aan omwonenden en politiek'(niet te verwarren met ant-hubbeleid) (pag 68). Want 'connectiviteit is pas een publiek belang als toegankelijk en betaalbaar is voor wie in Nederland woont, werkt of wil zijn'.
- Erwten geven de laagste CO2 eq uitstoot per kg voedsel. Mocht je nog opzoek zijn naar een goed te hachelen vleesvervanger zonder ultraprocessed ingrediënten? (peasmaker ). Beetje jammer dat chocolade en kaas zo slecht scoren (zie pag 61).
- Veel artikelen verwijzen naar de studie van Sander de Bruyn (ook auteur in deze special) waarin het welvaartsverlies door milieu-emissies voor 2022 geschat wordt op 46 miljard euro. Dat is natuurlijk een duizelingwekkend bedrag, maar echte betaalpijn levert dat bedrag maar niet op (zie ook blog). Of zoals een gewaardeerde collega het laatst zei: 'Als je het voorkomt krijgt niemand het er bij. '. Nou vooruit bij drinkwater is die pijn een heel klein beetje voelbaar omdat we daar veelal itt de milieucompartimenten bodem en lucht, de viezigheid actief en tegen hogen kosten uit moeten verwijderen voor we het willen drinken. Die kosten worden doorberekend aan de klant en zien we in onze rekening. Als we ooit serieus werk willen maken van drinkbare rivieren gaan de kosten nog met ruim een factor 50 omhoog omdat we maar van zo'n slechts1,5-2 procent van het zoete water dat ons land bereikt drinkbaar water maken.
- Een uiteindelijk functioneel maar toch ook wat misleidend plaatje waarin met een verspringende schaalverdeling de gemiddelde fijnstofconcentratie per buurt in 2024 vergeleken wordt met die uit 2011. (pag 40).
- Ook een methodologisch onderbouwd pleidooi van Miners et al. om milieuverontreiniging en volksgezondheid in economische analyses en beleidsvorming veel meer met elkaar te verbinden. Goed getimed nu VWS en IenW elkaar zo goed gevonden lijken te hebben.
Weer die vermaledijde kantoortuin
Een recent Vlaams onderzoek (zie link) laat zien dat van wie een eigen werkplek heeft op kantoor 38% graag elke dag naar kantoor gaat. Voor wie een flexplek in een kantoortuin mag uitzoeken is dit maar 13%. Slechts één op de drie mensen kan zich dan ook voldoende concentreren in een kantoortuin. Dit wordt precies zo gevonden in een reeks Nederlandse onderzoeken onder rijksambtenaren (zie overheidslink). Om de kantoortuin nog een beetje leefbaar te houden wordt daarin geadviseerd werkafspraken te maken over bellen, praten en overleggen. Deze onderzoeken laten ook zien dat de voorkeursplek sterk bepalend is voor hoe drukte op kantoor wordt ervaren. Kantoor wordt pas als druk beleefd als je niet kunt zitten waar je wilt. Tja, dat is iets wat bezettingscijfers niet in beeld kunnen brengen. Ondertussen zitten we wel met de gebakken peren. Goed beschouwd zijn we door hippe concept-ontwikkelaars misleid en nu zitten we met die kantoortuinen in de maag. Nog zo'n hip concept (DBFMO) maakt dat het terminal duur is om kantoorgebouwen opnieuw in te delen om de problemen ook echt op te lossen.
Sociale norm en de elektrische auto in het Verenigd Koninkrijk
De afgelopen blogarme weken heerlijk genoten van een auto/wandel-vakantie in Wales. Wat dan opvalt op de weg - naast het grote aantal spookrijders natuurlijk - is dat elektrische auto's daar te herkennen zijn aan een groene band aan de zijkant van de kentekenplaat. Dit is al best lang geleden op vooruitziende wijze bedacht om gemeentes de mogelijkheid te geven eenvoudig te handhaven (parkeer)privileges aan elektrische rijders te geven. Nu gaat het op zich niet zo heel erg goed met de ingroei van elektrische auto's in het VK, maar dit is natuurlijk wel gewoon een heel goed idee geweest. Temeer omdat je - zeker in tijden van hip weggewerkte uitlaten - zo ook de zichtbaarheid en daarmee de sociale norm voor elektrisch rijden steun in de rug geeft. Helaas is het voor ons nu een beetje laat om met speciale kentekenplaten te gaan beginnen. Gelukkig is het ook niet meer nodig, want mijn hypothese is dat we voorbij het tipping point zitten op weg naar 100% elektrisch en dat we zeer binnenkort niet alleen de benzinemarkt in zien zakken maar ook die voor de hybride-auto.
zondag 9 augustus 2026
Wim Derksen kritisch op het gebruik van modellen
Wim Derksen mag natuurlijk niet ontbreken in de essaybundel over Wetenschap en overheidsbeleid (zie link). De titel van zijn essay is gelijk aan die van de stelling waar het in zijn essay om draait, namelijk: "Er is teveel onderzoek en te weinig kennis". Wat hem betreft zijn er namelijk te weinig mensen op de departementen die de kennis hebben om al dat onderzoek te duiden. Prekend voor mijn parochie stelt hij bijvoorbeeld dat we niet veel weten over het effect van overheidsinterventies op gedrag. Jullie begrijpen hiermee had Wim de punten sowieso al binnen, maar hij scoort nog een extra punt in zijn verklaring voor de door hem gesignaleerde Haagse voorliefde voor modellen; "De uitkomsten van modellen zijn vaak heel eenduidig omdat een gros aan aannames over de werkelijkheid elke twijfel lijkt weg te nemen. Het lijkt erop alsof veel beleidsmakers niet eens het besef hebben dat modellen op (vaak hele zachte) aannames zijn gebaseerd (En op een heel langdurig proces van kalibreren om niet-verwachte en niet-verklaarbare uitkomsten weg te modelleren)." Daar moest ik wel even aan denken toen we als BITters probeerden het SPARK-model te doorgronden. SPARK is een modelinstrumentarium dat de effecten van beleidsmaatregelen op de omvang en samenstelling van het personenautopark kan doorrekenen en daarmee een onderlegger vormt voor ons duurzaam mobiliteitsbeleid. Ook in dit model wordt flink gekalibreerd en ik ben nog geen gerapporteerde onzekerheidsmarge tegengekomen. De bijsluiter bij het model laat aan vaagheid niets te wensen over; 'de uitkomsten van SPARK moeten niet worden gezien als zekere vooruitberekeningen van de toekomst, maar als ramingen in een situatie van onzekerheid.' Dit geeft de goedbedoelende beleidsmedewerker natuurlijk geen enkel houvast. Zo stuur je de beleidsmaker met modelresultaat maar zonder onzekerheidsmarge natuurlijk het spreekwoordelijke bos in. Met andere woorden Wim heeft denk ik gelijk, met de toevoeging dat ook beleidsmakers mét besef tot modellen veroordeeld lijken.
De Leesjutter 10: Gids - ontwerpen aan onze toekomst
In 2025 is het traject 'Ontwerpen aan onze toekomst' doorlopen op initiatief van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Hiertoe zijn maar liefst 100 ontwerpende onderzoeken geanalyseerd. De nu door mij gelezen gids (zie link) is een synthese van die 100 projecten, die synthese is weliswaar heel leesbaar, maar doet in zijn compactheid de ontwerpers bij voorbaat te kort doet. Desalniettemin slagen de auteurs erin door middel van essays en praktijkvoorbeelden ruimtelijk ontwerp nog eens op de kaart te zetten als verbindend instrument tussen beleid en leefomgeving. Dat is bij mij ook niet zo moeilijk want ik durf mij best wel een fan te noemen van ontwerpend onderzoek. Maar dat terzijde. Het stuk over water en bodem blijft naar mijn smaak een beetje teveel hangen in ecosysteemdiensten, terwijl ik liever wat meer had gezien over verantwoord of juist onverantwoorde buitendijkse woningbouw. Nu Michel Duinmeijer met pensioen is heb ik me ook maar even over het stuk over wonen, werken en bereikbaarheid gestort, maar dat vond ik niet heel bijzonder. Wel bijzonder vond ik het essay over een zorgzame leefomgeving. In haar essay werkt Caroline Newton (TuD) het begrip zorgzame leefomgeving uit in een institutioneel en ruimtelijk arrangement dat drie verwachtingen waar moet maken: (1) Het beschermt en bevordert gezondheid en dagelijks welzijn; (2) Het ondersteunt zelf- en samenredzaamheid door de levensloop heen; en (3) Het verkleint ongelijkheden actief, via eerlijke verdeling, inclusieve besluitvorming en erkenning van verschil, vooral voor groepen die structureel kwetsbaar worden gemaakt. Wat mij betreft een mooie manier om het fysieke en sociale domein samen te brengen, met ook nog aandacht voor participatie. Dit zou zomaar eens een aanpak kunnen zijn om de aandacht voor milieu en gezondheid blijvend nieuw leven in te blazen,. Dan is het wel zaak dat wij als IenW meer dan nu misschien al het geval is de link met het sociale domein gaan opzoeken.
zondag 2 augustus 2026
9 jaar op de Rijnstraat
Van de week kwam ik er bij toeval achter dat we al weer negen jaar op de Rijnstraat zitten. Tot mijn schande realiseerde ik mij ook dat ik al veel te lang niet meer over het kantoorgebouw geklaagd heb. Excuus! Dat maak ik graag even goed. Gelukkig kon ik van de week mij weer even klaagladen met een dagje in onze kantoortuin. Toffe collega's, supergezellig, maar van enige productiviteit anders dan wat routinematig emailtjes wegtikken kan toch echt geen sprake zijn in een kantoortuin. Vanuit de gedachte 'show don't tell' zou ik nu kunnen volstaan met een link naar het onvolprezen boekwerk van Prof Theo Compernolle (gratis boek link) waarin hij de kantoortuinmythe afbrandt, maar goed ik kan het niet laten toch wat zaken uit zijn boek te benoemen. Productief kenniswerk in een kantooromgeving is alleen mogelijk als er sprake is van acoustic privacy. Geluidsoverlast staat nummer één op negatieve impact op productiviteit, voldoening, motivatie en emotionele uitputting. Hij maakt het in de oplossingssfeer praktisch door onderscheid te maken in 'ik', 'wij' en 'zij' - oplossingen. Op het 'ik'-niveau: Gaat het om: (1) thuis werken (Check! maar wel met mate); (2) koptelefoons en oordoppen (Check! Hoe groter hoe beter. Deze stralen namelijk ook uit: "Ik wil niet gestoord worden"; .Op het wij-niveau gaat het er vooral om op werkafspraken maken over het gebruik van ruimtes. Je moet ruimtes voor focus en ruimtes voor contact strikt van elkaar scheiden: (1) stiltezones afspreken waar niet gebeld of anderszins gesproken mag worden; (2) praatzone's benutten aanleren je gesprekspartners consequent mee naar de bruine zitjes te nemen. Bij het 'zij' gaat het om het installeren van geluidswerende constructies als belcellen en muurtjes. Natuurlijk zijn mensen verschillend en de meer introverte-werker zal eerder verstoord zijn dan de meer extraverte medewerker. Compernolle roept zijn lezers op de eerste categorie niet als zeurende zwakkelingen af te schilderen, maar als Early Warning Signals. Voor de jonge generatie reuringzoekers heeft Compernolle nog wel een weetje: "Je kunt denken dat een geanimeerde open office setting jouw intellectuele productiviteit en creativiteit niet hindert, onderzoek toont aan dat je daarin niet gelijk hebt."
Weten, willen en ….kunnen
Wim Derksen is er in zijn boeken en zijn masterclasses (zie link) heel duidelijk in; de wetenschap (en de ambtenaar) gaan over het 'weten', de politicus over het 'willen'. Hans Brug voormalig DG RIVM neemt - in zijn essay uit de eerder besproken bundel (zie link) - die scheiding in 'weten' en 'willen' zonder morren over en voegt daar nog een derde aan toe, namelijk 'kunnen'.
Daar moest ik aan denken bij de uitspraak van journalist Bob Scholte over PFAS ‘De focus ligt nu erg op versoepeling en symboliek. Terwijl de kernvraag is: hoe krijg je politieke controle over het kapitaal dat deze ellende veroorzaakt?”(zie link naar interview). En die uitspraak deed me dan weer denken aan het lezen van het opiniestuk over fast fashion (zie link) Volgens de auteur ziet EZK Minister Stientje van Veldhoven geen heil in het actief weren van fast fashion - een vorm van niet 'willen', ik denk dan (is gissen hoor) het zou net zo goed aan vertrouwen in (wettelijk) 'kunnen' kunnen liggen dan aan niet 'willen'. In dat geval zou Bob dus helemaal gelijk hebben.
Terug naar Hans Brug - 'kunnen' gaat bij hem niet alleen over politiek en beleid maar ook om de doelgroep van beleid. Hij refereert daarbij aan de strijd aan gaan met de voedselomgeving als je af wilt vallen. Hij adviseert dan ook meer gebruik te maken van maatschappij en gedragswetenschappen bij de beleidsvorming. Zo te lezen delen Hans en ik meer dan de liefde voor de podcasts van Steve Mirsky (zie link)
zondag 26 juli 2026
Pinguïn Fred las De Psychologie van het onderhandelen
Auteur George van Houtem lijkt het zelf alvast goed begrepen te hebben; zijn kleine boekje - grote letters, 152 pagina's - kost maar liefst €25 (ook voor de e-boek-variant, alleen het luisterboek is voor €7 te scoren). Toen het boek eenmaal was uitgekozen door Pinguïn Fred was op slag mijn onderhandelingspositie verdwenen; ik moest het wel kopen. Niet helemaal een straf want het is best een aardig boekje en ik bedenk me zo dat ik het inmiddels al wel heb terugverdiend met slimmere biedingen op Marktplaats. De opdeling in hoofdstukken die de verschillende fasen van het onderhandelen beogen te volgen, geeft wat structuur, al blijft het geheel wat hap/snap aandoen. Ik denk dan ook te zien dat de hoofdstukindeling achteraf door de redacteuren is bedacht. Terug naar Marktplaats; het boekje besteed denk ik terecht veel aandacht aan het ankereffect - waarbij je als onderhandelaar het referentiepunt bepaalt waarlangs de ander jouw voorstel vergelijkt. Van Houtem stelt dat dit met name zo werkt in situaties waarin kennis, informatie of ervaring ontbreekt. Hij claimt (overigens zonder referentie) dat in ongeveer twee derde van de gevallen degene die als eerste het anker zet -middels een eerste voorstel - een goed onderhandelingsresultaat bereikt. Wat ik zelf ook goed in de oren knoop is dat je openingsbod al niet iets van een compromis bevat; dat was er bij mij ongemerkt wat ingeslopen moest ik tijdens het lezen erkennen. Maar goed het meest senang voel je je toch als je wél over kennis, informatie of ervaring kan beschikken; bijvoorbeeld als op Marktplaats veel exemplaren van hetzelfde artikel worden aangeboden en je je op de laagste prijzen kan richten. Drie bollen voor George.
Algemene beschouwing over wetenschap en overheidsbeleid
In het eerste essay in de essaybundel Wetenschap en overheidsbeleid (zie link! Geef je op!) gaat Huub Dijsselbloem er gelijk flink tegen aan. Zo worden kennisinstituten gemaand te waken voor inkapseling 'Kennisinstellingen en adviesorganen kunnen consolideren en zodanig deel van het beleidssysteem worden dat ze hun verfrissende rol verliezen en geen adequate balans meer vinden tussen kennis en macht ...een....echokamer waarin experts en instituten die bedoeld waren op kennis van buiten in te brengen, een binnenwand worden die deel wordt van het heen-en-weer kaatsen van geluid'. Poeh, nu ja daar moest ik even aan denken bij het lezen van het opiniestuk (zie link) van Juul Tammenga over de in haar ogen bureaucratische adviezen van de Onderwijsraad waarin uitvoerbaarheid, kosten en risico's volgens Juul niet geadresseerd worden, zoals het idee van een drie jarige brugklas waar scholen en leerkrachten maar uitvoering aan moeten zien te geven. Ik kan het niet volledige beoordelen maar haar argumenten komen goed binnen bij mij. Ook Huub lijkt het bij voorbaat met haar eens te zijn 'een advies kun je niet over de schutting gooien, maar verlangt verantwoordelijkheid en tijd en studie van de gevolgen in de eerste, tweede en volgende rondes'.
Uit de serie "Nooit van gehoord": de wetenschapstoets
Eén van de essays uit de bundel wetenschap en overheidsbeleid (zie link, én ja, je kunt je nog opgeven voor het event op 10 september!) gaat over de wetenschapstoets. En zoals de titel van deze blog doet vermoeden, ik had nog nooit van die toets gehoord. In een moedige poging om het overheidsbeleid meer evidence-based te maken, kunnen wetsvoorstellen op verzoek van een Kamercommissie worden blootgesteld aan een wetenschapstoets waarbij wetenschappers in vier weken tijd een analyse maken van vier pagina's lang om oa de doelmatigheid, doeltreffendheid van de ingezette beleidsinstrumenten te toetsen. Goed beschouwd wordt de toets daar mee een onafhankelijke audit van het beleidskompasformulier. Dat lijkt mij een heel goed idee. Hoewel uit een recente ASA-analyse blijkt dat we het echt al beter doen met het beleidskompasformulier, is er van een diepe vergelijking van beleidsopties en een deep dive op doeltreffendheid en doelmatigheid vaak nog geen sprake. De wetenschapstoets wordt overigens nog niet echt vaak toegepast, al heb ik geen volledig overzicht omdat de website waar de wetenschapstoetsen op staan gepubliceerd (parlementenwetenschap.nl) zowel door mijn laptop als mijn Ipad als onveilig wordt beschouwd. Vervelender is de waarneming van de auteurs (Sneller en Duisenberg) dat Kamerleden in hun controlerende werk nog niet zoveel doen met de uitkomsten van de wel uitgevoerde wetenschapstoetsen. Zij stellen dan ook dat het weliswaar een verstandig idee is de ambtelijke en analytische ondersteuning van de Kamer te verhogen, maar 'dat als de Kamerleden niet zelf hun structuur en cultuur aanpakken om de informatie aan te pakken en te vertalen in hun werk, geen enkele aanvullende analyse iets zal bijdragen aan fact-based politiek en meer evidence-based beleid.' Daar staat wel wat te doen; op verzoek van de Kamer heeft een aantal wetenschappers essays geschreven over de zin of onzin van een fossiel reclameverbod. Het ronde tafelgesprek waarin de wetenschappers hun essays zouden toelichten is geannuleerd wegens onvoldoende aanmeldingen (zie link). Nu heb ik veel begrip voor het meer dan veeleisende werk van een Kamerlid, maar dit is op z'n minst jammer en zou je het zelfs onbeschoft kunnen noemen.
zondag 12 juli 2026
Opkomstpercentage 127% bij Beschuit met BIT-ontbijt
Een goed getimede computerstoring maakte dat een aantal collega's die woensdagochtend duimen draaiend achter hun bureau zat, (toch maar :-) naar het geweldig gezellige Beschuit met BIT-ontbijt kwam. Waar we normaal gesproken rekening houden met een no show percentage van 33%, kwamen nu in eens meer mensen op draven dan zich hadden opgegeven. En die waren allemaal natuurlijk hartstikke welkom. Het werd zelfs nog wat drukker en gezelliger dan op de foto die tijdens de inloop genomen is. Naast aandacht voor beschuit met aardbei hebben we als BIT onze collega's bijgepraat over de interactief doorklikbare BIT-portfolio (bij mij op te vragen), hebben we het gehad over het werk aan de BIT verankerstrategie en hebben we stil gestaan bij de mooie samenwerking met de Deense Technische Universiteit over rebound effecten (zie link).
Schrijf je in en DOE MEE! aan het live event Pinguin Fred - 10 sept 16.00 uur, Utrecht
Het is je vast niet ontgaan; De Parlementaire
Enquêtecommissie Corona is druk bezig met de verhoren en focust daar o.a.
specifiek op de thema’s ‘rol van adviseurs’ en ‘afweging, dilemma’s en
proportionaliteit’. In verhoorweek vier ging het daarbij over de sluiting van
het onderwijs. In de zeer leesbare essaybundel ‘Wetenschap en overheidsbeleid –
een spanningsvolle relatie’ (zie link naar gratis download) gaat één van de essays juist hier over; de rol van
wetenschap bij de sluiting van het onderwijs tijdens corona. Katy Hofstede van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI)) stelt
in haar essay dat de adviezen van het NJI om de scholen juist open te houden
niet voldoende overtuigend werden bevonden. Dat betekent in haar ogen dat in
het vervolg ‘een kennisinstituut niet alleen kennis moet aandragen, maar ook
expliciet moet maken welke overtuigingen of paradigma’s in het publieke debat
aanwezig zijn, en hoe die zich verhouden tot de beschikbare wetenschappelijke
kennis.’Naast het essay van Katy Hofstede bevat de bundel nog
zeventien andere essays over oa samenwerking tussen wetenschap en beleid in de
praktijk, en instrumenten voor een betere samenwerking.
zondag 5 juli 2026
Het belang van criticality - voortgang in het denken over social tipping points
Eerder schreef ik over de inaugurele rede Words speak louder than actions van Jan Willem Bolderdijk (zie link) en over diens optreden over social tipping points op de Dag van het Gedrag (zie link). Idee achter de social tipping points is dat je eerst al interveniërend vaak langzaam en moeizaam een flinke minderheid aan een nieuw gewenst gedrag moet zien te krijgen, maar dat als je die flinke minderheid eenmaal bereikt hebt, je de rest veel gemakkelijker en sneller meekrijgt.
Laatst was Sara Constantino (Stanford) te gast bij de vakgroep van Jan Willem en zij presenteerde nieuwe inzichten op het gebied van social tipping point -denken. Ook liet zij een jaloersmakend recent voorbeeld van een social tipping point zien; de adoptie van de elektrische auto in Noorwegen (zie figuur). Maar goed dat was nog niet het vernieuwende. Wel vernieuwend is het gebruik van de term criticality van een systeem. Dat is zeg maar de potentie van een systeem om op een bepaald moment in de tijd te tippen en om te slaan naar een nieuw evenwicht; denk aan (bijna) 100% van de nieuwverkoop is elektrisch (zie figuur). Constantino en collega's waaronder Thijs Bouman (RUG) en Jan Willem betogen dat gedragsinterventies nog niet goed werken als de criticality van een systeem nog niet groot genoeg is. Als beleid moet je daarom aan policy sequencing doen waarbij je eerst de criticality van het systeem moet zien te vergroten, dan het systeem over het tipping point heen moet helpen, vervolgens de transitie goed moet managen en tenslotte het nieuwe evenwicht stevig moet zien te verankeren. Zo lang de eerste twee stappen in één keer te tackelen zijn met een slimme interventiemix is dit nieuwe inzicht nog doenlijk te behappen voor de beleidsmaker. Maar als je moet investeren om de criticality van het systeem te vergroten zonder dat dit zich uitbetaalt in meetbaar nieuw gedrag, wordt het lastig hier geld en enthousiasme voor te organiseren. Maar goed dat dingen lastig zijn, maakt het nieuwe inzicht natuurlijk niet minder juist.
Dit weekend zowel mijn eerste vegetarisch BBQ hostend, als het nieuws over het Gezondheidsraad advies over alcohol volgend word ik ondertussen razend nieuwsgierig naar de criticality van het systeem 'alcohol drinken' (De GR noemt het nu gebruiken) en die van het systeem 'vlees eten'. Bij beide lijkt de criticality toe te nemen. Maar bij welke van de twee zal de criticality als eerste groot genoeg zijn om met een welgemikte interventie(s) door het tipping point heen schieten? En wanneer dan? Ik voel een poule aan komen :-)
zondag 28 juni 2026
Gelezen: How to talk to AI?, Jamie Bartlett
Vorige week zaterdag stond er in NRC een interessante boekbespreking (zie link) over dit boekje. Zo interessant dat ik het boek maar gelijk gekocht en gelezen heb. Sinds we bij ASA-BIT van stagiair Frances een stoomcursus AI hebben ondergaan zijn we bij ASA en BIT niet meer te houden waar het AI aangaat. Zelf ben ik er ook wel van, maar ik merk ook dat ik wat blijf hangen in het schrijven van een in mijn ogen slimme prompt en dan genoegen neem met het eerste antwoord... of niet. Bartlett is hier in ieder geval al een stuk slimmer in. In het prompts schrijven, zeker, maar ook in verder nadenken over wat AI vermag. Zo gaat het over cognitieve overgave, waarbij je je overgeeft aan de superioriteit van AI, over brain fry een soort van vreemde psychologische toestand van verwarring over waar jouw brein ophoudt en de machine begint. Bij het lezen van het boek bemerk ik dat ik nog teveel een novice in het gebruik van AI om ook maar enigszins in de buurt van een risicogroep te komen. Wel interessant om te lezen. Meteen nuttig ook zijn de tips om door te vragen op een antwoord (Wat zijn de zwakke punten?, welke aannames kunnen fout zijn?, Geef stap voor stap aan hoe je tot dit antwoord bent gekomen). Bartlett stelt ook dat we vaak denken dat AI sterk is in feiten en zwak in creativiteit. Volgens hem is het net andersom. Ik denk dat hij een punt heeft...
De (on)doenlijkheid van de tijdelijke tolheffing
Begin dit jaar ben ik eens speciaal door de Blankenburgtunnel gereden om zelf de al dan niet onduidelijke tot tolbetaling- aanzettende-borden te aanschouwen. Nu had ik het makkelijk want ik was bijrijder, ik zat op de uitkijk en behoorde tot de 32% mobilisten van buiten de regio die op de hoogte waren van de tolheffing aldaar. Dat percentage van 32% zou ik normaal gesproken overigens verzonnen hebben :-), maar nu kon ik het netjes uit de invoeringstoets overnemen. Tja voor wat het waard is; ik vond de borden rijkelijk aanwezig én heel duidelijk. Maar wat poortjes wél kunnen en borden niet- ook als ze (nog) beter worden - is een fysieke betaaltrigger oproepen. Met de keuze vóór een 'free flow'-systeem (dus zonder snelheidsreducerende poortjes) kies je - zeker in een land waar helemaal geen toltraditie is - ongewild ook vóór het genoegen nemen met een suboptimale oproep tot online betaling achteraf. Dat blijkt ook uit de invoeringstoets; slechts 35% van de passanten zonder automatische machtiging betaalde ten tijde van de invoeringstoets op tijd. En er gaat nog veel meer niet helemaal lekker, het rapport van de Nationale Ombudsman die vorige week in het nieuws was liegt er dan ook niet om. Wat ik zelf eigenlijk ook wel erg onderschat heb is dat maar liefst een kwart van de bevolking digitaal minder vaardig is, met daarbij 400.000 mensen die niet zelfstandig kunnen bankieren en 200.000 die geen toegang tot internet hebben. De Ombudsman doet dat haarfijn uit de doeken met daarbij ook nog even aangegeven dat in de Algemene Wet Bestuursrecht is vastgelegd dat er naast online betalen altijd een papieren alternatief moet zijn (tenzij anders wettelijk vastgelegd). Tja en daar is niet in voorzien bij de tolheffing. Wat verder ergerniswekkend is voor mobilisten en ondoenlijk voor de uitvoerders is dat van uit privacy-overwegingen er geen transparante rittenregistratie mag worden bijgehouden, terwijl mensen daar begrijpelijkerwijs wel om vragen. Poeh, ik heb wel te doen met de collega's die hier hard aan werken. Vanzelfsprekend gaat de politiek hierover, maar je kan je afvragen hadden we dit sowieso wel moeten doen; voor twee kleine stukjes snelweg NL tijdelijke tol invoeren?
