Vorige week vrijdag was weer zo'n prachtige Economiekamer (zie ook link en link voor de eeste twee Economiekamers) deze keer voortreffelijk georganiseerd door Phylicia en Linde (in collegiale coproductie met collega's van de UvW en DGWB). De waterschapsbelastingen lijken ook gecorrigeerd voor inflatie flink te gaan stijgen. Dat is allemaal niet zo mooi, al helemaal niet voor de minima. En wat ook niet helpt, is dat de kostenverschillen tussen waterschappen gewoon ook flink groot zijn. Dat zit hem enerzijds in verschillen in de grootte van de kosten van de opgaven voor de waterschappen en anderzijds in verschillen in het aantal ingezetenen waarover die kosten verdeeld moeten worden. Genoeg redenen om eens opbouwend economisch te twijfelen aan de houdbaarheid van het huidige belastingsysteem van de waterschappen. Oud-collega en oud-hoogleraar Herman Havekes presenteerde hier prachtig over en ging daarbij het historisch perspectief niet uit de weg (heerlijk!). Succesvolle interventies uit het verleden bieden dan wellicht geen garantie voor de toekomst, maar zijn het herontdekken desalniettemin meer dan waard. Herman doelt dan op de subsidie die in de jaren zeventig de bouw van rioolwaterzuiveringsinstallatie mogelijk maakte en zo bijdroeg aan het succes van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater. Ook het laten betalen voor grondwater (en opp water) is wat hem betreft een goed idee en daarin is hij niet alleen, want de EU-cie vindt dit met de Kaderrichtlijn Water wapperend trouwens ook. Corine Houben van het aan de RUG verbonden Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden is op verzoek van de Brabantse waterschappen ook diep in de materie gedoken. Zij kwam met een afwegingskader om de politiek te helpen te kiezen uit verschillende kostenverdelingsprincipes als die van het profijtbeginsel, de vervuiler betaalt-principe en het solidariteitsbeginsel. Dat hielp en dat helpen kon ook zeker gezegd worden van de bijdragen van PBL, CPB en SZW bestaande uit verfrissende economische blikken van buiten de waterwereld. Voor mijzelf destilleerde ik achteraf - geheel voor eigen rekening - deze inzichten uit dit samenzijn:
- Gooi de discussie niet
op één hoop. Verschillende rechtvaardigheidsprincipes
horen bij verschillende waterschapstaken: voor watergebruik (profijtbeginsel), voor zuivering
(de vervuiler betaalt), voor dijken (solidariteitsbeginsel) en voor waterbeheer (voor het basisniveau droge voeten solidariteitsbeginsel, voor uit de hand gelopen peilvakkologie profijtbeginsel);
- Maak onderscheid tussen
de problematiek van kostenverdeling tussen waterschappen en binnen waterschappen (huishoudens versus andere sectoren en tussen huishoudens (lage inkomens)).
- Zet mogelijke
interventies in volgorde in de tijd. Snel aan de beurt zijn: (1) Een reële prijs op grond- en opp water
(moet ook van de EU cie); en (2) een oplossing voor de verschillen
tussen waterschappen (door bijvoorbeeld het HWBP weer volledig door het rijk te laten betalen (zie ook link)). Meer fundamentele wijzigingen kunnen later.
- Maar dat gezegd hebbende: Ook oog blijven houden voor
de nuloptie niets doen. Dat moet ook van het Beleidskompas 😊
Geen opmerkingen:
Een reactie posten