zaterdag 3 december 2016

Strategie: Leren van het binnenland

​Terwijl geen enkele politieke partij in NL op het voor de hand liggende idee komt om fossiele scooters en brommers te verbieden (klopt toch Eke?)  pakken vier wereldsteden het wat ambitieuzer aan en gaan dieselauto's weren vanaf 2025.  De vier steden behoren tot een groep van 40 samenwerkende wereldsteden die van elkaar proberen te leren. Wat ze eigenlijk doen is leren van elkaar op een ​light​ manier institutionaliseren.​ Niet alleen omdat het vier buitenlandse steden zijn raakt het ook mooi aan het IenM programma 'leren van het buitenland'. De Aussies -op het gebied van klimaatbeleid zeker geen voorbeeld - doen dat leren ook en noemen hun eigen land met hyperzelfstandige deelstaten soms een 'policy lab'; de nationale overheid kijkt wat er wél werkt aan initiatieven uit de deelstaten en probeert dat nationaal beleid te maken. 'Leren van het binnenland' als het ware. 


Kennis: Over evidence-based policy, evidence-informed policy en policy-based evidence

Al weer best wel lang geleden ben ik geinterviewd voor een in opdracht van de Deense overheid uitgevoerd 'leren van het buitenland'-onderzoek naar evidence-based beleid. In het onderzoek worden telkens zes Ministeries uit UK, NL, Finland en de Europese Commissie met elkaar vergeleken. De (hernieuwde) aandacht voor evidence-based komt uit het linksboven NSOB-kwadrant new public management omdat hier de gedachte is dat wat werkt belangrijker is dan wat ideologisch gewenst is. Net als in eerdere NL-studies wordt onderscheid gemaakt in evidence-based en evidence-informed. Een beetje in lijn met Derksen's onderscheid in 'weten' en 'willen', wordt evidence-informed vaak als het hoogst haalbare geacht, omdat de politiek over het 'willen' gaat en vanzelfsprekend het laatste woord heeft? Deze studie breekt toch een lans voor evidence-based vanuit de gedachte dat hoe robuuster de kennisonderbouwing is, hoe onwaarschijnlijker het is dat de policy een andere richting op kan gaan. Nog even de vraag in hoeverre dit in het policy-based evidence Trump-era overeind gaat blijven, is de gedachte ansich bemoedigend.De studie gaat uitgebreid in op het dilemma van 'rijkskennisinstituten (RKI's)/TO2' versus 'de markt' als kennisleverancier voor departementen. Bij de eerste optie ligt het risico van lock in op de loer en in het tweede geval kan de kennisbasis snel te dun worden. Hier wordt een mooi argument bij genoemd; RKI's en TO2 gaan enorm aan de boom schudden als er teveel aan hun budgetten wordt geknibbeld, terwijl bij marktpartijen als kennisleverancier niemand de verantwoordelijkheid neemt voor de levensvatbaarheid van het kennisaanbod. Net als in een recent rapport van de AWTI is er bij de bestudeerde departementen veel aandacht voor het vergroten van de absorptive capacity - de competentie om externe kennis te identificeren, te verkrijgen en te benutten) van de departementen. Het rapport eindigt met 10 aanbevelingen die ik niet allemaal ga noemen, want dan wordt de blog te lang. Drie dan maar: (1) zorg binnen het departement voor voldoende mensen met absorptive capacity (vb kenniscoordinatoren, KIS-achtige units, Chief Scientific Advisors); (2) organiseer interdepartementale onderzoeksprogramma's om interdepartementale issues van een evidence-base te voorzien. Finland heeft sinds kort een kennis en innovatie-unit bij AZ met een eigen budget waar mee calls worden uitgezet voor door departementen ingebrachte en door het Finse AZ geprioriteerde topics. Past bij dat de TO2 instituten onlangs hebben opgeroepen om tot meer interdepartementale afstemming in kennisagenda's te komen; (3) Behoud langdurige relaties met je kennisproviders (vb IenM jaarlezing Kennis, Staman, 2015), maar benut ook andere partijen om lock in te voorkomen.  

    http://ufm.dk/en/publications/2015/the-place-of-research-based-evidence-in-policymaking



zondag 27 november 2016

Kennis: SKIA Defensie uit!

Toch zeker niet onze minste vakbroeders hebben weer een prachtige SKIA uitgebracht. Zij hebben er voor gekozen WAT en HOE eigenlijk in één SKIA te stoppen. Deze keer dan ook best veel aandacht voor innovatie en voor kennismanagement. Hoewel je het met toch iets geheims als defensie niet verwachten, kiezen ze vol overgave voor open innovatie. Natuurlijk blijft het echt staatsgeheime deel van de innovatie geheim, maar ook het bouwen van wapens is vandaag de dag vooral een ICT bezigheid waarbij het werken met open platforms vaak gewoon een goed idee. De taligheid van ICT wordt ook volop gebezigd. Zo wordt onderscheid gemaakt in hardware-centrische basisinfrastructuur (hoofdwapensystemen zoals fregatten en jachtvliegtuigen) en software-centrische applicaties (software applicaties). p het gebied van innovatie gaan ze onder de noemer Concept Development and Experimentation en snelle innovatiecycli voor een scrum-achtige aanpak waarbij nieuwe concepten gelijk bij de eindgebruiker getoetst worden. Dat is natuurlijk ook wel bijzonder aan defensie dat ze de eindgebruikers van innovatie allemaal in eigen loondienst hebben, terwijl we vanuit IenM -in ieder geval voor beleid - maar zelden zelf de eindgebruiker van innovaties zijn.  Op het gebied van kennismanagement is er het voornemen dat ieder organsiatieonderdeel een kennisplan maakt dat inzicht moet bieden in welke kennis in de eigen organisatie belegd is en hoe de toegang to kennis die niet in de eigen organisatie beschikbaar is gewaarborgd wordt. Het kennisplan brengt als het ware het ecosysteem in kaart en de daaraan verbonden mogelijkheden om extern kennis te ontwikkelen, deze te ontsluiten en binnen de organisatie toepasbaar te maken. Goed beschouwd lijkt dit sterk op het traject kennisbasis in beeld waar Karin bij  ons druk mee bezig is. Ik had het natuurlijk kunnen weten, maar er is behoorlijk wat overlap tussen hun externe kennisinfrastructuur en de onze (TNO, MARIN, NLR). Kennisopbouw lijkt daarbij een stuk meer gecentraliseerd dan bij ons. Waarbij ook geldt dat een flink deel van het totale centrale kennisgebruiksbudget gaat zitten in het instandhouden van grote faciliteiten. Bij defensie doen ze van zelfsprekend ook veel aan early warning signals al heet dat bij hun Technology watch & assessment functie. Al met al een feest van herkenning en zeer lezenswaardig. 





vrijdag 25 november 2016

Strategie: Portretten van reizigers van de toekomst - Toekomstbeeld OV

Vrijdag een hele leuke sessie gehad met Gerard, Jordi, Taede en de andere betrokken DGB en DCO collega's. Gerard is bijna klaar met zijn Toekomstbeeld OV en zo zijn er acht richtinggevende principes geformuleerd. Voor alle acht hebben we ter illustratie fictieve persona's en hun reisbewegingen van de toekomst bedacht. DCO gaat hier een prachtige eZine bijmaken. Ik kan nu natuurlijk nog niets verklappen, maar wel dat het door mij bedachte personage Henk heet en in 2040 58 is. Naast Henk is er ook een Aziz, Denise, Bradley, July, Pieter, Sofie en......even vergeten. Maar tot 2040 hoeven jullie niet te wachten, het eZine wordt nog dit jaar gepubliceerd. 


zondag 20 november 2016

Strategie: de genudgete fietshelm

In november, de maand met de langste files staat het fileleed natuurlijk weer bovenaan de agenda. De ergenis wordt begrijpelijkerwijs breed beleefd, al zijn er ook filebewoners die het dagelijkse refelectiemomentje wel kunnen waarderen. Daarnaast wordt de economische schade van de files natuurlijk uitgemeten. Gelukkig verschijnt in diezelfde novembermaand ook het jaarlijkse KiM-Mobiliteitsbeeld; een baken van feiten in een wereld van perceptie. Met die economische schade van files blijkt het namelijk nogal mee te vallen. Nu ja, 3 miljard per jaar is natuurlijk geen kattenpis, maar als je dit vergelijkt met de milieuschade van mobiliteit (7 miljard per jaar) en de schade van verkeersongelukken (14 miljard per jaar) dan denk je wel eens; waarom al die aandacht voor 1/8 van het probleem? De 80/20-regel lijkt hier even niet op te gaan. Het NRC schrijf dit weekend dan ook over de echte leed achter verkeersdoden met de goed getroffen titel de Vergeten Ramp. "Wegdoden zijn weinig mediageniek; ze vallen in kleine aantallen, verspreid over de tijd en over tal van wegen". Nu zijn er natuurlijk heel veel maatregelen te bedenken om de verkeersveiligheid te verbeteren,voor de verschillende vervoersmiddelen, sterker nog dat heeft het SWOV al gedaan. Hun site staat dan ook vol met puntige factsheets (kennismanagement, check!) waarvan lezing je al een snel een vrij compleet beeld geeft over wat wel en niet werkt. Ik beperk mij hier even tot de fietshelm. De fietshelm is én heel nuttig (o.a. Ruim twee keer minder kans op hersenschade) én weinig geaccepteerd. Kleine kinderen gaan h'm wel wat meer gebruiken, maar volwassen en ouderen dus bijna niet. Terwijl, over silver economy gesproken, ouderen een steeds groter deel van het aantal fietsdoden en fietsgewonden uit maakt en uit zal gaan maken. Geen enkele politieke partij lijkt zich aan een gebod te willen wagen. De vraag van de week is dan ook: "Hoe krijgen we heel NL aan de fietshelm en dan met name de ouderen?" 



vrijdag 18 november 2016

Kennis: Kennisagenda boze burger

Goed getimed is die zeker. Twee weken na de verkiezing van Trump ligt daar de BZK Strategische Kennisagenda Vitale en weerbare democratie. De kernvraag komt al deels terug in de titel en luidt: "Hoe werken we aan een vitale en weerbare democratie?".  Hoewel deze agenda moeilijk leesbaar is - zo moet je eerst door 22 pagina's inleidende beschietingen en moet je echt actief opzoek naar de kennisvragen (na goed zoeken kom ik op zo'n 25 stuks) - bevat die veel inspirerende woorden en noties ook voor IenM. Wat dachten jullie bijvoorbeeld van de woorden participatie-elite, diplomademocratie, en outputlegitimiteit? (Onder de goede inzendingen wordt een chocoladeletters verloot). Het is verfrissend om te lezen dat volgens de auteurs de boze burgers ook recht van klagen hebben; juist de boze burgers zijn ook vaak diegenen met minder opleiding, inkomsten en goede vooruitzichten. Ook is op de EU wat aan te merken zo vinden de auteurs "de afnemende politieke beleidsruimte van de lidstaten die niet is gecompenseerd door een volwaardige politieke arena op het Europese vlak". Een deel van de amnese raakt zelfs aan kennismanagement: "veelvuldiger wisselingen in de samenstelling van de zowel de gemeenteraad als de Tweede Kamer (met daardoor gebrekkig collectief geheugen". Sommige van de kennisthema's en vragen raken nauw aan onze SKIA IenM thema's Energieke Samenleving en Multi-level governance: 'Hoe verenigen zij (gemeentebestuurders, raadsleden en ambtenaren) flexibiliteit en responsiviteit met het borgen van democratische waarden als zorgvuldigheid en gelijke behandeling?', 'Welke kwaliteiten (bij politici en ambtsdragers) zijn nodig en hoe kunnen we die ontwikkelen en bevorderen?' Ook interessant....ook BZK doet aan kennisinfrabuilding en wel via een Platform Democratie en Wetenschap, een platform waarmee het ministerie de (bestuurd)wetenschap beter, sneller en slagvaardiger kan bereiken voor kennisvragen. Deze blog is mede mogelijk gemaakt door de immer duurzame en attente Onno.


zondag 13 november 2016

Kennis: Binnenkort echt van start met CoP Kennis in het hart van beleid!

Lidwien Reyn is één van de begeleiders van de binnenkort op te starten Community of Practice 'Kennis in het hart van beleid'. De eerste grote hobbel die we daar bij moeten nemen is de werving van deelnemers. In een realiteit van dubbel en driedubbel bezette beleidscollega's gaat dat natuurlijk helemaal niet meevallen. Gelukkig heeft Lidwien een boekje geschreven over het organiseren van succesvolle CoPs. Zoals de titel doet vermoeden bevat dit boekje 10 stappen die de weg naar succes van hobbels moeten ontdoen. Laten we de stappen eens vluchtig onder de loep nemen. (1) Maak scherp waarover het gaat; een duidelijk afgebakend domein dus. (2) Sluit aan bij urgentie. Check, dit moet voor ons de sleutel zijn om de werving succesvol te laten zijn. Denk aan de verkiezingen en de transities waar IenM nog meer dan voorheen mee aan de slag zal moeten. (3) werf een aantrekkelijke groep. Niet te groot, niet te klein. Working on it; (4) Zorg voor doorwerking. Deelnemers moeten opgedane inzichten meteen in hun eigen beleidspraktijk kunnen toepassen. (5) Faciliteert ontwikkeling. Hier gaat het om afwisselende werkvormen en ruimte om introducés mee te nemen. (6) Leg verantwoordelijkheid bij de groep. Dus zorgen dat de CoP van de deelnemers is en niet van de begeleider of de opdrachtgever. (7) acteer en reflecteer. Monitoren en evalueren en daar de CoP op bijsturen. (8) Doe nieuwe dingen. Denk oa experimenteren met nieuw gedrag. (9) Benoem resultaten en communiceer! (10)....staat er niet precies zo, maar stap 10 is de uitdaging om het andere te doen dan in de eerder beschreven stappen. OK eerst stappen 1 t/m 3 dan praat ik jullie weer bij!